MENU

Goya in National Gallery, Londen

Comments (0) Uncategorized

 

 

Goyaimage P00742A01NF2008 001

 

Geboren in de obscuriteit van de provincie, groeide Francisco de Goya y Lucientes, de zoon van een gildemeester, op ver verwijderd van de opzichtige glamour van het Spaanse Hof. Maar zijn ambitie kende geen grenzen. Ondanks twee afwijzingen door de Koninklijke Academie, werd hij uiteindelijk tot lid gekozen in 1780. En het zelfde jaar schilderde Goya, aan wie de National Gallery in Londen tot 10 januari 2016 en expositie wijdt, een zelfportret waar zijn mollige gezicht strijdlustig uit de duisternis verschijnt.

Hier, op de eerste van de 71 doeken in de National Gallery uitgekozen door Xavier Bray van Dulwich Picture Gallery, kijkt hij met doordringende donkere ogen. De 34-jarige kunstenaar oogt nerveus, ongetwijfeld omdat hij zich afvraagten hoe hij ooit succesvol zou kunnen worden. Dat duurde niet lang. In een monumentaal portret, “De graaf van Floridablanca,” uit 1783 toont Goya de rijzige staatsman werkend aan een kanaal met zijn ingenieur. De schitterende outfit van de graaf is geschilderd met een virtuoze panache en Goya heeft zelfs het lef om zichzelf af te beelden. De opdringerige jonge kunstenaar stormt binnen van links, terwijl hij een schilderij in zijn handen houdt dat hij de graaf voor houdt.

Goya leed niet aan valse bescheideheid en beeldde zichzelf niet lang daarna af op een buitengewoon, kolossaal werk genaamd “De familie van de Infante Don Luis de Borbón” (1783-1784). Het schilderij is een hommage aan Velazquez’s ‘Las Meninas’, waarop eveneens een kunstenaar aan het werk te zien is. Maar de groep afgebeeld door Goya bevat een aantal zeer bizarre figuren. Don Luis, des konings jongere broer, was berucht vooral voor zijn hoerenloperij. Tegen de tijd dat Goya hem schilderde, was Don Luis was oud. Hij speelt kaart bij kaarslicht terwijl zijn jonge vrouw, Maria Teresa, wordt gekapt. Rechts in beeld staart een man met een verwilderde blik, zijn hoofd in verband gewikkeld. Goya lijkt ons te willen laten lachen om dit absurde gezelschap, leden van Don Luis’ 550-man omvattende huishouden.

Goya was niet van plan om een plichtsgetrouwe, orthodoxe en stereotiepe portrettist te worden. Verre van dat: Nadat hij adjunct-directeur werd aan de Koninklijke Academie, moedigde hij opstandigheid aan door zijn studenten voor te houden dat “er geen regels zijn in de schilderkunst.” Een van de meest speelse portretten is “Manuel Osorio Manrique de Zuñiga,” de jongste zoon van de graaf van Altamira. Slechts 4 oud, draagt hij een onstuimige rood speelpakje en houdt een ekster als huisdier, aan een stuk touw. Drie katten, half verborgen in de schaduw, loeren naar de vogel met begerige ogen. Maar in ieder geval kunnen ze niet de putters verschalken die veilig opgesloten zitten in een vogelkooi. En de ekster heeft in zijn bek het visitekaartje van Goya.

Hij was duidelijk een meester in zelfpromotie en veroverde in 1795 de gunst van de Hertog van Alba, een van de belangrijkste aristocraten van Spanje. Toen enkele jaren later deze machtige patroon plotseling overleed op de leeftijd van 39, maakte de hertogin van Alba, een excentrieke en legendarische weduwe met een explosief temperament, Goya lid van haar huishouden. En in 1797 schilderde hij zijn meest gevierde portret, van deze vurige dame. Gekleed in traditionele Spaanse jurk, staat ze trots in haar eigen Andalusische landschap en wijst op het zand. Er zijn de woorden “Solo Goya” (“Alleen Goya”) in geschreven.,

Goya werd diep en permanent doof in 1792-1793, en zijn vrouw stierf in 1812. Geen wonder dat hij er zo verwilderd ziet in zijn aangrijpende late zelfportret met Dr. Arrieta, zeer vrij geschilderd in 1820. Goya leed aan een vrijwel dodelijke ziekte, het doek toont de bedlegerige kunstenaar teder gesteund door zijn arts, die hem een glas met zijn medicijn aanreikt. Omdat Arrieta zijn leven redde, Goya gaf de dokter dit schilderij uit dankbaarheid voor zijn kundigheid en zorg. Het is intens ontroerend, eerlijk en direct, en roept een diepe emotie op die slechts weinig andere kunstenaars ooit hebben bereikt.