MENU

Tweede Wereldoorlog
Tag Archive

177

De Val van de Sovjet-Unie: Tweede Akte (2023)

Europa, Europese politiek

december 6, 2022

I

https://petapixel.com/2022/07/17/lost-film-rolls-of-the-fall-of-the-soviet-union-developed-26-years-later/

n NRC van het afgelopen weekeinde (4 december 2022) recenseert Michel Krielaars enkele recent verschenen boeken die de oorlog tussen Rusland en Oekraïne behandelen. (https://www.nrc.nl/nieuws/2022/11/17/alles-om-aan-de-macht-te-blijven-drie-boeken-over-de-frustraties-van-poetin-a4148582) Mijn indruk is dat wat we momenteel meemaken de tweede akte is uit het drama De Val van de Sovjet-Unie. Die hield op te bestaan in 1992 (https://nl.wikipedia.org/wiki/Uiteenvallen_van_de_Sovjet-Unie) maar dat gold niet voor de interne structuren van die multinationale superstaat die de tegenpool was geweest van de Verenigde Staten. De staatsbureaucratie en het militair-industriële complex waren niet opeens zomaar verdwenen en van de mensen die deze werelden bevolkten is Vladimir Poetin er een. Ze lijken een wrok te koesteren tegen de teloorgang van hun supermacht die ze willen herstellen. Om in voetbaltermen te praten: Met de oorlog in Oekraïne is de Sovjet-Unie die zwaar op achterstand staat op de Verenigde Staten, in de rebound tijdens blessuretijd. Een wanhoopsoffensief. Een laatste poging.

Wat ik interessant vind in dit verband is hoe in de geschiedenis wereldmachten op verschillende manieren hebben gereageerd op het verliezen van hun hegemonie.

Laat ik beginnen bij de Nederlandse Republiek met op het hoogtepunt van zijn invloed grote belangen in Noord-Amerika (ze stichtte New York) in Zuid-Amerika (Brazilië) Afrika (ze stichtte het huidige land Zuid-Afrika) en Azië (de Indonesische Archipel en door exclusieve handel met Japan). Het Nederlandse ‘territorium’ waarvan Holland, Utrecht en Zeeland de belangrijkste gewesten (provinciën) waren, stond geografisch in geen verhouding tot de omvang van het handelsimperium van de Republiek dat de facto bestuurd werd door de VOC, een ‘compagnie’ waarin iedereen die dat wilde een aandeel kon kopen.

De Republiek hield op te bestaan in 1795 maar aan het collectieve zelfbeeld van Nederland als een (koloniale) Europese grootmacht kwam pas een eind tussen 1948 (de onafhankelijkheid van Indonesië) en 1975 (de onafhankelijkheid van Suriname). Zelf vind ik in die periode ook enkele andere data van historisch belang. Het Koninkrijk Statuut van 1953 waarin de overzeese restanten na de onafhankelijk van Indonesië op nieuwe bestuurlijke leest werden geschoeid.

Maar daarnaast telt vooral de betrokkenheid van Nederland als initiatiefnemer van de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap tijdens de conferentie van Messina in 1955. Daar ontstond het idee van Europa als douane-unie, een soort nieuw ‘Mare Liberum’ maar dan niet op zee maar op land. De EEG was in feite conceptueel een uitbreiding van de Benelux (van 1948) en zij is de rechtsvoorganger van de EG en de huidige EU. De EEG bestond uit de Bondsrepubliek (West-Duitsland), Frankrijk, Italië en België, Nederland en Luxemburg.

Er was vanaf dat moment naast een ‘Atlantisch perspectief’ (vanaf 1949 een oriëntatie op de V.S en de NAVO i.v.m. de Koude Oorlog) ook een Europees perspectief. Het koloniale perspectief (‘Indië verloren, rampspoed geboren.’) eindigde pas in 1962 met de zogenoemde ‘Nieuw Guineacrisis’. Indonesië lijfde Nederlands Nieuw-Guinea in en Nederland stuurde de Karel Doorman – ons vliegdekschip, overigens een Brits tweedehandsje – maar deze bluf mislukte omdat de Amerikanen Indonesië steunden en niet Nederland. (Het was Koude Oorlog en de relatie die de V.S. hadden met de Indonesische president Soekarnodie ging boven wat Nederlandse koloniale sentimenten.) De Amerikanen hebben zodoende voor ons die banden met ons koloniale verleden doorgeknipt. Waarvoor we de V.S. eeuwige dankbaarheid zijn verschuldigd.

Nederland wendde vanaf 1962 als het ware de geopolitieke blik van het naar de wereldzeeën kijken naar landinwaarts kijken, naar het continent. Hoe traag zulke collectief-mentale processen zich voltrekken laat zich illustreren aan de hand van de Nederlandse industriële wederopbouwpolitiek van na de Tweede Wereldoorlog. Die concentreerde zich vooral op de zeevaart, de scheepsbouw maar daarnaast ook op de luchtvaart en de vliegtuigbouw. Schepen en vliegtuigen waren nodig om al onze overzeese verbindingen te onderhouden. Het economische zwaartepunt verschoof vanaf de jaren 1960 echter onherroepelijk van het (handels-logistieke) westen van ons land naar het (industriële) zuidoosten waar zich onder leiding van Philips een (micro-)elektronica-industrie ontwikkelde.

Dat ons land stilaan van een klassiek handelsland (Nederland Distributieland, raffinage van olieproducten, Shell, grootbanken) evolueert naar een Europees maakindustrieel land, dat wordt geïllustreerd door de opkomst van de geavanceerde machine- en apparatenbouw in bedrijven zoals ASML (Brabant, Veldhoven) Nedap in Drenthe en VDL in Limburg. De ‘Euregio’ rond de driehoek Aken-Maastricht-Leuven-Hasselt vormt inmiddels een kern in de Europese hightechindustrie.

De ontwikkeling bevindt zich nog steeds in de periferie van het Haagse beleidsdenken: Via het zuidoosten en niet vanuit het westen zou Nederland zich moeten aansluiten op het hogesnelheid spoornet van Europa. Met ASML heeft Nederland, c.q. Europa, technologische wereldhegemonie op het gebied van chipmachines die het hart vormen in de hele informaticarevolutie. ASML is gemeten in beurswaarde inmiddels groter dan Shell (dat tegenwoordig Brits is.) Data wordt niet voor niets wel de ‘olie van de eenentwintigste eeuw’ genoemd. Wafersteppers, de machines die met hun geavanceerde optische mechanica chips produceren die deze data generen, maken dus als het ware die ‘olie’.

Naast de Republiek kende Europa meer grote mogendheden: Frankrijk (Francofoon Afrika, Indochina) Portugal (Afrika, Brazilië) en Spanje (Latijns-Amerika, Filippijnen). Portugal en Spanje vochten tot in de jaren 1970 als dictatuur nog koloniale oorlogen uit (in Afrika). Die dictaturen waren anachronismen die met het overlijden van Franco en Salazar ophielden waarna Spanje en Portugal moderne Europese economieën konden worden.

Het Britse ‘Empire’ zag in de jaren 1945-1970 het ene na het andere overzeese gebiedsdeel onafhankelijk worden waarvan er velen toetraden tot het Britse Gemenebest, een soort surrogaat-Empire waaraan veel Britten tot schade en schande van hun land nog steeds een misplaatst gevoel van uitzonderlijkheid ontlenen. Op dit moment zijn de Britten bezig uit hun imperiale droom te ontwaken en bevindt het land zich sinds Brexit in een wendingscrisis: Het is bezig zijn koers buiten de Europese Unie te bepalen waarbij Schotland en Noord-Ierland het Verenigd Koninkrijk uiteen dreigen te doen vallen.

Je ziet dus hoe moeilijk het is afscheid te nemen van een ‘groots’ verleden en voor de toekomst een sprong in het diepe te wagen.

Separatisme is overal en van alle tijden: Spanje worstelt met Catalonië dat het liefst een lid van de Europese Unie zou worden zoals Engeland worstelt met Schotland. In Noord-Nederland sluimeren separatistische tendensen die nu worden gevoed door het stikstofdossier en de aardbevingsproblematiek. Maar het duidelijkst manifesteert het separatisme zich in Zuidoost Nederland dat zo zoetjes aan meer behoort tot Europa dan bij Nederland. Euregio ’s zijn doelbewuste samenwerkingsprojecten die ter plaatse de natiestaten aan hun grenzen laten oplossen. Ik denk dat Europa, ‘Brussel’, het ASML-dossier overneemt nu de V.S het bedrijf en zijn technologie tot inzet hebben gemaakt in de economische oorlog met China.

Nu ik erover nadenk kijken we niet alleen naar de tweede akte in de ontmanteling van de Sovjet-Unie maar naar een misschien wel veel ingrijpender dubbele implosie: Die van het tsaristische Rusland in 1917 op de brokstukken waarvan de communisten toen de Sovjet-Unie hebben gesticht zonder zich te bekommeren om deze fundering van tradities en sentimenten. Na de implosie van de Sovjet-Unie in 1991 staken de restanten van het oude tsarenrijk weer boven het maaiveld uit.

Poetin lijkt een restauratie na te streven van de situatie van voor 1917 en baseert zich daarbij op mythevorming zoals Krielaars betoogt en met hem de auteurs van de door hem besproken boeken. Oekraïne is volgens die mythe een onvervreemdbaar onderdeel van Rusland. De verwestersing aan de grenzen van Rusland bedreigt de Russische cultuur. Er is een zone van horige satellietstaten nodig. Dat gold voor de Sovjet-Unie en evenzeer voor wat nu de Russische Federatie heet.

Waaruit spruit dat geopolitieke denken in termen van macht en invloedssfeer met angst voor bedreiging aan de grenzen als leidraad in het geopolitieke handelen voort? Rusland heeft tweemaal een Europese invasie het hoofd moeten bieden. Een door Napoleon en een door Hitler. Beide malen werden de invasielegers verslagen door de Russische winter alhoewel de tweede maal op het nippertje. Maar evenzo vele malen viel Rusland buurlanden aan. Dus de redenering dat Rusland door invasies historisch is getraumatiseerd, snijdt geen hout.

Het land beschikt over grote olie- en gasvoorraden en is daarom een gewilde prooi voor de Westerse energiehonger? De Nazi’s slaagden er niet in de olievelden bij Bakoe te bereiken: afstand. Sinds de Suezcrisis van 1956 weten Westerse mogendheden hoe hoog de prijs is van een oorlog om olie- en gas. De Golfoorlog kostte de V.S. duizenden miljarden dollars. Apaiseren van weerspannige regimes is veel effectiever en goedkoper. Rusland is bovendien een kernmacht. Niemand die het in zijn hoofd haalt om daar eens even een vreemdelingenlegioen of huurlingenleger op af te sturen.

De grootste vijand van Rusland is misschien wel zijn onbarmhartige klimaat en enorme uitgestrektheid. De mensvijandigheid van zijn fysische geografie vergroot de zwakheid van zijn sociale geografie. Eeuwenlang is vergeefs geprobeerd Siberië te bevolken door mensen te straffen met verbanning naar wat later in de Sovjet-Unie de Goelag Archipel ging heten. Ontvolking is een eeuwenoud endemisch Russisch probleem. Sergey Brin, de man die van Google een gigagroot bedrijf maakte is een tot Amerikaan genaturaliseerde Rus (met Joodse wortels). Een Rus met uitzonderlijk talent emigreert meestal. Poetin heeft met zijn oorlog, zijn mobilisatie, de laatste horde jong intellectueel talent de grens over gejaagd.

Europa zal tot in lengte van dagen te maken hebben met een verarmend, ontvolkend, vergrijzend en revanchistisch Rusland terwijl het drukdoende is zichzelf politiek vorm te geven in een geopolitieke wereld waarin de grote krachtmeting plaatsheeft tussen China en Amerika met een zijdelingse rol voor Europa.

https://www.euractiv.com/section/politics/opinion/is-the-european-union-truly-like-the-soviet-union/

Read article

118

Over geopolitieke migratiechantage

Europa, European politics, Europese politiek, política europea, politique européenne

november 29, 2022

Ik luister bijna dagelijks naar de BNR-podcast van Boekestijn & De Wijk. Varieert van interessant tot amusant zolang de heren met zijn tweetjes onder leiding van Hugo Reitsma achteroverleunend de situatie in Oekraine beschouwen. In deze aflevering, die wat mij betreft met kop en schouders uitsteekt boven alle afleveringen tot nu toe, een gast: hoogleraar Henk van Houtum, politiek geograaf. Dat levert een interessante gedachtenwisseling op tussen Van Houtum en De Wijk: een confrontatie tussen humanitair moralisme (Van Houtum, https://tinyurl.com/3dzuchb4) en geopolitiek realisme – of misschien zelfs geopolitiek cynisme (De Wijk).

Read article

840

Portugese diplomaat die joden redde

Culture, Europese politiek

december 28, 2021

Dit is het verhaal van de Portugese diplomaat die duizenden redde van de nazi’s. Terwijl het Duitse leger door Frankrijk marcheerde, stond Aristides de Sousa Mendes voor een keuze: zijn regering gehoorzamen of zijn geweten volgen – en alles riskeren

Beeld: Sandra Dionisi
Tekst: Chanan Tigay

(Smithsonian Magazine) Vertaald met DeepL.

De Portugese diplomaat Aristides de Sousa Mendes diende als consul-generaal in Frankrijk toen de nazi’s het land binnenvielen.

Het was de tweede week van juni 1940, en Aristides de Sousa Mendes kwam zijn kamer niet uit. Sousa Mendes, consul-generaal van Portugal in Bordeaux, Frankrijk, woonde in een grote flat met uitzicht op de rivier de Garonne met zijn vrouw en een aantal van hun 14 kinderen – die zich allemaal steeds meer zorgen begonnen te maken.
Als aristocraat en levensgenieter hield Sousa Mendes veel van zijn gezin. Hij hield van wijn. Hij hield van Portugal, en schreef een boek waarin hij dit “land van dromen en poëzie” verheerlijkte. Hij hield ervan om populaire Franse deuntjes te brullen, vooral Rina Ketty’s “J’attendrai,” een teder liefdesliedje dat in de veranderende context van de oorlog een hymne voor de vrede werd. En Sousa Mendes hield van zijn minnares, die vijf maanden zwanger was van zijn 15e kind. Hij vond iets om over te lachen, herinneren familieleden zich, zelfs in de slechtste tijden. Maar nu, geconfronteerd met de meest ingrijpende beslissing van zijn leven, had hij zich afgesloten. Hij weigerde zijn kamer te verlaten, zelfs niet om te eten. “De situatie is hier verschrikkelijk,” schreef de 54-jarige diplomaat aan zijn zwager, “en ik lig in bed met een ernstige zenuwinzinking.”
De kiem voor de ineenstorting van Sousa Mendes was een maand eerder gelegd, toen Hitler op 10 mei 1940 zijn invasie van Frankrijk en de Lage Landen begon. Binnen enkele weken werden miljoenen burgers uit hun huizen verdreven, wanhopig om het oprukkende Duitse leger voor te blijven. Een vertegenwoordiger van het Rode Kruis in Parijs noemde het “het grootste burgervluchtelingenprobleem in de Franse geschiedenis”. De New York Times-correspondent Lansing Warren, die later door de nazi’s werd gearresteerd, telegrafeerde naar huis: “Zoiets is nog nooit vertoond. In een land dat al vol zat met evacués uit de oorlogsgebieden, slentert de helft van de bevolking van de Parijse regio, een groot deel van België, en tien tot twaalf departementen van Frankrijk, ergens tussen de 6 en 10 miljoen mensen in totaal, langs de wegen in particuliere auto’s, in vrachtauto’s, op fietsen en te voet.”

Lees verder achter deze link:

https://tinyurl.com/3h6vu38w

Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)

Read article

743

Adopteer een oorlogsgraf

Geen onderdeel van een categorie

oktober 15, 2021

Vandaag ontving ik het bericht dat ik Keith heb geadopteerd en ook Alan, Horace, Frederick, Leslie en William.

Het adoptiecertificaat vermeldt ook wat deze adoptie inhoudt en wat ik daarvoor moet doen. Ik beloof hun nagedachtenis levend te houden door hun levensverhalen te documenteren en door te vertellen.

Ik doe de gelofte dat ik begrijp dat vrede, vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn. Dat hiervoor grote offers zijn gebracht in het verleden, maar ook in het heden. Daarom wil ik de nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers in ere houden.

Ik heb Keith, Alan, Horace, Frederik, Leslie en William ontmoet tijdens een avondwandeling met mijn vrouw, Karin, in de omgeving van ons nieuwe huis in Beverwijk. We passeerden de gemeentelijke begraafplaats Duinrust en het toegangshek stond open dus we besloten een kijkje te nemen.

En daar liggen ze begraven. Ieder onder een identieke gedenksteen in een Commonwealth oorlogsgraf.

Onze belangstelling voor oorlogsgraven en het herdenken van gevallenen is een beetje bovengemiddeld omdat Karins zoon Timo ook rust in een oorlogsgraf. Op het militair ereveld in Loenen. Timo sneuvelde in 2007 in Afghanistan, 20 jaar oud. Het verdriet om hem is nog altijd voelbaar.

Maar wie heeft er nog verdriet om Keith, Alan, Horace, Frederick, Leslie en William die sneuvelden in 1943?

Bij de graven staat een plaquette met de volgende tekst:

In de nacht van 11 op 12 juni 1943 vond een grote aanval plaats van geallieerde bommenwerpers op een aantal Duitse steden, waaronder Dortmund, Düsseldorf en Munster. Aan deze raid namen niet minder dan 783 vliegtuigen deel, waarvan er die nacht 38 verloren gingen.

De Lancaster W47 91 PH-W, van het 12e squadron, werd op zijn terugreis naar Engeland aangeschoten. Ongeveer om drie uur ’s nachts kwam dit toestel brandend naar beneden en sloeg met een doffe slag nabij Paasduin in Wijk aan Zee tegen de grond, waarbij alle zeven bemanningsleden hun leven verloren. De zeven omgekomenen werden begraven op Duinrust. De lichamen waren dermate verminkt dat alleen dat van sergeant-vlieger Berry kon worden geïdentificeerd.

Omdat men de verbrande lichamen nooit heeft kunnen identificeren is het onzeker dat de nadien geplaatste grafstenen op de juiste plaats staan, op die van Berry na. Pas na de bevrijding heeft men de andere namen kunnen vaststellen. De later geplaatste grafstenen tonen het embleem van het wapen waaronder men diende, dan volgen legernummer, rang, naam, functie, sterfdatum en leeftijd van de betrokken en eventueel een kruis, en tenslotte in veel gevallen een korte tekst in de Engelse taal.

Sergeant-vlieger Weston Robert Berry, 29 jaar, was afkomstig uit Dungong, gelegen in Nieuw Zuid Wales, Australië. Op zijn steen staat de tekst: “Hij stierf opdat wij zouden leven.”

Sergeant William Edward Cunliffe, navigator, 28 jaar, had zich vrijwillig als militair gemeld. Hij was gehuwd en woonde in Hyte gelegen in Kent Op zijn steen staat: “De vrucht van dapperheid, vergaard in de oogst van eeuwige vrede”

Sergeant Keith Benedict Davidson, boordschutter.

Sergeant Alan Arthur Gill, bommenrichter, 20 jaar en daarmee het jongste lid van de bemanning, Ook hij was oorlogsvrijwilliger en afkomstig uit Sherburg in Elment, een kleinere plaats in Yorkshire. Het opschrift op zijn steen luidt: “Gedachten vandaag-herinneringen altijd aan een dierbare zoon en broer”.

Sergeant Frederick Norman Pink, boordwerktuigkundige, 26 jaar. Had zich vrijwillig gemeld in de strijd tegen de nazi’s. Hij kwam uit Peckham, een deelgemeente van Londen. Hier luiden de woorden: “Tot nu toe, wat slapen-wat sluimeren, wat handen vouwen om te slapen”.

Sergeant Horace Shepherd, piloot, 29 jaar. Deze vrijwilliger was ongehuwd en woonde in Rhyl in Flints-hire. Op zijn steen leest men: “Zonder afscheid viel hij in slaap – slechts herinneringen blijven bewaard”.

Sergeant Leslie Stephenson, radiotelegrafist.

Achter de grafsteen van sergeant Stephenson ligt de Canadees Howard Cedric Treherne, officier-vlieger van de Royal Canadian Air Force begraven. Zijn lichaam werd 14 augustus 1943 op het strand te Wijk aan Zee bij paal 52,3 gevonden, en ’s avonds op 16 augustus op Duinrust begraven.

De Lancaster van Treherne, die navigator was, stortte op 29 juni 1943 neer in zee nabij Den Helder, waarbij alle zeven bemanningsleden omkwamen.

De piloot van deze Lancaster ligt begraven op de Oorlogsbegraafplaats in Bergen op Zoom, twee anderen in Castricum en drie andere bemanningsleden  worden nog steeds vermist. Treherne was afkomstig uit de Canadese havenplaats Truro in Nova Scotia. Hij was gehuwd, en was 22 jaar oud.

Dit is wat er staat op de plaquette.

Het waren twintigers met nog een heel leven voor zich. Als ze de Tweede Wereldoorlog zouden hebben overleefd, dan zouden zij nu hoogbejaarde mannen zijn geweest. Of waarschijnlijk zouden ze niet meer hebben geleefd want waren ze overleden waaraan een mens voortijdig kan overlijden, ziekte of een ongeluk. Maar daar gaat het niet om. Toen waren het twintigers met de illusies van twintigers. Er werd een beroep op ze gedaan en ze gingen en hoopten er het beste van. Daaraan danken wij onze vrede, vrijheid en veiligheid.

Karin en ik hebben er al eens een bloem neergelegd op elk van die zes graven. Nu aan de slag met die levensverhalen. Als er iemand is die denkt dat hij of zij mij daarbij kan helpen, ik houd me aanbevolen.

Erwin van den Brink

Read article

2182

Volkskroniek over hoe vrijheid 75 jaar geleden begon

Cities, Culture, Lifestyle, People, Travel

juni 16, 2020

Een collectief plakboek over Europa, het continent van de verpozing

Tijdens zijn gedwongen verblijf in Duitsland in de Tweede Wereldoorlog begon mijn vader, Wim van den Brink, met fotograferen. Hij is er zijn verdere leven mee doorgegaan. Hij fotografeerde tijdens de vele reizen door Europa die hij vanwege zijn werk maakte en tijdens de vakanties met zijn gezin. De beelden vormen een kroniek van het alledaagse leven in Europa vanaf 1943 tot aan zijn dood in 2007.  Maar zijn ook onderdeel van een veel omvangrijker verborgen volkskroniek van het gewone leven door talloze amateurfotografen. Een collectief, vergeten plakboek want er moeten miljoenen van zulke bijna verloren beelden zijn weggeborgen in dozen en albums.

Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

Op de laatste foto in de serie die mijn vader maakte tijdens zijn internering in Duitsland (1943-1945), is hij na de capitulatie op weg naar huis. Hier poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

Telkens als ik nadenk over Europa, kijk ik weer terug in het schriftje van mijn vader dat ik als kind al af en toe tevoorschijn haalde vanachter de schuifdeurtjes op zolder. Daar lag het tussen oude boeken en paperassen, samen met een camera die hij had meegenomen uit Duitsland. Het is een gewoon schoolschrift met gelinieerde pagina’s maar het bevat enkele tientallen ingeplakte foto’s van ongeveer negen bij zeven bij centimeter gemaakt met die Zeiss Ikon balgcamera die in de jaren 1940 in Duitsland een heel gangbaar model was. De foto’s zijn klein maar behoorlijk scherp.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945  samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945 samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Ze vormen een reportage over de ruim twee jaar dat hij in Berlijn verbleef, vanaf het voorjaar 1943 – nadat hij kort na zijn achttiende verjaardag was opgepakt – tot en met zijn repatriëring na de capitulatie in juni 1945. Het was zijn eerste buitenlandse reis. De foto’s laten de plekken zien waar hij verbleef en de mensen waarmee hij optrok. Op sommige staat hij zelf, alleen of met anderen. Vermoedelijk zijn die gemaakt met de zelfontspanner. Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

San Marcoplein, Venetie, 1962.

San Marcoplein, Venetie, 1962.

In 1988 ging ik met hem en het schriftje terug naar Berlijn. Hij was toen even oud als ik nu: begin zestig. Hij vond het een godswonder dat hij de oorlog had overleefd als je bedenkt hoeveel dood en verderf er tijdens die oorlogsjaren om hem heen was gezaaid. Door de geallieerde bombardementen en vooral de laatste weken en dagen in de slag om Berlijn. Op een van de foto’s zie je mijn vader met Russische soldaten (‘onze bevrijders’, staat er onder) van wie er eentje een verband om zijn hoofd heeft. De overige foto’s ademen een alledaagse, bijna een vakantiesfeer. Veel tekst staat er niet in het schriftje. Mijn vader was geen schrijver. Hij was technicus, scheikundige.

 

Noorwegen, 1961.

Noorwegen, 1961.

Maar hij praatte graag. Wij hadden een goede band dus praatten we veel met elkaar. Dat ging vaak over koetjes en kalfjes. Over hoe we tegen het leven aankeken. Soms over de dood van zijn eerste vrouw, mijn moeder. Dat was een verdriet dat hij nooit helemaal te boven is gekomen ook niet in het lange en gelukkige huwelijk dat erop volgde met een vriendin van mijn moeder, mijn tweede moeder.

 

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Zijn spraakzaamheid gaf mij de gelegenheid hem in Berlijn eens goed uit te horen over die twee oorlogsjaren. Toen bleek mij hoeveel hij niet had gefotografeerd en misschien ook niet had willen zien. De verwoesting, de doden. Hij was geen oorlogsfotograaf. Hij was een huis-tuin-en-keuken-fotograaf en nog een tamelijk middelmatige ook. Maar hij had geen last van artistieke pretenties. In geen van de dingen die hij deed trouwens was hij ooit pretentieus. Dat hij enkele aardige foto’s, dia’s en films heeft nagelaten komt doordat hij verzot was op apparaten en die te pas en te onpas gebruikte. Een apparaat in zijn buurt was voor hem nooit veilig. Knopjes zijn om aan te draaien, schroefjes draaide hij los zodat hij binnenin kon kijken. Als het stuk was, maakte hij het.

 

Stresa, bij Milaan, 1967.

Stresa, bij Milaan, 1967.

Wat hij wel fotografeerde in Berlijn was het veilige onderkomen dat hij, na te zijn weggebombardeerd uit een pension aan de Muskauerstrasse, vond bij een familie buiten de stad. En ook de laatste episode, het bivakkeren met een stel andere her en der in Europa geronselde Arbeitseingesetzden – dwangarbeiders – in een Ferienlager, een verlaten vakantiepark aan een meer. Daar konden ze zich levend en wel aan de oprukkende Russen overgeven. Zijn hospita had toen met alle andere Duitsers allang de benen genomen. Ze wilden in handen van Amerikanen vallen.

Milaan, 1967

Milaan, 1967

 

Deze vrouw bij wie hij enige tijd inwoonde noemt hij in een van de fotobijschriften ‘meine Pflegemutti’.  Zij had zich over hem ontfermd. Mijn vader zag er niet bepaald arisch uit. Hij was klein en had een dichte bos pikzwart haar, donkerbruine ogen en een ietwat getinte huid. Hij had voor joods kunnen doorgaan. Aan moederszijde had hij inderdaad verre joodse voorouders. De familie was lang geleden rooms-katholiek geworden. Waarschijnlijk is een groot gedeelte van de mensheid wel enigszins joods als het gaat om verre afstamming. Zijn van contradicties vergeven rassenleer is een van de absurditeiten van het Nazisme.

 

In de Dolomieten, 1960

In de Dolomieten, 1960

Ik denk dat vanwege zijn jongensachtige voorkomen en door zijn blijmoedige natuur en oprechtheid, die hij zijn hele leven behield, dat daarom ook toen ver van huis in Duitsland, de juiste mensen zich over hem ontfermden: Die vrouw, maar ook zijn leidinggevende in de fabriek. Dat heeft hem geholpen de oorlog heelhuids door te komen: Niet alle Duitsers waren ‘rotmoffen’.

 

Hydepark, Londen, 1968

Hydepark, Londen, 1968

Na de oorlog ging mijn vader aan de slag bij de Mekog (Maatschappij voor Exploitatie van Kooks Oven Gassen) een onderdeel van Hoogovens in IJmuiden. Mekog maakte kunstmest en dat was essentieel voor de Wederopbouw: Europa leed vlak na de Tweede Wereldoorlog aan massale ondervoeding en het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid was met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal een van de vroege pijlers onder de Europese samenwerking.

 

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Kunstmestkorrels worden erg gemakkelijk vochtig en gaan dan klonteren. De mestkorrels zijn dan niet meer gelijkmatig over het land te verspreiden. Mijn vader specialiseerde zich in het ontwikkelen van vochtwerende en later waterdichte zakverpakkingen om de massale transportschade te voorkomen en van de machines die daarvoor nodig waren. Dat bracht hem al vroeg in de jaren zestig op zakenreis door Europa op bezoek bij allerlei bouwers van verpakkingsmachines: Italië, Finland, Groot-Brittannië, Duitsland, maar ook Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Waar mogelijk maakte hij foto’s.

 

Venetie, 1962

Venetie, 1962

Mijn vader zaliger staat voor mij een beetje model voor de doorsnee-Europeaan die (in zijn geval) met een Kodak en later een Pentax kleinbeeldcamera vooral dia’s maakte op zijn reizen die een tijdsbeeld geven van de periode 1960-1990 – en eigenlijk ook 1943-1945. Dus liet hij ons als kleine kinderen al de Arc de Triomphe, de toren van Pisa en Piccadilly Circus zien. De mensen die hij ontmoette op zijn reizen kwamen ook naar Nederland, IJmuiden. Ze kwamen bij ons over de vloer, wederopbouwtechneuten uit de industrie: Britten, Italianen, Duitsers.

 

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. 'Meine Pflegemutti'.

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. ‘Meine Pflegemutti’.

Bij het opruimen en ordenen van zijn audiovisuele nalatenschap (zodra er homevideo was, had hij een ook een videocamera) realiseerde ik mij dat er op talloze zolders zo Europees audiovisueel erfgoed verborgen moet liggen, foto’s, dia’s, polaroids, achtmillimeter films, videobanden. Wat toegankelijk is gemaakt en is gecatalogiseerd dat zijn veel nieuwsfoto’s, reclamebeelden, films en televisiebeelden. Professioneel beeld. Amateurbeeld vindt slechts sporadisch een weg naar de openbaarheid, bijvoorbeeld via een rommelmarkt of antiquariaat.

 

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Europese reisbestemmingen waren zeker tot de millenniumwisseling voor de meeste gewone mensen de maximale actieradius. Pas later in zijn carrière ging mijn vader ook wel eens naar Amerika en Azië. Massaal globe trottende backpackers, voor wie dat de gewoonste zaak van de wereld is, zijn een betrekkelijk recent verschijnsel: millennials.

Sinds 2000 is het aantal jonge back packers van over de hele wereld dat in Europa rondreist geëxplodeerd en daarmee de hoeveelheid ‘content’ die ze via hun devices uploaden.

 

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders - met driekleur.

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders – met driekleur.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

 

Analoog amateurbeeld van voor die tijd blijft, zolang het niet is gedigitaliseerd, ingescand, grotendeels onzichtbaar en onvindbaar. Het toerisme van Europeanen binnen Europa kwam op vanaf de jaren 1950 door de bus en de trein en vanaf de jaren 1960 ook dankzij het vliegtuig en de gezinsauto. Op regenachtige herfstzondagmiddagen werd de vakantieoogst voorzien van tekstuitleg ingeplakt in albums: Foto’s afgewisseld met tickets, brochures, ansichtkaarten en andere memorabilia.

 

Europa is in de loop van de twintigste eeuw en zeker na de Tweede Wereldoorlog het continent van de verpozing geworden. Een grote bezienswaardigheid. De badplaatsen, kuuroorden, het reisje langs de Rijn, de riviera’s, de costa’s. De steden, musea, theaters, festivals.

 

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Europa is ook het continent van de kleine burgerman met monsieur Hulot en mr. Bean als archetypische persiflages van onszelf. ‘Les Vacances de mr. Hulot’ (1953, Jacques Tati) is even tijdloos typisch Europees als Mr. Bean Goes on holiday (2007, Rowan Atkinson).

 

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Die kleine man heeft zich decennia hemelmaal suf gefotografeerd en gefilmd en gaat daar tegenwoordig digitaal onverdroten mee door. En dat alles lijkt gedoemd tot vergetelheid. Tenzij we die beelden voorzien van een verhaal en ze opnemen in het grote Europese familiealbum, een collectief plakboek dat onze continentale volksziel blootlegt.

 

We nodigen iedereen uit eigen fotomomenten over Europa met The Soul of Europe te delen en dat te delen met je vrienden. En vraag die dat ook weer met hun vrienden te delen. En vergeet niet te zeggen dat ook die het weer moeten delen met hun vrienden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read article

1336

Eindelijk weer vrij (Berlijn, juli 1945)

Cities, Culture, People, Video

mei 19, 2020

De ziel van Europa was zeker te vinden in het vooroorlogse Berlijn, de Pruissisch-verlichte geest van Frederik de Grote maar ook de ziel van Alfred Döblin’s roman ‘Berlin Alexanderplatz’. De door de nationaal-socialisten begonnen Tweede Wereldoorlog had Berlijn in 1945 ontzield net zoals het hart was weggerukt uit Zadkine’s Stad zonder Hart Rotterdam.
Maar deze film laat zien hoe de mensen na bij zinnen te zijn gekomen toch hun laatste restje hoop bij elkaar scharrelen en de draad van het leven weer oppakken.
Döblins bekendste en succesrijkste werk is Berlin Alexanderplatz, dat verfilmd werd. Een grote stadsroman (1929) over hoeren, pooiers, moordenaars en dieven en een ex-boef (Franz Biberkopf) die op het rechte pad wil komen, wat niet lukt. Franz stelt het individuele voor. Hij is individu. Een arbeider die uit de gevangenis vrijkomt en die zijn uiterste best doet om wederom ‘fatsoenlijk’ te worden, maar desondanks met de verzamelde krachten van de Berlijnse onderwereld te maken krijgt. Na een zoektocht naar zijn eigen identiteit in de anonieme massa verovert hij zich een plaats als lid van de gemeenschap. De roman werd door de nazi’s verboden en maakte deel uit van de boekverbrandingen in mei 1933.

Waarom vrijheid belangrijk is? Wel nu dan, hier om dus. Niks zeggen. Gewoon kijken.

 

(https://nl.wikipedia.org/wiki/Alfred_D%C3%B6blin)

Read article

1264

Anne Frank als vlogger (op Youtube, 30 maart-4 mei)

Culture, News

april 25, 2020

Screen Shot 2020-04-25 at 07.01.25

(© Anne Frank Stichting 2020 / Foto van Ray van der Bas)

De Anne Frank Stichting heeft een serie geproduceerd op Youtube waarin ze de jonge dagboekschrijver voorstelt als een vlogger.  Het museum wil zo om een jongere generatie  bereiken. Door de geschiedenis op nieuwe manieren te vertellen. De stichting denkt zo “jonge mensen te bereiken die minder snel een boek pakken [maar die] wel video’s bekijken op sociale media”.

(geciteerd uit een artikel in  smithsonianmag.com door Theresa Machemer.)

 

De Anne Frank Stichting is sinds 1960 een belangrijke beheerder van de erfenis van de dagboekschrijver. Omdat de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog vervaagten zoekt de instelling naar nieuwe manieren om de geschiedenis van de Holocaust te levend te houden. Vandaar het ‘Anne Frank Videodagboek’, een 15-delige YouTube-serie met de 13-jarige actrice Luna Cruz Perez. Elke maandag en donderdag tussen 30 maart en 4 mei komen de vijf tot tien minuten durende filmpjes uit waarin Anne onder andere haar relaties met andere bewoners van het ‘het achterhuis’, haar blije reactie op D-Day en haar voortdurende angst om ontdekt te worden, aan de orde komen. Het is geen verfilming van het dagboek maar een vlog door Anne

Volgens Nina Siegal van de New York Times kunnen gebruikers in 60 landen de Nederlandstalige serie naast de ondertitels in vijf talen bekijken. De Anne Frank Stichting legt de kracht van de video’s uit in een lange FAQ-pagina: “De kracht van het dagboek is dat Anne direct met je praat en je een persoonlijke en aangrijpende blik in haar leven geeft. … We willen de groep jongeren op dezelfde persoonlijke en aangrijpende manier bereiken via [het] videodagboek van Anne Frank. De videocamera neemt de plaats in van het dagboek, maar de aanpak blijft hetzelfde: Anne spreekt direct tot je en nodigt je uit in haar wereld en haar gedachten.

In dezelfde FAQ beargumenteert het museum zijn onconventionele aanpak, waarbij het erop wijst dat “jongeren die minder snel een boek oppakken… wel video’s bekijken op sociale media”. Het project heeft oogst kritiek. Rich Brownstein, docent aan Yad Vashem’s International School for Holocaust Studies, beschrijft in de Jerusalem Post de serie, die in Israël te zien is, als een verbijsterende ervaring voor volwassenen, hoewel hij toegeeft dat de serie “een voorbereiding op het lezen Anne Frank kan zijn maar niet meer dan een aanvulling op het dagboek”.

 

Brownstein vergelijkt het initiatief met de Eva stories, een controversiële serie uit 2019 die het oorlogsdagboek van het Hongaarse meisje Eva Heyman omvormde naar een Instagram-account: “Beide producties ondermijnen expliciet de waarheidsgetrouwheid,” argumenteert hij, “en suggereren dat de adolescenten van vandaag niet in staat zijn om de traditionele vertelling te begrijpen.” Haaretz’s Avshalom Halutz, ondertussen, stelt dat de videodagboeken afkeer opwekken, maar zegt dat het project ook fascinerend is en veel goede kwaliteiten heeft.

Het “Anne Frank Videodagboek” richt zich op de periode van maart tot en met augustus 1944, wanneer Anne en de zeven andere Joden in het achterhuis na twee jaar onderduik worden gearresteerd. Hoewel een groot deel van de dialoog geïmproviseerd is, komen alle gebeurtenissen in de serie overeen met de gebeurtenissen die Anne beschrijft.

“We verzinnen het niet”, vertelt museumdirecteur Ronald Leopold aan Haaretz. In de nieuwe bewerking geeft Anne’s vader, Otto, haar een videocamera voor haar 13e verjaardag. De serie mixt korte filmpjes van het leven van de Franken voorafgaand aan de onderduik met overzichten van het leven in het achterhuis, die de vier leden van de familie Frank deelden met Auguste, Hermann en Peter van Pels en tandarts Fritz Pfeffer.

Bron:  Smithsonian Magazine, https://www.smithsonianmag.com/smart-news/new-project-anne-frank-house-reimagines-young-diarist-vlogger-180974734/?utm_source=smithsoniandaily&ut… 3/3

Het ‘Anne Frank Videodagboek’ richt zich op de maanden maart tot en met augustus 1944. ( © Anne Frank Stichting 2020 / Foto van Ray van der Bas)

Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)

Read article