MENU

Oost-Europa
Tag Archive

274

Europeanen en ‘pan-Europees’ denken

Europese politiek

januari 13, 2022

Ik schrijf dit meer uit nieuwsgierigheid dan vanuit de behoefte te willen overtuigen. Mijn nieuwsgierigheid spruit voort uit de vraag wat iets of iemand Europees maakt. Het is een zoektocht naar een Europese identiteit. Aan mijn vragen liggen wel veronderstellingen ten grondslag, maar die stel ik graag ter discussie.

Geert Mak stelt in de uitzending van NPO Radio1 op 27 december 2021 (in ‘Spraakmakers’ https://tinyurl.com/yckjvtha in het fragment vanaf min 8:00.)  dat ‘er voor jonge mensen allang geen grenzen meer bestaan in Europa’. Zij vinden elkaar op een ‘paneuropees’ gevoel van gelijkgestemdheid. Ze verkeren in dezelfde kringen: universiteit, Europastudies, online referentiekader, digital native, meertalig/Engelstalig, linksliberaal, reislustig.

Laurens Dassen, Tweede Kamerlid voor Volt Europa, noemde Volt Europa toen hem werd gevraagd wat de partij annex beweging nu specifiek kenmerkt en onderscheidt van andere pro-Europese, sociaal-liberale partijen zoals D66: ‘Wij zijn een pan-Europese partij’. Hij bedoelde dat de partij niet is gebonden aan een enkel land, maar dat zij een en dezelfde partij is in alle landen in Europa – van de Europese Unie – van hoog tot laag – van het Europarlement tot op het lokale, plaatselijke niveau.

Het idee is om de gehele politieke werkelijkheid in een Europees perspectief te zien: Ook het aanleggen van bij wijze van spreken een woonerf is dan ‘Europese politiek’.  Op het niveau van de praktische politiek is het rjongeren, woningnood, elevant dat ‘Volters aller landen’ zich online verenigen en op hun interne partijfora allerlei ‘best practises’ kunnen delen: Het aanpakken van de woningnood onder jongeren in Berlijn, Parijs of Milaan biedt hier allerlei aanknopingspunten.

Een mooi voorbeeld is een bottom-up-burgerinitiatief in Berlijn om het stadsbestuur dure huurwoningen in wooncomplexen van grote particuliere beleggers te laten onteigenen ten behoeve van sociale huisvesting. De initiatiefnemers hebben een referendum daarover afgedwongen dat zij hebben gewonnen. Grondwetten en nationale wetten bieden onteigeningsmogelijkheden: Eigendomsrecht is weliswaar economisch essentieel maar ook weer niet absoluut. De overheid heeft altijd vorderingsgronden. Er zijn mogelijkheden om het eigendomsrecht van woningspeculanten aan te vechten maar je moet wel weten hoe en kennis is macht. Paneuropees denken vergroot je kennis en macht.

Dat het wonen in (Europese) binnensteden (voor jongeren) onbetaalbaar is geworden is heel ironisch mede te wijten aan hun eigen reislust: AirBnB maakt betaalbaar onderdak vinden voor een toeristisch verblijf van enkele dagen ontzettend gemakkelijk en vooral jongeren maken daar massaal gebruik van maar het onderliggende principe van home-exchange zonder winstoogmerk is geperverteerd omdat ‘huisjesmelkers’ panden zijn gaan opkopen om ze continu voor een hoge prijs via AirBnB te verhuren. Gemeenten die deze uitwassen willen aanpakken, kijken ook ‘paneuropees’ naar elkaar. Paneuropees betekent eigenlijk vooral: Het wiel niet zelf te hoeven uitvinden.

De vraag is of er uit ‘alles Europees doen’ ook een Europese identiteit ontstaat die zich kan meten met de nationale of die de nationale identiteit zelf vervangt. Volt Europa koestert een federaal idealisme als het om Europa gaat. Hier dringt zich een analogie op met het ideaal dat ontstond tijdens de Duitse Romantiek in de negentiende eeuw: ‘Deutschland ueber Alles’, (de titel van het volkslied) dat geen exclusief, xenofoob nationalisme maar een inclusief natiegevoel weergaf. Duitsland als een ‘universeel’ ideaal waardoor de mensen in al die elkaar bevechtende minilandjes elkaar de hand zouden reiken om samen een betere wereld te maken.

Die jonge mensen voor wie er in Europa geen grenzen meer bestaan zijn bijna allemaal geboren na 1990, na de val van de Sovjetunie en het verdwijnen van het IJzeren Gordijn en de Berlijnse Muur. Ze reizen als toerist naar Midden- en Oost-Europa of ze komen als arbeidsmigrant vanuit Oost-Europa naar hier. ‘Mijn’ aannemer, Guray Saidov, is een etnisch-Turkse Bulgaar die in 1990 naar hier kwam en vernederlandst is, zeker doordat zijn jongste kinderen hier zijn geboren en opgegroeid.

Kijk om je heen en je ziet volksstammen Bulgaren, Roemenen, Polen, Tsjechen en Slowaken, Hongaren rondrijden in klusbusjes. Ze werken in de installatietechniek en de renovatie-verbouw of in de tuinbouwsector. Ze zijn EU-burger maar (nog) geen Europeaan. Ze staan met een been in Nederland en een been in hun vaderland, waarnaar ze heimwee hebben.

Ze hebben niet zoals misschien veel Volters het concept van een Europees staatsburgerschap geïnternaliseerd. In dat geval ben je dus geen Duitser of Brit meer of Frans of Italiaans, maar ‘Europees’ wat best verstrekkend is omdat nog steeds geldt dat je bent opgegroeid in een nationale cultuur en moedertaal. Hoogopgeleide jonge mensen zijn ‘selfeducated in European identity’.

Dat ‘pan-Europese’ federalisme, daarover nog dit: Welke dynamiek zal dat ontketenen? De Europese Unie heeft zelf het idee van de ‘Eurregio’s’ bedacht om ‘de nationale grenzen te laten vervagen. Een voorbeeld daarvan is de Eurregio tussen Maastricht, Aken en Leuven die inderdaad succesvol als een bestuurlijke en economische eenheid functioneert al is het maar omdat het huisvesting biedt aan het in marktkapitalisatie grootste bedrijf van Europa, de Veldhovens chipmachinemaker ASML (groter dan Siemens, Shell)

De interne markt zou zo de natiestaten die met hun nationalisme de grote oorlogen voedden, geleidelijk laten oplossen in ‘een verenigd Europa’ maar het regionalisme kan evengoed sluimerend separatisme wind in de zeilen geven: een onafhankelijk Baskenland, Catalonië, Schotland en wie weet wat nog meer. Europa herbergt vele oude dromen van zelfbeschikking.

Als ‘volkssoevereiniteit’ een ideologisch uitgangspunt is (het recht van burgers om zelf te bepalen hoe en door wie zij worden bestuurd), dan is die niet per se Europees maar zou dat evengoed een etnografische lappendeken van minilandjes kunnen worden. De vraag in Europees verband is dus waar soevereiniteit (het zelfbeschikkingsrecht van een willekeurige groep mensen) begint en eindigt. Lokale taal en tradities vormen voor het leeuwendeel van de 450 miljoen Europese burgers de emotionele kern van hun identiteit.

We willen toch niet dat de Europese Unie een ‘superstaat’ wordt die als een soort Sovjetunie vanuit Brussel over de zelfbeschikkingsaspiraties van mensen heen dendert.  Dat kun je misschien voorkomen door van het project een soort continue ‘brede maatschappelijke discussie’ te maken over de ‘grenzen van Europa’ zowel in termen van etnografische ‘volkssoevereiniteit’ en recht op zelfbestuur, als in termen van wat de gedeelde

‘Europese beschaving’ inhoudt en hoe Europa daarmee de geopolitieke turbulentie waarin het zich bevindt het hoofd biedt.

Ik googelde even op pan-Europa, paneuropisme en paneuropism en vind slechts twee pagina’s met zoekresultaten waarin enkele documenten die refereren aan enerzijds het pacifisme (o.m. naar Richard Coudenhove-Kalergi, https://en.wikipedia.org/wiki/Paneuropean_Union) maar anderzijds ook het fascisme. (O.m. ‘Szturm’ een radicaal-nationalistisch Pools tijdschrift. Pan-Europa is bij hun een nieuw nationaal-socialisme.)

Het is dus met het zomaar munten van het idee ‘pan-Europees’ oppassen geblazen. Er waren al een paar anderen op dat idee gekomen met duidelijk aan het (Italiaanse neo-)fascisme gelieerde intenties. Je bevindt je zomaar ineens in een merkwaardig gezelschap. Dat maakt een debat over een gedeelde Europese identiteit en gemeenschappelijke Europese waarden noodzakelijk.

Read article

1038

Nieuwe Europeanen

People

mei 18, 2021

Vandaag de dag rijden er vele bedrijfsauto’s in Nederland rond met een buitenlands kenteken. Vooral busjes: uit Midden- en Oost-Europese landen: Polen, Hongarije, Roemenië, Bulgarije. Wie zitten daar in en wat brengt ze hier?

Als ik voor een stoplicht sta en er stopt zo’n Oost-Europese nummerbord naast mij, dan draai ik niet zomaar even mijn portierraampje open om te vragen: Hee, wat kom je hier doen? Meestal staat op zo’n wagen wel wat ze hier komen doen: werken in de bouw. Maar mijn nieuwsgierig strekt verder en toen ik via een vriend tegen een Bulgaarse aannemer aanliep voor een verbouwingsklus, zag ik mijn kans schoon. En Guray Saidov bleek een open en spraakzaam iemand.

Dit is zijn verhaal: Guray (45) komt uit het dorp Aytos, in de omgeving van Burgas, een stad aan de Zwarte Zee. Hij is geboren in 1974. Zijn vader werkte aanvankelijk in de lokale petrochemische industrie maar later, het grootste gedeelte van zijn werkzame leven bij een staatscoöperatie in levensmiddelen. ‘Het enige dat je in Bulgarije voor 1990 mocht bezitten was een eigen huis.’ Een particulier bedrijf beginnen was uitgesloten. Nadat de communisten in 1945 onder de hoede van de Sovjetunie aan de macht kwamen werd alle privébezit onteigend.

Guray behoort tot de grote Turkse minderheid in Bulgarije en deze etnische Turken kregen vanaf medio jaren vijftig te maken met een Bulgariseringscampagne. Turken moesten hun taal opgeven. Het ging op een zeker moment zelfs zover dat Guray zijn Turkse voornaam moest veranderen en hij heette een tijdje Berislav/Velizar (?). Dat was in 1986. In 1989 bereikte de achterstelling van Turken een hoogtepunt en kwam een exodus op gang. Zo’n tweehonderdduizend Turken vluchtten naar Turkije maar ook daar ondervonden zij discriminatie, maar nu als ‘Bulgaarse Turken’.

Toen het communistische regime in 1990 ophield te bestaan met het einde van de Sovjetunie, ging de familie Saidov terug naar hun geboortedorp Aytos in Bulgarije. In het nieuwe Bulgarije werd de identiteit van de etnisch Turkse bevolkingsgroep erkend. Maar daarmee was de oude staatsbureaucratie en de daarbij horende ‘nomenklatoera’ nog niet verdwenen. Die blijkt zeer hardnekkig en dat deed – en doet – vele jonge Bulgaren besluiten hun geluk te beproeven in West-Europa. Zonder de juiste politieke connecties is het heel moeilijk om in Bulgarije zelf iets te ondernemen. Je komt dan niet gemakkelijk aan de benodigde papieren.

Maar eerst moest Guray in 1992 zijn militaire dienstplicht vervullen die ruim twee jaar zou duren. Hij bemachtigde een opleidingsplek bij een bouwbrigade (ongeveer 300 man) en kwam terecht bij een allroundploeg van twaalf man waardoor hij alle facetten van het bouwvak onder de knie kreeg.

https://youtu.be/Q1fcPuNI8h4

Guray en zijn mannen aan het werk in ons huis.

Hij behaalde vier diploma’s en ging aan de slag in de bouw. In 1999 werd hij benaderd door een familielid dat in België woonde. Hij trok de stoute schoenen aan en vertrok met achterlating van zijn vrouw Semra en hun kleine zoontje Semo. De begintijd was heel moeilijk. Al het werk dat je kunt bemachtigen met beide handen aanpakken. Als er werk was, had je eten. Er waren dagen dat er geen geld voor eten meer was. Hij is in Brussel een keer letterlijk met zijn laatste twee Duitse marken een bakkerswinkel uitgestuurd omdat in België met Franken moest worden betaald. ‘Ga maar omwisselen in Franken’, kreeg hij te horen.

Bij diezelfde bakkerswinkel kregen Guray en zijn kompaan Halil de eerste klus waarmee zij zich konden bewijzen: het stuc- en tegelwerk vervangen in de bakkerij. Ze deden dat binnen een etmaal en de opdrachtgever, de eigenaar van het winkelpand, wilde eerst niet geloven dat zij dat met zijn tweeën voor elkaar hadden gekregen: Hier moest minstens een hele ploeg mensen aan het werk zijn geweest. Deze prestatie ging als een lopend vuurtje door de Turks-Bulgaarse diaspora. Vanaf dat moment kwam het geluk meer hun kant op. De baas die Guray toen vond wilde hem zelfs een voorschot geven van 1000 Mark. De klus die hij ging doen was in Haarlem in een pand aan de Parklaan.

Hoewel iedereen zijn eigen broek moest kunnen ophouden, lieten de Bulgaars-Turkse gastbouwvakkers elkaar in den vreemde nooit in de steek. Elkaar wat gunnen, dat is de rode draad in Guray’s loopbaan. Die generositeit ervoer hij ook bij Haarlemmer Ton Guliker. Hij had een eigen bouwbedrijf en woonde aan de Parklaan in Haarlem, pal naast het pand waar Guray op dat moment aan het werk was. Hij ging korte tijd later voor de oudere Ton, nu een zeventiger, werken en hun relatie werd er een van vader en zoon. Toen Ton het na jaren rustiger aan wilde gaan doen, deed hij zijn bedrijf aan Guray over en deze zette het voort onder de naam GTH Support: GTH voor Guray, Ton en Halil.

Op de vraag of hij zich Europeaan voelt, antwoordt hij: ‘’Ik woon nu 21 jaar in Nederland. Mijn kinderen zijn hier opgegroeid. Ik voel mij hier helemaal thuis maar natuurlijk blijft Bulgarije het thuis waar ik vandaan kom: mijn ouders wonen daar. Ik heb mijn oudste zoon Semo, met wie ik nu elke dag samen werk, van zijn vierde tot zijn achttiende niet zien opgroeien, behalve tijdens vakanties, en daar heb ik wel spijt van. Ik zou die tijd willen terugdraaien maar dat gaat mij met al het geld van de wereld niet lukken.’’

Stoppen dan en lekker in Bulgarije gaan rentenieren? Financieel zou dat kunnen, zegt Guray, ‘’Maar ik heb hier vierhonderd klanten en ik beschouw mijn klanten ook als vrienden. Die laat je niet zomaar in de steek.’’ Zolang hij het werken leuk vindt gaat hij door.

Read article