MENU

Europa
Tag Archive

478

Varen in plaats van vliegen

Travel

juli 13, 2020

Het is nog niet eens zo lang geleden dat het internationale, intercontinentale, passagiersvervoer hoofdzakelijk over zee ging en niet door de lucht. Vliegen was voor de komst van het straalverkeersvliegtuig zo duur dat de KLM in de jaren 1950 reclame maakte met de slogan ‘Vliegen is goedkoper dan u denkt’ en dagjesmensen trachtte te verleiden tot vliegen, met een rondvluchtje vanaf Schiphol.

Wie een verre reisbestemming had en niet vermogend was, reisde per schip. Vliegen was voor de ‘jetset’, de happy few. Tientallen miljoenen Zuid- en Oost-Europeanen emigreerden tussen 1850 en 1950 per schip van Europa naar de Verenigde Staten, via Rotterdam, Antwerpen en Hamburg met name en ze reisden via het quarantainestation Ellis Island in de baai van New York de V.S. in.

De SS Rotterdam die in 1958 van stapel liep is  de laatste Nederlandse Oceaanstomer en ligt tegenwoordig als attractie in Rotterdam. (foto: Wikipedia)

De SS Rotterdam die in 1958 van stapel liep is de laatste Nederlandse Oceaanstomer en ligt tegenwoordig als attractie in Rotterdam. (foto: Wikipedia)

Verder onderhielden schepen lijndiensten naar de overzeese gebiedsdelen, Nederlands-Indië, Frans Afrika en Frans Indo-China en Brits India, Singapore en Borneo en niet te vergeten Australie, Nieuw Zeeland en Canada.

 

De eerste stoomschepen werden voortgedreven door zij-raderen en hadden ook nog zeilen: de Great Western en de Great Eastern, ontworpen door de Britse ingenieur van Franse afkomst Isambard Kingdom Brunel, wiens vader was gevlucht voor de Franse Revolutie en die zijn zoon daarom de middelste naam Kingdom had gegeven (maar dit terzijde).

Vanaf de vroege negentiende eeuw tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw heerste de hegemonie van de Europese ‘oceanliner’ , de oceaanstomer, op de wereldzeeën. Enkele illustere exemplaren waren de ‘Titanic’, de ‘Lusitania’, de ‘Île de France’, de ‘France’, de ‘Normandie’ de ‘Europa’ (van de Deutsche Lloyd), de ‘Vaterland’ en de Italiaanse ‘Andrea Doria’.

 

Ingenieur Isambard Kingdom Brunel, geestelijk vader van talrijke ijzeren constructies waaronder schepen zoals de Great Britain, Great Eastern en Great Western. (foto Wikipedia)

Ingenieur Isambard Kingdom Brunel, geestelijk vader van talrijke ijzeren constructies waaronder schepen zoals de Great Britain, Great Eastern en Great Western. (foto Wikipedia)

Lijndiensten over zee voor passagiers bestaan nog steeds, maar het is een kleine markt voor liefhebbers die dan kunnen meevaren op een vrachtschip, bijvoorbeeld van de Italiaanse rederij Grimaldi Lines. Het laatste als echte oceanliner gebouwde schip is de nog actieve ‘Queen Mary 2’. (Ze is vernoemd naar Mary Van Teck, een Duitse die de grootmoeder was van de huidige Britse koningin.)

De snelste lijnschepen die de Blauwe Wimpel veroverden waren de Franse ‘Normandie’, de Britse ‘Queen Elisabeth’ en als laatste uiteindelijk de Amerikaanse ‘United States’. Die deed er in 1952 drie etmalen en 10 uur over om de Atlantische Oceaan van New York (Ambrose Lightship in New York Harbour naar Bishop Rock voor de kust van Cornwall) te komen met een snelheid van 38 knopen, zo’n 45 mijl per uur ofwel ruim zeventig kilometer per uur. Gemiddeld dus, en niet op het volle vermogen. (Het schip was mede in opdracht van de US Navy gebouwd om desgewenst snel troepen naar Europa te kunnen brengen in de Koude Oorlog.)

Vanwaar nu deze nostalgie? Wel, misschien is het in deze Coronatijd het moment om de lijnvaart nieuw leven in te blazen. Allereerst zijn vele tientallen cruiseschepen op dit moment opgelegd omdat ze besmettingshaarden zijn gebleken. Maar als we de passagierscapaciteit van zo’n varende eetschuur nu eens verlagen van pakweg 4.000 naar 1.000 zodat aan boord gemakkelijk een paar meter afstand kan worden gehouden, zou er dan een verdienmodel in zitten?

In plaats van 7 uur lang opgevouwen zitten met 32 centimeter beenruimte, heb je dan een eigen hut, deckchair en een wandeling naar de bar. Drie dagen lang? Lijkt me te doen. Er moet misschien geld bij, maar we vermijden veel CO2-uitstoot.

 

Een probleem is dat de huidige cruiseschepen niet zijn gebouwd op snelheid en niet voor de snelle Atlantische oversteek: De ‘liners’ van weleer beschikten over enorme vermogens en hadden een lange boeg om de hoge golven bij storm zo te breken dat ze niet tegen de opbouw konden slaan.

Maar een oversteek in drie of twee dagen zou tegenwoordig technisch kunnen: schepen hebben bestuurbare stabilisatievinnen, boegschroeven, je kunt de aandrijving dieselelektrisch maken of helemaal elektrisch omdat batterijgewicht veel minder een bezwaar is dan bij elektrisch vliegen. We hebben tegenwoordig satellietnavigatie en -communicatie en veel betere weersverwachtingen dus eventuele stormgebieden zijn te vermijden en iedereen kan volop online zijn.

De Amerikaanse bedrijfsadviseur en managementauteur Jeremy Rifkin prijst in zijn boek The European Dream het ontspannen levenstempo in Europa vergeleken bij dat in de V.S en Azië als een toekomstmodel. Daar hoort langzaam reizen bij. De markt voor ‘leisure’ in Europa groeit, simpelweg door de vergrijzing. Behalve geld hebben gepensioneerde mensen vooral veel tijd, heel veel tijd. Op een vakantiebestemming komen mag best een paar dagen extra reistijd kosten als die reis aanzienlijk comforbaler is dan vliegen terwijl zij veel minder milieubelasting oplevert. Scheepvaart is gemakkelijker te verduurzamen dan luchtvaart.

‘Luchtvaart’ komt niet voor niets van het woord ‘varen’: De KLM is opgericht door scheepsreders dus waarom kan zij niet ook gewoon Koninklijk Zeevaart Maatschappij heten? Het is maar een idee

 

Dan hier een leuk filmpje:

En nog eentje:

 

 

Hier nog wat linkjes voor de bootjesliefhebbers onder u:

https://www.telegraph.co.uk/travel/cruises/galleries/ss-united-states-in-pictures/

https://www.transitionsabroad.com/listings/travel/articles/travel-by-cargo-ship-around-the-world.shtml

https://en.wikipedia.org/wiki/Timeline_of_largest_passenger_ships

http://www.grimaldi-freightercruises.com/en/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Peninsular_and_Oriental_Steam_Navigation_Company

https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_ocean_liners

https://en.wikipedia.org/wiki/Timeline_of_largest_passenger_ships

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read article

881

Volkskroniek over hoe vrijheid 75 jaar geleden begon

Cities, Culture, Lifestyle, People, Travel

juni 16, 2020

Een collectief plakboek over Europa, het continent van de verpozing

Tijdens zijn gedwongen verblijf in Duitsland in de Tweede Wereldoorlog begon mijn vader, Wim van den Brink, met fotograferen. Hij is er zijn verdere leven mee doorgegaan. Hij fotografeerde tijdens de vele reizen door Europa die hij vanwege zijn werk maakte en tijdens de vakanties met zijn gezin. De beelden vormen een kroniek van het alledaagse leven in Europa vanaf 1943 tot aan zijn dood in 2007. Maar zijn ook onderdeel van een veel omvangrijker verborgen volkskroniek van het gewone leven door talloze amateurfotografen. Een collectief, vergeten plakboek want er moeten miljoenen van zulke bijna verloren beelden zijn weggeborgen in dozen en albums.

Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

Op de laatste foto in de serie die mijn vader maakte tijdens zijn internering in Duitsland (1943-1945), is hij na de capitulatie op weg naar huis. Hier poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

Telkens als ik nadenk over Europa, kijk ik weer terug in het schriftje van mijn vader dat ik als kind al af en toe tevoorschijn haalde vanachter de schuifdeurtjes op zolder. Daar lag het tussen oude boeken en paperassen, samen met een camera die hij had meegenomen uit Duitsland. Het is een gewoon schoolschrift met gelinieerde pagina’s maar het bevat enkele tientallen ingeplakte foto’s van ongeveer negen bij zeven bij centimeter gemaakt met die Zeiss Ikon balgcamera die in de jaren 1940 in Duitsland een heel gangbaar model was. De foto’s zijn klein maar behoorlijk scherp.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945  samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945 samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Ze vormen een reportage over de ruim twee jaar dat hij in Berlijn verbleef, vanaf het voorjaar 1943 – nadat hij kort na zijn achttiende verjaardag was opgepakt – tot en met zijn repatriëring na de capitulatie in juni 1945. Het was zijn eerste buitenlandse reis. De foto’s laten de plekken zien waar hij verbleef en de mensen waarmee hij optrok. Op sommige staat hij zelf, alleen of met anderen. Vermoedelijk zijn die gemaakt met de zelfontspanner. Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

San Marcoplein, Venetie, 1962.

San Marcoplein, Venetie, 1962.

In 1988 ging ik met hem en het schriftje terug naar Berlijn. Hij was toen even oud als ik nu: begin zestig. Hij vond het een godswonder dat hij de oorlog had overleefd als je bedenkt hoeveel dood en verderf er tijdens die oorlogsjaren om hem heen was gezaaid. Door de geallieerde bombardementen en vooral de laatste weken en dagen in de slag om Berlijn. Op een van de foto’s zie je mijn vader met Russische soldaten (‘onze bevrijders’, staat er onder) van wie er eentje een verband om zijn hoofd heeft. De overige foto’s ademen een alledaagse, bijna een vakantiesfeer. Veel tekst staat er niet in het schriftje. Mijn vader was geen schrijver. Hij was technicus, scheikundige.

 

Noorwegen, 1961.

Noorwegen, 1961.

Maar hij praatte graag. Wij hadden een goede band dus praatten we veel met elkaar. Dat ging vaak over koetjes en kalfjes. Over hoe we tegen het leven aankeken. Soms over de dood van zijn eerste vrouw, mijn moeder. Dat was een verdriet dat hij nooit helemaal te boven is gekomen ook niet in het lange en gelukkige huwelijk dat erop volgde met een vriendin van mijn moeder, mijn tweede moeder.

 

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Zijn spraakzaamheid gaf mij de gelegenheid hem in Berlijn eens goed uit te horen over die twee oorlogsjaren. Toen bleek mij hoeveel hij niet had gefotografeerd en misschien ook niet had willen zien. De verwoesting, de doden. Hij was geen oorlogsfotograaf. Hij was een huis-tuin-en-keuken-fotograaf en nog een tamelijk middelmatige ook. Maar hij had geen last van artistieke pretenties. In geen van de dingen die hij deed trouwens was hij ooit pretentieus. Dat hij enkele aardige foto’s, dia’s en films heeft nagelaten komt doordat hij verzot was op apparaten en die te pas en te onpas gebruikte. Een apparaat in zijn buurt was voor hem nooit veilig. Knopjes zijn om aan te draaien, schroefjes draaide hij los zodat hij binnenin kon kijken. Als het stuk was, maakte hij het.

 

Stresa, bij Milaan, 1967.

Stresa, bij Milaan, 1967.

Wat hij wel fotografeerde in Berlijn was het veilige onderkomen dat hij, na te zijn weggebombardeerd uit een pension aan de Muskauerstrasse, vond bij een familie buiten de stad. En ook de laatste episode, het bivakkeren met een stel andere her en der in Europa geronselde Arbeitseingesetzden – dwangarbeiders – in een Ferienlager, een verlaten vakantiepark aan een meer. Daar konden ze zich levend en wel aan de oprukkende Russen overgeven. Zijn hospita had toen met alle andere Duitsers allang de benen genomen. Ze wilden in handen van Amerikanen vallen.

Milaan, 1967

Milaan, 1967

Deze vrouw bij wie hij enige tijd inwoonde noemt hij in een van de fotobijschriften ‘meine Pflegemutti’. Zij had zich over hem ontfermd. Mijn vader zag er niet bepaald arisch uit. Hij was klein en had een dichte bos pikzwart haar, donkerbruine ogen en een ietwat getinte huid. Hij had voor joods kunnen doorgaan. Aan moederszijde had hij inderdaad verre joodse voorouders. De familie was lang geleden rooms-katholiek geworden. Waarschijnlijk is een groot gedeelte van de mensheid wel enigszins joods als het gaat om verre afstamming. Zijn van contradicties vergeven rassenleer is een van de absurditeiten van het Nazisme.

 

In de Dolomieten, 1960

In de Dolomieten, 1960

Ik denk dat vanwege zijn jongensachtige voorkomen en door zijn blijmoedige natuur en oprechtheid, die hij zijn hele leven behield, dat daarom ook toen ver van huis in Duitsland, de juiste mensen zich over hem ontfermden: Die vrouw, maar ook zijn leidinggevende in de fabriek. Dat heeft hem geholpen de oorlog heelhuids door te komen: Niet alle Duitsers waren ‘rotmoffen’.

 

Hydepark, Londen, 1968

Hydepark, Londen, 1968

Na de oorlog ging mijn vader aan de slag bij de Mekog (Maatschappij voor Exploitatie van Kooks Oven Gassen) een onderdeel van Hoogovens in IJmuiden. Mekog maakte kunstmest en dat was essentieel voor de Wederopbouw: Europa leed vlak na de Tweede Wereldoorlog aan massale ondervoeding en het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid was met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal een van de vroege pijlers onder de Europese samenwerking.

 

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Kunstmestkorrels worden erg gemakkelijk vochtig en gaan dan klonteren. De mestkorrels zijn dan niet meer gelijkmatig over het land te verspreiden. Mijn vader specialiseerde zich in het ontwikkelen van vochtwerende en later waterdichte zakverpakkingen om de massale transportschade te voorkomen en van de machines die daarvoor nodig waren. Dat bracht hem al vroeg in de jaren zestig op zakenreis door Europa op bezoek bij allerlei bouwers van verpakkingsmachines: Italië, Finland, Groot-Brittannië, Duitsland, maar ook Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Waar mogelijk maakte hij foto’s.

 

Venetie, 1962

Venetie, 1962

Mijn vader zaliger staat voor mij een beetje model voor de doorsnee-Europeaan die (in zijn geval) met een Kodak en later een Pentax kleinbeeldcamera vooral dia’s maakte op zijn reizen die een tijdsbeeld geven van de periode 1960-1990 – en eigenlijk ook 1943-1945. Dus liet hij ons als kleine kinderen al de Arc de Triomphe, de toren van Pisa en Piccadilly Circus zien. De mensen die hij ontmoette op zijn reizen kwamen ook naar Nederland, IJmuiden. Ze kwamen bij ons over de vloer, wederopbouwtechneuten uit de industrie: Britten, Italianen, Duitsers.

 

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. 'Meine Pflegemutti'.

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. ‘Meine Pflegemutti’.

Bij het opruimen en ordenen van zijn audiovisuele nalatenschap (zodra er homevideo was, had hij een ook een videocamera) realiseerde ik mij dat er op talloze zolders zo Europees audiovisueel erfgoed verborgen moet liggen, foto’s, dia’s, polaroids, achtmillimeter films, videobanden. Wat toegankelijk is gemaakt en is gecatalogiseerd dat zijn veel nieuwsfoto’s, reclamebeelden, films en televisiebeelden. Professioneel beeld. Amateurbeeld vindt slechts sporadisch een weg naar de openbaarheid, bijvoorbeeld via een rommelmarkt of antiquariaat.

 

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Europese reisbestemmingen waren zeker tot de millenniumwisseling voor de meeste gewone mensen de maximale actieradius. Pas later in zijn carrière ging mijn vader ook wel eens naar Amerika en Azië. Massaal globe trottende backpackers, voor wie dat de gewoonste zaak van de wereld is, zijn een betrekkelijk recent verschijnsel: millennials.

Sinds 2000 is het aantal jonge back packers van over de hele wereld dat in Europa rondreist geëxplodeerd en daarmee de hoeveelheid ‘content’ die ze via hun devices uploaden.

 

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders - met driekleur.

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders – met driekleur.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Analoog amateurbeeld van voor die tijd blijft, zolang het niet is gedigitaliseerd, ingescand, grotendeels onzichtbaar en onvindbaar. Het toerisme van Europeanen binnen Europa kwam op vanaf de jaren 1950 door de bus en de trein en vanaf de jaren 1960 ook dankzij het vliegtuig en de gezinsauto. Op regenachtige herfstzondagmiddagen werd de vakantieoogst voorzien van tekstuitleg ingeplakt in albums: Foto’s afgewisseld met tickets, brochures, ansichtkaarten en andere memorabilia.

 

Europa is in de loop van de twintigste eeuw en zeker na de Tweede Wereldoorlog het continent van de verpozing geworden. Een grote bezienswaardigheid. De badplaatsen, kuuroorden, het reisje langs de Rijn, de riviera’s, de costa’s. De steden, musea, theaters, festivals.

 

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Europa is ook het continent van de kleine burgerman met monsieur Hulot en mr. Bean als archetypische persiflages van onszelf. ‘Les Vacances de mr. Hulot’ (1953, Jacques Tati) is even tijdloos typisch Europees als Mr. Bean Goes on holiday (2007, Rowan Atkinson).

 

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Die kleine man heeft zich decennia hemelmaal suf gefotografeerd en gefilmd en gaat daar tegenwoordig digitaal onverdroten mee door. En dat alles lijkt gedoemd tot vergetelheid. Tenzij we die beelden voorzien van een verhaal en ze opnemen in het grote Europese familiealbum, een collectief plakboek dat onze continentale volksziel blootlegt.

 

We nodigen iedereen uit eigen fotomomenten over Europa met The Soul of Europe te delen en dat te delen met je vrienden. En vraag die dat ook weer met hun vrienden te delen. En vergeet niet te zeggen dat ook die het weer moeten delen met hun vrienden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read article

434

Typisch Europa (4): Gotiek

Cities, Culture

mei 20, 2020

gloucester-cathedral-3516448_1280 Rheinpanorama_1856_detail_Dom

Je denkt aan de Goten uit Asterix en Obelix als aan een soort van roodharige wildemannen uit Noord-Europa. Gothic is een stijl voor meisjes die zwarte kleren aantrekken en hele dikke zwarte oogschaduw dragen en dansen op keiharde muziek. Je denkt aan Engelse spookverhalen, Jack the Ripper, Dracula, Edgar Allen Poe en Harry Potter. Of aan Batman’s imaginaire stad Gotham (Gotham by gaslight, 2018, https://en.wikipedia.org/wiki/Batman:_Gotham_by_Gaslight).

Die beetje sinistere, duistere, spookachtige sfeer komt natuurlijk uit Scandinavië. Kijk naar hun films, lees hun boeken (de thrillers!) het zijn allemaal niet bepaald lachebekjes die daarin rondlopen. Louis Couperus dompelde zich er in onder in Van de koele meren des doods. De lol hebben ze er niet bepaald uitgevonden, een uitzondering daargelaten natuurlijk, zoals Pipi Langkous. En Gotenburg ligt in Zweden.

Ten tijde dat de Gotiek ontstond, in de twaalfde eeuw in de streek Ile de Frans rond Parijs, werd ze helemaal niet zo genoemd. De term gotisch was een scheldwoord en werd bedacht door de Italiaanse Renaissance-architect Giorgio Vasari omstreeks 1550. Hij duidde er de bouwkunst van de Noord-Europese Middeleeuwen mee aan. Immers, in Italië was de bouwkunst grotendeels Romaans gebleven, gekenmerkt door ronde bogen. Kijk naar bijvoorbeeld de Sint Pieter, gebouwd vanaf de zestiende eeuw nadat ze de bestaande basiliek hadden gesloopt. Zo bleef alles lekker stug Romaans.

We danken het woord Gotiek dus aan Italiaanse kinnesinne: het momentum van de technologische en dus ook bouwkundige vooruitgang bewoog zich namelijk inderdaad naar Noord-Europa en was omstreeks de twaalfde eeuw aangekomen in Frankrijk dat zich steeds meer unificeerde als koninkrijk en die centralisatie van macht in het Parijse bekken vond uitdrukking in bouwkundige vernieuwing.

De gotische spitsboog leidt gewelfkrachten namelijk veel beter af in de muren en fundering waardoor hogere constructies mogelijk werden met grotere ramen die meer licht binnen laten. Overdadige lichtinval door enorme glas-in-loodramen onderscheidt de gotische kathedralen, waarvan de meesten in Frankrijk staan, van de meestal vroegere Romaanse bouwwerken.

Toch ontkwam ook Italië heus niet aan de gotiek: de dom van Milaan en het Dogenpaleis in Venetië zijn voorbeelden. Maar de Gotiek werd een pan-Europese bouwstijl met lokale substijlen zoals de Tudorboog in Engeland.

Het bouwen aan die gebouwen is nooit klaar. Vooral kathedralen waren zulke gigantische projecten dat de bouw tussentijds vaak stil kwam te liggen door geldgebrek, oorlog of hongersnood. Zo is de beroemde Dom van Keulen (vanaf 1248) pas na zes eeuwen voltooid in 1880.

Omdat hij in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd werd door Britse luchtaanvallen, liet de Britse Berta Woodward in 2012 haar vermogen van 350.000 euro na aan de Dom voor de nog altijd niet voltooide restauratie. Het geeft aan hoe diep deze gebouwd zijn verankerd in ons collectieve geheugen. De brand die vorig jaar april de Parijse Notre Dame grotendeels verwoeste maakte over de hele wereld heftige emoties los.

Het restauratie- en onderhoudswerk aan deze bouwwerken is zo specialistisch dat de metselaars, steenhouwers, beeldhouwers, timmerlieden en glazeniers van land naar land, van project naar project trekken. Ook dat gaat zo al eeuwen. Uit deze nomadische beroepsbevolking is de Vrijmetselarij ontstaan.

De gotiek evolueerde in de negentiende eeuw naar de neogotiek die je inderdaad behalve in kerken ook veel terugziet in wereldse ‘Gotham-achtige’ bouwwerken zoals de Britse Houses of Parliament uit de Victoriaanse tijd rond 1820-1830. Gotiek bleef de dominante bouwtechniek totdat bouwen in gewapend beton nog grotere overspanningen mogelijk maakte.

 

Read article

545

Eindelijk weer vrij (Berlijn, juli 1945)

Cities, Culture, People, Video

mei 19, 2020

De ziel van Europa was zeker te vinden in het vooroorlogse Berlijn, de Pruissisch-verlichte geest van Frederik de Grote maar ook de ziel van Alfred Döblin’s roman ‘Berlin Alexanderplatz’. De door de nationaal-socialisten begonnen Tweede Wereldoorlog had Berlijn in 1945 ontzield net zoals het hart was weggerukt uit Zadkine’s Stad zonder Hart Rotterdam.
Maar deze film laat zien hoe de mensen na bij zinnen te zijn gekomen toch hun laatste restje hoop bij elkaar scharrelen en de draad van het leven weer oppakken.
Döblins bekendste en succesrijkste werk is Berlin Alexanderplatz, dat verfilmd werd. Een grote stadsroman (1929) over hoeren, pooiers, moordenaars en dieven en een ex-boef (Franz Biberkopf) die op het rechte pad wil komen, wat niet lukt. Franz stelt het individuele voor. Hij is individu. Een arbeider die uit de gevangenis vrijkomt en die zijn uiterste best doet om wederom ‘fatsoenlijk’ te worden, maar desondanks met de verzamelde krachten van de Berlijnse onderwereld te maken krijgt. Na een zoektocht naar zijn eigen identiteit in de anonieme massa verovert hij zich een plaats als lid van de gemeenschap. De roman werd door de nazi’s verboden en maakte deel uit van de boekverbrandingen in mei 1933.

Waarom vrijheid belangrijk is? Wel nu dan, hier om dus. Niks zeggen. Gewoon kijken.

 

(https://nl.wikipedia.org/wiki/Alfred_D%C3%B6blin)

Read article

Typisch Europa (1): Speelgoedbouwdozen

Culture, Design, Lifestyle

mei 15, 2020

 

Zoeken naar De ziel van Europa begint met je afvragen wat nou typisch Europees is. Iedereen die de moeite neemt om daar over na te denken kan een lijstje met onderwerpen, zaken, daar over aanleggen.

Onlangs was ik in New York en daar is op Fifth Avenue een enorme Lego-speelgoedwinkel. Het staat niet vast dat het speelgoed in Europa is uitgevonden, maar het moderne kinderspeelgoed ontstond er in de loop van de negentiende eeuw en nam in de twintigste eeuw een hoge vlucht dankzij industriele productiemethoden die in Europa in zwang kwamen. Wie kent niet de blokkendozen met houten of stenen bouwblokjes. Speelgoed maken werd goedkoop en zo konden mensen met een kleine beurs het betalen.

Vervolgens namen ook allerlei andere open speelgoedsystemen zoals het Britse (made in England) Meccano (tegenwoordig Frans!) en het Deense Lego een enorme vlucht maar vergeet ook het Duitse Play

 

Meccano1922

 

 

 

Mobil, eveneens Duitse Fischer Technik, het Duits/Hongaarse Plasticant en het Italiaanse Bambino en Autostrada niet, en in de jaren 1990 het Amerikaanse K’Nex.

Al die open systemen bestaan doorgaans uit in aanleg abstracte elementen zoals staafjes, strips, platen, blokjes die door middel van klikken, inhaken, of met schroefjes en moertjes aan elkaar te bevestigen zijn. Kinderen kunnen zo spelenderwijs bestaande objecten nabouwen uit de grote mensenwereld zoals huizen, auto’s en dergelijke. Het is enorm goed voor de ontwikkeling van het kinderbrein: je leert ruimtelijk denken, het prikkelt je fantasie en test je vindingrijkheid.

Europa je bent speels.

http://www.girdersandgears.com/index.html

https://www.toyindustries.eu/

https://www.spielwarenmesse.de/magazine//language/1/

Read article

660

Typisch Europa (Een encyclopedische zoektocht naar de Europese ziel)

Culture

mei 14, 2020

 

B8sJnUMIIAA3T7x.jpg_large

De vraag die mij bezig houdt is: Kun je in deze geglobaliseerde wereld spreken over wanneer ‘iets’ nou typisch Europees is? Zoals de hamburger ‘Amerikaans’ is en de pizza ‘Italiaans’? Hamburger, daar ga je al: Dat verwijst toch naar de Duitse stad Hamburg? En in welk land worden in absolute zin de meeste pizza’s gegeten? Juist: in de Verenigde Staten en niet in Italie (checken). Ja, maar de pizza is ooit in Italie bedacht. Een plat ovenbrood met garnituur er op, blijkt echter niet typisch Italiaans te zijn.

 

En hoe zit dat met de Citroen DS? De Weense wals? De ansichtkaart? Terrasjes? De fiets? Patat frites? Wijn? Bier? Kamperen? De bedevaart? De uitvaart? De volkszanger? Het chanson, de Schlager? De optocht? De processie? De klomp, de molen, de tulp en kaas, hoe Nederlands zijn die?

 

Er zijn tal van voorwerpen, gewoontes, tradities, de dingen waarmee we ons omringen, dingen die we doen, die deel uitmaken van ons leven, van onze levensstijl, die je behalve als ‘Nederlands’ (of ‘Frans’ of wat dan ook) ook ‘typisch Europees’ kunt noemen.

 

‘Europees’ is geen nationaliteit. Dat is Nederlands, Belgisch, of datgene dat vermeld staat in je paspoort op grond van je geboorteplaats of eventueel latere naturalisatie. Maar ons paspoort is inmiddels ook paspoort van de Europese Unie – dat staat er op – en dat is wel een stap op weg naar een Europese nationaliteit. Onze nationaliteit bepaalt voor menigeen ook mede zijn of haar identiteit. Is er ook een Europese identiteit en in welke ‘typisch’ Europese dingen vindt die uitdrukking?

 

De Amerikaan Jeremy Rifkin roemt in zijn boek The European Dream de langzame, genietende levensstijl in Europa als contrast met de – kennelijk – jachtige oppervlakkige levensstijl in de VS en Azie. Of dit een generalisatie is die geen recht doet aan de rust in Aziatische kloosters of gemoedelijkheid in Amerikaanse dorpen in het midden-westen, is voor discussie vatbaar. We kunnen in elk geval het hier met elkaar over hebben.

 

Hoe zou een Europese encyclopedie er uit zien, welke lemma’s horen daar in thuis?

 

Read article

341

Europa heeft een ziel

Culture

januari 28, 2020

harryjerrycom

 

 

De verhalen die we hier willen delen hebben als strekking dat Europa meer is dan haar supranationale instellingen. Het is een continent met een ziel, een cultuur, een geschiedenis die schuilt in sagen en mythen en in volksverhalen, zowel in oude als in eigentijdse belevenissen van vooral gewone mensen die om allerlei redenen vanuit alle uithoeken naar alle windstreken in Europa reizen.

Die mensen steken nationale grenzen over en zodoende geven ze vorm aan een gedeelde verbeelding over Europa. Deze gedeelde verbeelding is datgene waarover we het eens zijn ondanks taalbarrières, nationale, politieke en culturele tegenstellingen. Het is onze ‘common ground’ die van ons het volk van Europa maakt.

Zonder een volk van mensen die zich Europeaan voelen is elk Europees project gedoemd te mislukken. Daarom nodigen we iedereen die zich verwant voelt met Europa – ook emigranten en immigranten – uit mee te zoeken naar de Europese volksziel door het delen van eigen ervaringen, indrukken en gedachten in woord en beeld.

Read article

388

Nieuwe motor voor Europese Arianeraket

News, Tech

september 27, 2019

27 september 2019
De ontwikkeling van Ariane 6, Europa’s volgende generatie draagraket, is een andere belangrijke mijlpaal gepasseerd. De Vulcain 2.1-motor voor vloeibare brandstof heeft zijn kwalificatietests afgerond.
De motor zal 135 ton stuwkracht leveren om de Ariane 6 in de eerste acht minuten van de vlucht tot een hoogte van 200 km aan te stuwen.
Vorige week was het hoogtepunt in het testprogramma met twee demonstratiemodellen in de testfaciliteit van het DLR German Aerospace Center in Lampoldshausen. Het programma heeft vijftien maanden geduurd.
De laatste vuurproef met de Vulcain 2.1 in juli duurde bijna 11 minuten (655 seconden). In totaal heeft deze testreeks 13.798 seconden geduurd, of bijna vier uur met een gecontroleerde motor, waarbij gebruik werd gemaakt van Ariane 6-vluchtactuatoren om de motor te stabiliseren.
“Deze zeer positieve resultaten bewijzen de functionele en mechanische integriteit van Vulcain 2.1. De komende tests zullen de Ariane 6-subsystemen op het niveau van afzonderlijke rakettrappen en op de gehele raket kwalificeren”, aldus Guy Pilchen, projectmanager van ESA’s Ariane 6-draagraket.
De motor zal worden gereviseerd voor het ondergaan van verdere dynamische en vibratietests. Finale tests waarbij gebruik wordt gemaakt van een volledige echte lanceerinrichting op de Europese lanceerbasis in Frans-Guyana, zullen uiteindelijk de Ariane 6 kwalificeren voor de feitelijke lancering.
De tests voor de herontstekingsmotor van de Vinci-motor, die de bovenste trap van de draagraket zal aandrijven, werden in oktober 2018 afgerond.
De volgende stap in de ontwikkeling van de aandrijving van de raket betreft het testen van de P120C de vaste brandstof-booster in Frans-Guyana. Deze test moet uitwijzen hoe de draagraket bij de lancering zal versnellen.
Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)

http://www.esa.int/Our_Activities/Space_Transportation/Ariane_6_s_core_engine_completes_qualification_tests

Read article

1736

EU geeft 15.000 jongeren gratis zomerabonnement op trein

Cities, Culture, News

juni 11, 2018

15.000 achttienjarigen, onder wie vijfhonderd Nederlanders, kunnen deze zomer gratis met de trein door de EU reizen. Met het zogenoede DiscoverEU-programma hoopt de Europese Commissie meer besef van de diversiteit in Europa en Europese identiteit bij de jonge EU-burgers op te wekken, terwijl ze onderweg ”genieten van de culturele rijkdom in de 28 lidstaten en nieuwe vrienden maken”.

EU-commissaris Tibor Navracsics (cultuur en jeugd): ”DiscoverEU biedt jonge mensen een uitstekende kans om de EU op een persoonlijke reis te ontdekken zoals dat niet kan via een boek of documentaire. Ik weet zeker dat die ervaring tot positieve veranderingen leidt.’’

Jongeren die op 1 juli achttien jaar zijn kunnen zich vanaf dinsdag 12.00 uur tot 26 juni 12.00 uur online opgeven voor een ticket dat ze voor uiterlijk dertig dagen naar maximaal vier landen voert. In principe gaat de reis per trein maar om alle hoeken en gaten van de EU bereikbaar te maken kunnen sommige trajecten ook met de bus, boot of in uitzonderlijke gevallen het vliegtuig worden afgelegd.

Brussel selecteert de deelnemers onder meer aan de hand van een aantal vragen die ze over het Europees cultureel erfgoed en de Europese verkiezingen volgend jaar moeten beantwoorden. Belangstellenden moeten ook het voorgenomen traject indienen. Als de proef een succes wordt, wil Brussel de komende jaren 700 miljoen euro uittrekken om jaarlijks 200.000 achttienjarigen op pad te sturen.

Bron: ‘Dagblad010

Read article

2328

Beziel Europa met jouw Grote Verhaal (opiniestuk FD, 2 januari 2017)

Cities, Culture, Lifestyle, Travel

januari 2, 2017

Brexit doet veel mensen beseffen dat Europa nog lang geen gelopen race is

Van drie kernwaarden Franse Revolutie vooral vrijheid en gelijkheid juridisch vormgegevenmediacloversitecom

In Kinderen van de Arbat (1988) beschrijft Anatoli Rybakov hoe het communisme in de Sovjet Unie in de jaren dertig van de 20ste eeuw veranderde van een idealistische jeugdbeweging vol hoop en toekomstidealen in een gestold, orthodox en gesloten denksysteem en dus in een dictatuur. Gaandeweg verliezen ‘de kinderen’ — jongeren — in het boek hun illusies over een betere toekomst.

Joe Zammit Lucia trekt een parallel tussen de Sovjet Unie en de Europese Unie (FD 24 december 2016). Ook de EU ontstond als ideaal, om na de Tweede Wereldoorlog voor altijd de vrede te waarborgen. Het Europese enthousiasme werd toen gedeeld door brede lagen van de bevolking. ‘Europa’ is een uniek project, zonder enig historisch precedent. Soevereine landen besloten vrijwillig een deel van hun autonomie op te geven voor samenwerking. Het ontstaan van andere wereldmachten, ook de Verenigde Staten, ging gepaard met geweld. ‘Europa’ moest oorlog uitbannen.

Maar ook het Europese project is gaandeweg verstard tot een gesloten denksysteem waarin er maar een enkele weg vooruit is en dat is: Meer Europa. Het was ooit een breed gedragen beweging. Dat is het al lang niet meer. Dat is niet wat de stichters beoogden. Het verenigen van Europa zou een lang zoekproces zijn. Er was geen blauwdruk. De stichters, wisten dat ‘Europa’ verdiend moest worden bij de burgers.

De Europese besluitvorming bij unanimiteit leidde vaak tot cryptische compromissen zozeer dat tegen de tijd dat in de lidstaten het besef doordrong van de reikwijdte van die besluiten, de gevolgen er van al niet meer konden worden teruggedraaid. Dat ondermijnde het vertrouwen bij de burgers en als reactie daarop raakte de Brusselse bureaucratie steeds meer in zichzelf gekeerd.

Maar de vergelijking tussen de EU en de Sovjet Unie gaat op een aantal punten mank. De Sovjet Unie kwam tot stand door een staatsgreep van Lenin en was een ahistorisch en utopisch project. In de praktijk kwam Sovjetisering, de komst van de Nieuwe Mens, toch vooral neer op Russificatie — van bijvoorbeeld de Baltische staten. Het afschaffen van tradities kwam neer op vergeefse pogingen die uit te roeien, het meest notoir via de collectivisatie van de landbouw. Het Russische onkruid bleef opspringen uit de barsten in het Sovjetbeton dat na zeventig jaar verkruimelde.

De EU is nadrukkelijk gestart als een bescheiden project dat mogelijkheden aftast. Toen het onbestemde ideaal verstarde tot economische orthodoxie, staken de burgers daar per referendum een stokje voor. Een Europa dat slechts economische belangen dient, daar vatten burgers als het even tegen zit geen liefde voor op zoals voor hun vaderland. Dat is de fout van de eurocraten.

De brexit is hun falen, maar tegelijkertijd is deze crisis misschien juist Europa’s ‘finest hour’, een ‘blessing in disguise’. Het doet veel mensen beseffen dat Europa geen gelopen race is en dat het ook zomaar opeens klaar, over en uit kan zijn. Sindsdien heeft Europa weer aan populariteit gewonnen. De onverschilligheid van Londense hoogopgeleiden om niet ‘bremain’ te stemmen, omdat ze dachten dat het zo’n vaart niet loopt, is afgestraft. Onder het Europese beschavingsvernis gaan nog altijd oorlogsherinneringen schuil, die zomaar de kop opsteken zoals het anti-Duitse sentiment in Griekenland. Het kan allemaal kapot gaan.

Dat we ons kapot zijn geschrokken, dat is winst maar daarmee is Europa nog niet gered. De vorming van natiestaten vanaf het begin van de 19de eeuw behelsde vooral de vorming van een nationale identiteit, een gedeeld narratief. Dat aanwakkeren van een gevoel van saamhorigheid was vooral in handen van schrijvers, schilders en historici: de scheppende beroepen, de verhalenvertellers.

Van de drie kernwaarden van de Franse Revolutie heeft Europa vooral vrijheid en gelijkheid juridisch vormgegeven. Broederschap, dat gevoel van verbondenheid en gedeelde identiteit, daar is veel moeilijker de vinger op te leggen en dat is ook geen zaak van politiek en ambtenarij.

Europa, dat zich uitstrekt van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral en de Kaukasus, vanaf de Noordkaap tot aan de Middellandse Zee, wordt al meer dan 2000 jaar bijeengehouden door draden die de geschiedenis heeft geweven tussen landen en streken. Opvallend genoeg kunnen vooral Britse historici gepassioneerd schrijven over Europese geschiedenis.

Zulke verhalenvertellers kunnen helpen bij het vormgeven van dat onbestemde ideaal Europeaan te zijn. Maar verhalen vertellen in deze tijd van sociale media waarin iedereen kris kras door Europa reist, kan iedereen. Dus laten wij Kinderen van de Arbat worden.

NOOT: Erwin van den Brink is publicist.

Read article