MENU

open samenleving
Tag Archive

758

Volkskroniek over hoe vrijheid 75 jaar geleden begon

Cities, Culture, Lifestyle, People, Travel

juni 16, 2020

Een collectief plakboek over Europa, het continent van de verpozing

Tijdens zijn gedwongen verblijf in Duitsland in de Tweede Wereldoorlog begon mijn vader, Wim van den Brink, met fotograferen. Hij is er zijn verdere leven mee doorgegaan. Hij fotografeerde tijdens de vele reizen door Europa die hij vanwege zijn werk maakte en tijdens de vakanties met zijn gezin. De beelden vormen een kroniek van het alledaagse leven in Europa vanaf 1943 tot aan zijn dood in 2007. Maar zijn ook onderdeel van een veel omvangrijker verborgen volkskroniek van het gewone leven door talloze amateurfotografen. Een collectief, vergeten plakboek want er moeten miljoenen van zulke bijna verloren beelden zijn weggeborgen in dozen en albums.

Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

Op de laatste foto in de serie die mijn vader maakte tijdens zijn internering in Duitsland (1943-1945), is hij na de capitulatie op weg naar huis. Hier poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

Telkens als ik nadenk over Europa, kijk ik weer terug in het schriftje van mijn vader dat ik als kind al af en toe tevoorschijn haalde vanachter de schuifdeurtjes op zolder. Daar lag het tussen oude boeken en paperassen, samen met een camera die hij had meegenomen uit Duitsland. Het is een gewoon schoolschrift met gelinieerde pagina’s maar het bevat enkele tientallen ingeplakte foto’s van ongeveer negen bij zeven bij centimeter gemaakt met die Zeiss Ikon balgcamera die in de jaren 1940 in Duitsland een heel gangbaar model was. De foto’s zijn klein maar behoorlijk scherp.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945  samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945 samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Ze vormen een reportage over de ruim twee jaar dat hij in Berlijn verbleef, vanaf het voorjaar 1943 – nadat hij kort na zijn achttiende verjaardag was opgepakt – tot en met zijn repatriëring na de capitulatie in juni 1945. Het was zijn eerste buitenlandse reis. De foto’s laten de plekken zien waar hij verbleef en de mensen waarmee hij optrok. Op sommige staat hij zelf, alleen of met anderen. Vermoedelijk zijn die gemaakt met de zelfontspanner. Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

San Marcoplein, Venetie, 1962.

San Marcoplein, Venetie, 1962.

In 1988 ging ik met hem en het schriftje terug naar Berlijn. Hij was toen even oud als ik nu: begin zestig. Hij vond het een godswonder dat hij de oorlog had overleefd als je bedenkt hoeveel dood en verderf er tijdens die oorlogsjaren om hem heen was gezaaid. Door de geallieerde bombardementen en vooral de laatste weken en dagen in de slag om Berlijn. Op een van de foto’s zie je mijn vader met Russische soldaten (‘onze bevrijders’, staat er onder) van wie er eentje een verband om zijn hoofd heeft. De overige foto’s ademen een alledaagse, bijna een vakantiesfeer. Veel tekst staat er niet in het schriftje. Mijn vader was geen schrijver. Hij was technicus, scheikundige.

 

Noorwegen, 1961.

Noorwegen, 1961.

Maar hij praatte graag. Wij hadden een goede band dus praatten we veel met elkaar. Dat ging vaak over koetjes en kalfjes. Over hoe we tegen het leven aankeken. Soms over de dood van zijn eerste vrouw, mijn moeder. Dat was een verdriet dat hij nooit helemaal te boven is gekomen ook niet in het lange en gelukkige huwelijk dat erop volgde met een vriendin van mijn moeder, mijn tweede moeder.

 

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Zijn spraakzaamheid gaf mij de gelegenheid hem in Berlijn eens goed uit te horen over die twee oorlogsjaren. Toen bleek mij hoeveel hij niet had gefotografeerd en misschien ook niet had willen zien. De verwoesting, de doden. Hij was geen oorlogsfotograaf. Hij was een huis-tuin-en-keuken-fotograaf en nog een tamelijk middelmatige ook. Maar hij had geen last van artistieke pretenties. In geen van de dingen die hij deed trouwens was hij ooit pretentieus. Dat hij enkele aardige foto’s, dia’s en films heeft nagelaten komt doordat hij verzot was op apparaten en die te pas en te onpas gebruikte. Een apparaat in zijn buurt was voor hem nooit veilig. Knopjes zijn om aan te draaien, schroefjes draaide hij los zodat hij binnenin kon kijken. Als het stuk was, maakte hij het.

 

Stresa, bij Milaan, 1967.

Stresa, bij Milaan, 1967.

Wat hij wel fotografeerde in Berlijn was het veilige onderkomen dat hij, na te zijn weggebombardeerd uit een pension aan de Muskauerstrasse, vond bij een familie buiten de stad. En ook de laatste episode, het bivakkeren met een stel andere her en der in Europa geronselde Arbeitseingesetzden – dwangarbeiders – in een Ferienlager, een verlaten vakantiepark aan een meer. Daar konden ze zich levend en wel aan de oprukkende Russen overgeven. Zijn hospita had toen met alle andere Duitsers allang de benen genomen. Ze wilden in handen van Amerikanen vallen.

Milaan, 1967

Milaan, 1967

Deze vrouw bij wie hij enige tijd inwoonde noemt hij in een van de fotobijschriften ‘meine Pflegemutti’. Zij had zich over hem ontfermd. Mijn vader zag er niet bepaald arisch uit. Hij was klein en had een dichte bos pikzwart haar, donkerbruine ogen en een ietwat getinte huid. Hij had voor joods kunnen doorgaan. Aan moederszijde had hij inderdaad verre joodse voorouders. De familie was lang geleden rooms-katholiek geworden. Waarschijnlijk is een groot gedeelte van de mensheid wel enigszins joods als het gaat om verre afstamming. Zijn van contradicties vergeven rassenleer is een van de absurditeiten van het Nazisme.

 

In de Dolomieten, 1960

In de Dolomieten, 1960

Ik denk dat vanwege zijn jongensachtige voorkomen en door zijn blijmoedige natuur en oprechtheid, die hij zijn hele leven behield, dat daarom ook toen ver van huis in Duitsland, de juiste mensen zich over hem ontfermden: Die vrouw, maar ook zijn leidinggevende in de fabriek. Dat heeft hem geholpen de oorlog heelhuids door te komen: Niet alle Duitsers waren ‘rotmoffen’.

 

Hydepark, Londen, 1968

Hydepark, Londen, 1968

Na de oorlog ging mijn vader aan de slag bij de Mekog (Maatschappij voor Exploitatie van Kooks Oven Gassen) een onderdeel van Hoogovens in IJmuiden. Mekog maakte kunstmest en dat was essentieel voor de Wederopbouw: Europa leed vlak na de Tweede Wereldoorlog aan massale ondervoeding en het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid was met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal een van de vroege pijlers onder de Europese samenwerking.

 

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Kunstmestkorrels worden erg gemakkelijk vochtig en gaan dan klonteren. De mestkorrels zijn dan niet meer gelijkmatig over het land te verspreiden. Mijn vader specialiseerde zich in het ontwikkelen van vochtwerende en later waterdichte zakverpakkingen om de massale transportschade te voorkomen en van de machines die daarvoor nodig waren. Dat bracht hem al vroeg in de jaren zestig op zakenreis door Europa op bezoek bij allerlei bouwers van verpakkingsmachines: Italië, Finland, Groot-Brittannië, Duitsland, maar ook Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Waar mogelijk maakte hij foto’s.

 

Venetie, 1962

Venetie, 1962

Mijn vader zaliger staat voor mij een beetje model voor de doorsnee-Europeaan die (in zijn geval) met een Kodak en later een Pentax kleinbeeldcamera vooral dia’s maakte op zijn reizen die een tijdsbeeld geven van de periode 1960-1990 – en eigenlijk ook 1943-1945. Dus liet hij ons als kleine kinderen al de Arc de Triomphe, de toren van Pisa en Piccadilly Circus zien. De mensen die hij ontmoette op zijn reizen kwamen ook naar Nederland, IJmuiden. Ze kwamen bij ons over de vloer, wederopbouwtechneuten uit de industrie: Britten, Italianen, Duitsers.

 

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. 'Meine Pflegemutti'.

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. ‘Meine Pflegemutti’.

Bij het opruimen en ordenen van zijn audiovisuele nalatenschap (zodra er homevideo was, had hij een ook een videocamera) realiseerde ik mij dat er op talloze zolders zo Europees audiovisueel erfgoed verborgen moet liggen, foto’s, dia’s, polaroids, achtmillimeter films, videobanden. Wat toegankelijk is gemaakt en is gecatalogiseerd dat zijn veel nieuwsfoto’s, reclamebeelden, films en televisiebeelden. Professioneel beeld. Amateurbeeld vindt slechts sporadisch een weg naar de openbaarheid, bijvoorbeeld via een rommelmarkt of antiquariaat.

 

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Europese reisbestemmingen waren zeker tot de millenniumwisseling voor de meeste gewone mensen de maximale actieradius. Pas later in zijn carrière ging mijn vader ook wel eens naar Amerika en Azië. Massaal globe trottende backpackers, voor wie dat de gewoonste zaak van de wereld is, zijn een betrekkelijk recent verschijnsel: millennials.

Sinds 2000 is het aantal jonge back packers van over de hele wereld dat in Europa rondreist geëxplodeerd en daarmee de hoeveelheid ‘content’ die ze via hun devices uploaden.

 

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders - met driekleur.

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders – met driekleur.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Analoog amateurbeeld van voor die tijd blijft, zolang het niet is gedigitaliseerd, ingescand, grotendeels onzichtbaar en onvindbaar. Het toerisme van Europeanen binnen Europa kwam op vanaf de jaren 1950 door de bus en de trein en vanaf de jaren 1960 ook dankzij het vliegtuig en de gezinsauto. Op regenachtige herfstzondagmiddagen werd de vakantieoogst voorzien van tekstuitleg ingeplakt in albums: Foto’s afgewisseld met tickets, brochures, ansichtkaarten en andere memorabilia.

 

Europa is in de loop van de twintigste eeuw en zeker na de Tweede Wereldoorlog het continent van de verpozing geworden. Een grote bezienswaardigheid. De badplaatsen, kuuroorden, het reisje langs de Rijn, de riviera’s, de costa’s. De steden, musea, theaters, festivals.

 

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Europa is ook het continent van de kleine burgerman met monsieur Hulot en mr. Bean als archetypische persiflages van onszelf. ‘Les Vacances de mr. Hulot’ (1953, Jacques Tati) is even tijdloos typisch Europees als Mr. Bean Goes on holiday (2007, Rowan Atkinson).

 

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Die kleine man heeft zich decennia hemelmaal suf gefotografeerd en gefilmd en gaat daar tegenwoordig digitaal onverdroten mee door. En dat alles lijkt gedoemd tot vergetelheid. Tenzij we die beelden voorzien van een verhaal en ze opnemen in het grote Europese familiealbum, een collectief plakboek dat onze continentale volksziel blootlegt.

 

We nodigen iedereen uit eigen fotomomenten over Europa met The Soul of Europe te delen en dat te delen met je vrienden. En vraag die dat ook weer met hun vrienden te delen. En vergeet niet te zeggen dat ook die het weer moeten delen met hun vrienden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read article

Typisch Europa (1): Speelgoedbouwdozen

Culture, Design, Lifestyle

mei 15, 2020

 

Zoeken naar De ziel van Europa begint met je afvragen wat nou typisch Europees is. Iedereen die de moeite neemt om daar over na te denken kan een lijstje met onderwerpen, zaken, daar over aanleggen.

Onlangs was ik in New York en daar is op Fifth Avenue een enorme Lego-speelgoedwinkel. Het staat niet vast dat het speelgoed in Europa is uitgevonden, maar het moderne kinderspeelgoed ontstond er in de loop van de negentiende eeuw en nam in de twintigste eeuw een hoge vlucht dankzij industriele productiemethoden die in Europa in zwang kwamen. Wie kent niet de blokkendozen met houten of stenen bouwblokjes. Speelgoed maken werd goedkoop en zo konden mensen met een kleine beurs het betalen.

Vervolgens namen ook allerlei andere open speelgoedsystemen zoals het Britse (made in England) Meccano (tegenwoordig Frans!) en het Deense Lego een enorme vlucht maar vergeet ook het Duitse Play

 

Meccano1922

 

 

 

Mobil, eveneens Duitse Fischer Technik, het Duits/Hongaarse Plasticant en het Italiaanse Bambino en Autostrada niet, en in de jaren 1990 het Amerikaanse K’Nex.

Al die open systemen bestaan doorgaans uit in aanleg abstracte elementen zoals staafjes, strips, platen, blokjes die door middel van klikken, inhaken, of met schroefjes en moertjes aan elkaar te bevestigen zijn. Kinderen kunnen zo spelenderwijs bestaande objecten nabouwen uit de grote mensenwereld zoals huizen, auto’s en dergelijke. Het is enorm goed voor de ontwikkeling van het kinderbrein: je leert ruimtelijk denken, het prikkelt je fantasie en test je vindingrijkheid.

Europa je bent speels.

http://www.girdersandgears.com/index.html

https://www.toyindustries.eu/

https://www.spielwarenmesse.de/magazine//language/1/

Read article

495

Typisch Europa (Een encyclopedische zoektocht naar de Europese ziel)

Culture

mei 14, 2020

 

B8sJnUMIIAA3T7x.jpg_large

De vraag die mij bezig houdt is: Kun je in deze geglobaliseerde wereld spreken over wanneer ‘iets’ nou typisch Europees is? Zoals de hamburger ‘Amerikaans’ is en de pizza ‘Italiaans’? Hamburger, daar ga je al: Dat verwijst toch naar de Duitse stad Hamburg? En in welk land worden in absolute zin de meeste pizza’s gegeten? Juist: in de Verenigde Staten en niet in Italie (checken). Ja, maar de pizza is ooit in Italie bedacht. Een plat ovenbrood met garnituur er op, blijkt echter niet typisch Italiaans te zijn.

 

En hoe zit dat met de Citroen DS? De Weense wals? De ansichtkaart? Terrasjes? De fiets? Patat frites? Wijn? Bier? Kamperen? De bedevaart? De uitvaart? De volkszanger? Het chanson, de Schlager? De optocht? De processie? De klomp, de molen, de tulp en kaas, hoe Nederlands zijn die?

 

Er zijn tal van voorwerpen, gewoontes, tradities, de dingen waarmee we ons omringen, dingen die we doen, die deel uitmaken van ons leven, van onze levensstijl, die je behalve als ‘Nederlands’ (of ‘Frans’ of wat dan ook) ook ‘typisch Europees’ kunt noemen.

 

‘Europees’ is geen nationaliteit. Dat is Nederlands, Belgisch, of datgene dat vermeld staat in je paspoort op grond van je geboorteplaats of eventueel latere naturalisatie. Maar ons paspoort is inmiddels ook paspoort van de Europese Unie – dat staat er op – en dat is wel een stap op weg naar een Europese nationaliteit. Onze nationaliteit bepaalt voor menigeen ook mede zijn of haar identiteit. Is er ook een Europese identiteit en in welke ‘typisch’ Europese dingen vindt die uitdrukking?

 

De Amerikaan Jeremy Rifkin roemt in zijn boek The European Dream de langzame, genietende levensstijl in Europa als contrast met de – kennelijk – jachtige oppervlakkige levensstijl in de VS en Azie. Of dit een generalisatie is die geen recht doet aan de rust in Aziatische kloosters of gemoedelijkheid in Amerikaanse dorpen in het midden-westen, is voor discussie vatbaar. We kunnen in elk geval het hier met elkaar over hebben.

 

Hoe zou een Europese encyclopedie er uit zien, welke lemma’s horen daar in thuis?

 

Read article

294

Europa heeft een ziel

Culture

januari 28, 2020

harryjerrycom

 

 

De verhalen die we hier willen delen hebben als strekking dat Europa meer is dan haar supranationale instellingen. Het is een continent met een ziel, een cultuur, een geschiedenis die schuilt in sagen en mythen en in volksverhalen, zowel in oude als in eigentijdse belevenissen van vooral gewone mensen die om allerlei redenen vanuit alle uithoeken naar alle windstreken in Europa reizen.

Die mensen steken nationale grenzen over en zodoende geven ze vorm aan een gedeelde verbeelding over Europa. Deze gedeelde verbeelding is datgene waarover we het eens zijn ondanks taalbarrières, nationale, politieke en culturele tegenstellingen. Het is onze ‘common ground’ die van ons het volk van Europa maakt.

Zonder een volk van mensen die zich Europeaan voelen is elk Europees project gedoemd te mislukken. Daarom nodigen we iedereen die zich verwant voelt met Europa – ook emigranten en immigranten – uit mee te zoeken naar de Europese volksziel door het delen van eigen ervaringen, indrukken en gedachten in woord en beeld.

Read article

2422

Knok eens voor Europa, Mark Rutte, en schuif het niet op de burgers af

Cities, Culture

december 5, 2016

Was dit niet die man die over Europa zei ‘dat we geen behoefte hebben aan ideologische vergezichten’? Natuurlijk moet een politicus OOK naar de burgers luisteren, maar wat hij eerst en bovenal moet doen is ZELF een idee hebben welke kant het op moet. Het politieke discours is een beetje verworden tot een soort Marktplaats voor opportunisten: goed kijken hoe de wind waait, hoe de hazen lopen en daar dan achteraan.
Wat iedereen zo wat vergeten is, is dat het idee van de Europese Unie is ontstaan uit twee oorlogen die op dit continent ontstonden, die de hele wereld in brand zetten en die tientallen miljoenen mensen het leven hebben gekost. Wat de EU een uniek project zonder enig historisch precedent maakt, is dat soevereine staten zich op vrijwillige basis hebben verenigd. En dat er een opt out is: zie de Brexit. Europeanen houden elkaar niet onder de militaire knoet zoals gebruikelijk was in de Sovjet Unie en zoals in China, dat Tibet annexeerde.
Wij zijn geen vazalstaten van ‘Brussel’. Het Europese project heeft wel veel te veel een eigen momentum gekregen, een eigen logica, een elitisme, waardoor het vervreemd is geraakt van ‘de burgers’. Er zijn grote sociale hiaten in ontstaan. Daar moet je dan volgens mij wat aan doen, in plaats van het kind met het badwater weg te gooien via referenda. Dat begint met een inspirerend verhaal: Europa is geen Brusselse fictie. Tachtig procent van het internationale toerisme heeft Europa als bestemming. Europa is het grootste culturele themapark ter wereld en staat als zodanig op het netvlies van elke Aziaat en Amerikaan. Nergens vind je zoveel historische steden op zo’n korte afstand van elkaar, verbonden door zulke frequente en comfortabele spoor- en vliegverbindingen.
De opmerking van Rutte herinnerde mij aan een rede die socioloog Gabriel van den Brink (geen familie van mij) in 2012 hield voor de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en waarin hij de vinger op de zere plek legt. Als politici, die een voorbeeld voor ons zijn, niet bereid zijn te knokken voor Europa, kijk dan ook niet vreemd op als de burgers afhaken in tijden van onzekerheid. Het verval van Europa is niet te wijten aan populisme van onderop, de rot begint aan de top, bij de politieke elite. Dus doe daar wat aan Mark, kom eens met een goed verhaal. Begin maar met de rede van Gabriel van den Brink. Hier staat-ie: http://tinyurl.com/hxrc2ve

 

Read article

2727

Deense krant Politiken over eerste vrouwenmoskee

Culture, News, People

augustus 31, 2016

MOSQUE. The woman behind the project, Sherin Khankan. Foto: Anders Rye Skjoldjensen

MOSQUE. Initiatiefnemer van de eerste Deense vrouwenmoskeer, Sherin Khankan. Foto: Anders Rye Skjoldjensen/Politiken

Openingsfoto: Saliha Maria Fetteh (midden), die de preek verzorgde, Sherin Khankan (rechts), de stichter van de moskeer met Ozlem Cekic, een Deense politicus die het vrijdaggebed bijwoondede.

 

In de Deense krant Politiken aandacht voor dit initiatief dat vervolgens door media in de hele wereld werd opgepikt.

Een kleine moskee in de Deense hoofdstad Kopenhagen heeft een stille revolutie ontketend door vorige week haar eerste vrijdaggebed te laten leiden door een vrouw. Van oudsher wordt het vrijdagsgebed geleid door mannen en vrouwen worden aangemoedigd thuis te bidden. In sommige moskeeën zijn aparte ruimten voor vrouwen, maar die zijn vaak benauwd en alleen bereikbaar vanaf een zijkant of achteringang.

De Mariam moskee in Kopenhagen is een van de weinige in de wereld die wordt bestuurd door vrouwen en tracht de beperking van het vrijdaggebed tot mannen te veranderen.

De moskee is in februari informeel geopend voor ceremonies, maar er moesten meer imams worden geworven vóórdat ze afgelopen vrijdag officieel geopend kon worden. In het gebed ging Sherin Khankan, de oprichter van de moskee, voor met het zingen van de oproep tot gebed, of de adhan. Saliha Marie Fetteh verzorgde de preek, of khutbah, die ging over “vrouwen en Islam in de moderne wereld.” Ongeveer 70 vrouwen van verschillende religieuze achtergronden woonden de dienst in solidariteit bij. Ozlem Alkis Cekic, een Deens politicus en één van de deelnemers, roemde het initiatief op haar officiële Facebook pagina: “Imam Fetteh zei: Wanneer een vrouw een bus kan besturen en kan strijden tegen de islamitische staat, dan kan ze ook imam worden.”

Khankan (41) dochter van een Syrische vader en een Finse moeder kwam 15 jaar geleden met het idee voor de Mariammoskee om een nieuwe generatie van moslimvrouwen aan te trekken die zich niet thuis voelt in traditionele moskeeën. Maar het project werd uitgesteld vanwege anti-islamitische sentimenten in de westerse wereld na 11 september 2001, de datum van de aanslagen in de Verenigde Staten. Ze was het grootste deel van haar tijd kwijt aan het verdedigen van de islam. Maar na het overwinnen van allerlei obstakels is de moskee nu officieel geopend en heeft zich geschaard in wat Khankan “een nieuwe wereldgemeenschap.” noemt. ‘s Werelds oudste vrouwenmoskee bestaat al sinds 1820 in China en Zuid-Afrika heeft er één sinds 1995. Amina Wadud, een gerenommeerd moslimfeministe en student, in Oxford leidde gebeden in 2008, en de eerste vrouwenmoskee van Amerika ging vorig jaar open in Los Angeles. In de Mariammoskee zijn ook vijf huwelijken ingezegend, waaronder een met een interreligieuze ceremonie. Khankan vertelde de Washington Post dat er maandelijks en vrijdagsgebed in de moskee is tot het moment dat ze genoeg “imamahs” heeft om gebeden elke vrijdag te doen. Deze maand opent een islamitische academie om imamahs te trainen en ook anderen onderricht te geven over de religie. “Onze moskee is geïnspireerd door veel dingen en één van hen is de islamitische feministische beweging van de jaren zeventig. Wij zeggen niet dat andere moskeeën geen recht van bestaan hebben, maar het gaat ons om het stichten van een nieuwe gemeenschap. Wat wij doen is eigenlijk niet zo controversieel, het is gebaseerd op kennis, zelfs de vrouw van de Profeet, Aisha, leidde vrouwen in gebed.” De moskee heeft brede steun, Aldus Khankan. Maar ze is ook bekritiseerd door meer conservatieve leden van de moslimgemeenschap. Imam Waseem Hussein van Kopenhagen’s grootste moskee, stelt het project ter discussie: “Moeten we ook een moskee hebben alleen voor mannen? Dat zou ongetwijfeld op protest stuiten bij de Deense bevolking”, zei hij tegen de Deense krant Politiken. Naar aanleiding van kritiek, Khankan: “Wie patriarchale structuren ter discussie stelt zal op weerstand stuiten maar wij laten ons niet uit het veld slaan door deze zwartkijkers.”

Read article

1548

Vluchtelingen vertegenwoordigen het nieuwe vooruitgangsgeloof, het optimisme

Cities, News, Staff Picks

februari 17, 2016

Ik was getroffen door het interview met journalist Ben Judah in het televisieprogramma Buitenhof van 7 februari en ik beveel zijn boek This is London van harte aan. Het verschijnsel dat hij beschrijft – gelukszoekers die de illegaliteit in Europa verkiezen boven het sektarische geweld op talloze plaatsen in het Midden-Oosten en Azie – heeft sterke overeenkomsten met de drijfveren achter de migratie in de eerste helft van de negentiende eeuw, eerst van het platteland naar de steden in Europa en vervolgens naar Amerika. Wat mensenmassa’s in beweging zet is niet hun ellende maar juist de informatie die hen via nieuwe technologie bereikt over een beter leven elders, hoe moeizaam ook. Aan het einde van het gesprek met de interviewer schetst Judah hoe straatarme Afghanen hun wereldbeeld vormen met de BBC Worldservice en dat zij de uitbuiting en illegaliteit in Londen verre te verkiezen vinden boven sterven door een salvo uit een Kalashnikov. Alles is relatief, onderwees techniekhistoricus prof. dr. ir. Harry Lintsen mij. Het proletariaat in de industriesteden in de negentiende eeuw had het daar gewoon beduidend minder slecht dan op het platteland waar lijfeigenschap, willekeur, honger, ziekte en uitbuiting nog veel wreder waren.

Migratiebewegingen, ook de huidige, zijn daarom veeleer een teken van optimisme en vooruitgang dan van teneergeslagen crisis omdat mensen zich informeren, organiseren, in beweging en in opstand komen door de macht van hun getal. Ik schreef daarover een essay in Het Financieele Dagblad – zie bijgaand: klik hier voor de PDF van het artikel:krant-20160213-0-012-040

 

essay-Erwin_FD-zat-13-feb-2016

 

 

 

Read article