MENU

Hongarije 1983 – palacsinta als dessert

Comments (0) Zonder categorie

In 1983 bestond het ‘ijzeren gordijn’ nog, maar er was al wel wat toerisme richting de Oostbloklanden.

Een medestudente vertelde over haar vakantie in Hongarije bij het Balatonmeer: er waren campings aan het water, het was er warm en zonnig in de zomer en alles was heel goedkoop. Meer hoefde ik niet te weten, ik wilde in de zomer naar Hongarije.  Mijn vriend en ik  gooiden onze kampeerspullen in de oude Fiat 127, waarin we in Nederland regelmatig werden aangehouden door de politie, en reden de 1400 km naar Hongarije. Van de reis herinner ik me niet veel meer, maar de grens met Hongarije des te beter. We hebben er een halve dag gestaan. Als je pech had, liet de douane je de hele auto uitpakken. Daar rekenden we al op, gezien onze ervaringen met de Nederlandse politie, maar nee, we mochten gewoon doorrijden.

De grens bij Sopron

Onderweg naar het Balatonmeer keken we wat verbaasd naar het landschap. We zagen zo weinig kleuren, hoe kon dat? Tot we ons realiseerden dat we de Westerse reclameborden misten. Geen schreeuwende teksten en felle kleuren, alleen stoffige wegen en een wat verdord landschap met hier en daar een dorpje.

We namen de eerste de beste camping die we tegenkwamen aan het Balatonmeer, want het was al laat. In het donker zetten we de tent op. De volgende morgen zagen we dat de camping heel vol was, en we geen enkele schaduw hadden. We hadden Oost-Duitse buren van onze leeftijd die ons onmiddellijk uitnodigden voor het avondeten, dus we bleven toch. Het was een diner van blikjes groenten en blikjes vlees, want de Oost-Duitsers mochten maar heel weinig vakantiegeld meenemen. Om zo lang mogelijk te kunnen blijven, hadden ze een hele lading blikken meegenomen. Vers eten was in de communistische landen ook schaarser dan in het Westen. Bij het Balatonmeer waren de supermarkten regelmatig leeg, maar je kon wel altijd gebakken vis en pannenkoekjes kopen bij de stalletjes langs het meer, en er waren ook wat restaurants voor de toeristen.

Camping bij Alsóörs

Het lukte ons een keer om vlees te kopen in de supermarkt. We namen meteen maar flink veel, voor een barbecue met onze buren. De rest van de camping keek verbaasd naar ons gedoe met houtskool, en een Tsjechische buurman was zo aardig om een gasbrandertje te brengen…Tja, leg dan maar eens uit waarom we ons vlees persé op houtskool wilden bakken. We hebben doorgezet, en hadden een hele gezellige avond met onze buren, met veel vlees en – heel bijzonder voor onze buren – cola, want dat was echt Westers. We praatten vooral over de verschillen tussen West en Oost. In Nederland waren we arme studenten,  maar vergeleken met onze buren hadden we veel geld, veel spullen (een eigen auto en een barbecue!) en vooral veel vrijheid.

Parlementsgebouw in Boedapest

Nu het recept voor Palacsinta, Hongaarse pannenkoeken gevuld met kwark, uit een kookboekje uit 1977 dat  ik na de vakantie kocht. De hoeveelheden zijn genoeg voor 4 personen. Je kunt het eten het als dessert, maar het is veel en machtig. Volgens de uitleg in het kookboek is dat ook de bedoeling. Hongaren aten in die tijd vaak een eenvoudig gerecht als hoofdmaaltijd, bijvoorbeeld dikke soep, goulash of een gebonden groentegerecht en vervolgens een voedzaam zoet meel- of rijstgerecht.

Voor de pannenkoeken: 2 eieren, 2 theelepels suiker, 250 gr. bloem, 400 ml melk, snuf zout, boter of olie om te bakken. Maak een glad beslag door de 2 eieren los te kloppen met de suiker en het zout en dan de bloem en melk er door te roeren. Ik begin altijd met ongeveer de helft van de melk, waardoor ik een dik beslag krijg waar ik makkelijk de klontjes uit kan roeren, en voeg dan de rest van de melk bij.

Voor de kwarkvulling:
350 gr magere kwark, 100 gr suiker, 1 groot ei, 1 eetlepel griesmeel, 50 gr. rozijnen, geraspte citroenschil van ongeveer de helft van een citroen.

Splits het ei en roer de suiker door de eierdooier. Klop het eiwit stijf. Vermeng alles behalve het  stijfgeklopte eiwit, en roer dan het eiwit erdoor.

Bak de pannenkoeken zo dun mogelijk en laat ze lichtbruin kleuren. Besmeer ze dun met de kwarkvulling en rol ze op. Leg ze vervolgens kruiselings in een ovenschaal en bak de pannenkoeken een kwartier op ongeveer 180 graden. Uit de oven heb ik er nog wat poedersuiker over gestrooid, maar dat stond niet in het recept.