MENU

Duitsland
Tag Archive

988

Volkskroniek over hoe vrijheid 75 jaar geleden begon

Cities, Culture, Lifestyle, People, Travel

juni 16, 2020

Een collectief plakboek over Europa, het continent van de verpozing

Tijdens zijn gedwongen verblijf in Duitsland in de Tweede Wereldoorlog begon mijn vader, Wim van den Brink, met fotograferen. Hij is er zijn verdere leven mee doorgegaan. Hij fotografeerde tijdens de vele reizen door Europa die hij vanwege zijn werk maakte en tijdens de vakanties met zijn gezin. De beelden vormen een kroniek van het alledaagse leven in Europa vanaf 1943 tot aan zijn dood in 2007. Maar zijn ook onderdeel van een veel omvangrijker verborgen volkskroniek van het gewone leven door talloze amateurfotografen. Een collectief, vergeten plakboek want er moeten miljoenen van zulke bijna verloren beelden zijn weggeborgen in dozen en albums.

Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

Op de laatste foto in de serie die mijn vader maakte tijdens zijn internering in Duitsland (1943-1945), is hij na de capitulatie op weg naar huis. Hier poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

Telkens als ik nadenk over Europa, kijk ik weer terug in het schriftje van mijn vader dat ik als kind al af en toe tevoorschijn haalde vanachter de schuifdeurtjes op zolder. Daar lag het tussen oude boeken en paperassen, samen met een camera die hij had meegenomen uit Duitsland. Het is een gewoon schoolschrift met gelinieerde pagina’s maar het bevat enkele tientallen ingeplakte foto’s van ongeveer negen bij zeven bij centimeter gemaakt met die Zeiss Ikon balgcamera die in de jaren 1940 in Duitsland een heel gangbaar model was. De foto’s zijn klein maar behoorlijk scherp.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945  samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945 samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Ze vormen een reportage over de ruim twee jaar dat hij in Berlijn verbleef, vanaf het voorjaar 1943 – nadat hij kort na zijn achttiende verjaardag was opgepakt – tot en met zijn repatriëring na de capitulatie in juni 1945. Het was zijn eerste buitenlandse reis. De foto’s laten de plekken zien waar hij verbleef en de mensen waarmee hij optrok. Op sommige staat hij zelf, alleen of met anderen. Vermoedelijk zijn die gemaakt met de zelfontspanner. Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

San Marcoplein, Venetie, 1962.

San Marcoplein, Venetie, 1962.

In 1988 ging ik met hem en het schriftje terug naar Berlijn. Hij was toen even oud als ik nu: begin zestig. Hij vond het een godswonder dat hij de oorlog had overleefd als je bedenkt hoeveel dood en verderf er tijdens die oorlogsjaren om hem heen was gezaaid. Door de geallieerde bombardementen en vooral de laatste weken en dagen in de slag om Berlijn. Op een van de foto’s zie je mijn vader met Russische soldaten (‘onze bevrijders’, staat er onder) van wie er eentje een verband om zijn hoofd heeft. De overige foto’s ademen een alledaagse, bijna een vakantiesfeer. Veel tekst staat er niet in het schriftje. Mijn vader was geen schrijver. Hij was technicus, scheikundige.

 

Noorwegen, 1961.

Noorwegen, 1961.

Maar hij praatte graag. Wij hadden een goede band dus praatten we veel met elkaar. Dat ging vaak over koetjes en kalfjes. Over hoe we tegen het leven aankeken. Soms over de dood van zijn eerste vrouw, mijn moeder. Dat was een verdriet dat hij nooit helemaal te boven is gekomen ook niet in het lange en gelukkige huwelijk dat erop volgde met een vriendin van mijn moeder, mijn tweede moeder.

 

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Zijn spraakzaamheid gaf mij de gelegenheid hem in Berlijn eens goed uit te horen over die twee oorlogsjaren. Toen bleek mij hoeveel hij niet had gefotografeerd en misschien ook niet had willen zien. De verwoesting, de doden. Hij was geen oorlogsfotograaf. Hij was een huis-tuin-en-keuken-fotograaf en nog een tamelijk middelmatige ook. Maar hij had geen last van artistieke pretenties. In geen van de dingen die hij deed trouwens was hij ooit pretentieus. Dat hij enkele aardige foto’s, dia’s en films heeft nagelaten komt doordat hij verzot was op apparaten en die te pas en te onpas gebruikte. Een apparaat in zijn buurt was voor hem nooit veilig. Knopjes zijn om aan te draaien, schroefjes draaide hij los zodat hij binnenin kon kijken. Als het stuk was, maakte hij het.

 

Stresa, bij Milaan, 1967.

Stresa, bij Milaan, 1967.

Wat hij wel fotografeerde in Berlijn was het veilige onderkomen dat hij, na te zijn weggebombardeerd uit een pension aan de Muskauerstrasse, vond bij een familie buiten de stad. En ook de laatste episode, het bivakkeren met een stel andere her en der in Europa geronselde Arbeitseingesetzden – dwangarbeiders – in een Ferienlager, een verlaten vakantiepark aan een meer. Daar konden ze zich levend en wel aan de oprukkende Russen overgeven. Zijn hospita had toen met alle andere Duitsers allang de benen genomen. Ze wilden in handen van Amerikanen vallen.

Milaan, 1967

Milaan, 1967

Deze vrouw bij wie hij enige tijd inwoonde noemt hij in een van de fotobijschriften ‘meine Pflegemutti’. Zij had zich over hem ontfermd. Mijn vader zag er niet bepaald arisch uit. Hij was klein en had een dichte bos pikzwart haar, donkerbruine ogen en een ietwat getinte huid. Hij had voor joods kunnen doorgaan. Aan moederszijde had hij inderdaad verre joodse voorouders. De familie was lang geleden rooms-katholiek geworden. Waarschijnlijk is een groot gedeelte van de mensheid wel enigszins joods als het gaat om verre afstamming. Zijn van contradicties vergeven rassenleer is een van de absurditeiten van het Nazisme.

 

In de Dolomieten, 1960

In de Dolomieten, 1960

Ik denk dat vanwege zijn jongensachtige voorkomen en door zijn blijmoedige natuur en oprechtheid, die hij zijn hele leven behield, dat daarom ook toen ver van huis in Duitsland, de juiste mensen zich over hem ontfermden: Die vrouw, maar ook zijn leidinggevende in de fabriek. Dat heeft hem geholpen de oorlog heelhuids door te komen: Niet alle Duitsers waren ‘rotmoffen’.

 

Hydepark, Londen, 1968

Hydepark, Londen, 1968

Na de oorlog ging mijn vader aan de slag bij de Mekog (Maatschappij voor Exploitatie van Kooks Oven Gassen) een onderdeel van Hoogovens in IJmuiden. Mekog maakte kunstmest en dat was essentieel voor de Wederopbouw: Europa leed vlak na de Tweede Wereldoorlog aan massale ondervoeding en het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid was met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal een van de vroege pijlers onder de Europese samenwerking.

 

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Kunstmestkorrels worden erg gemakkelijk vochtig en gaan dan klonteren. De mestkorrels zijn dan niet meer gelijkmatig over het land te verspreiden. Mijn vader specialiseerde zich in het ontwikkelen van vochtwerende en later waterdichte zakverpakkingen om de massale transportschade te voorkomen en van de machines die daarvoor nodig waren. Dat bracht hem al vroeg in de jaren zestig op zakenreis door Europa op bezoek bij allerlei bouwers van verpakkingsmachines: Italië, Finland, Groot-Brittannië, Duitsland, maar ook Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Waar mogelijk maakte hij foto’s.

 

Venetie, 1962

Venetie, 1962

Mijn vader zaliger staat voor mij een beetje model voor de doorsnee-Europeaan die (in zijn geval) met een Kodak en later een Pentax kleinbeeldcamera vooral dia’s maakte op zijn reizen die een tijdsbeeld geven van de periode 1960-1990 – en eigenlijk ook 1943-1945. Dus liet hij ons als kleine kinderen al de Arc de Triomphe, de toren van Pisa en Piccadilly Circus zien. De mensen die hij ontmoette op zijn reizen kwamen ook naar Nederland, IJmuiden. Ze kwamen bij ons over de vloer, wederopbouwtechneuten uit de industrie: Britten, Italianen, Duitsers.

 

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. 'Meine Pflegemutti'.

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. ‘Meine Pflegemutti’.

Bij het opruimen en ordenen van zijn audiovisuele nalatenschap (zodra er homevideo was, had hij een ook een videocamera) realiseerde ik mij dat er op talloze zolders zo Europees audiovisueel erfgoed verborgen moet liggen, foto’s, dia’s, polaroids, achtmillimeter films, videobanden. Wat toegankelijk is gemaakt en is gecatalogiseerd dat zijn veel nieuwsfoto’s, reclamebeelden, films en televisiebeelden. Professioneel beeld. Amateurbeeld vindt slechts sporadisch een weg naar de openbaarheid, bijvoorbeeld via een rommelmarkt of antiquariaat.

 

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Europese reisbestemmingen waren zeker tot de millenniumwisseling voor de meeste gewone mensen de maximale actieradius. Pas later in zijn carrière ging mijn vader ook wel eens naar Amerika en Azië. Massaal globe trottende backpackers, voor wie dat de gewoonste zaak van de wereld is, zijn een betrekkelijk recent verschijnsel: millennials.

Sinds 2000 is het aantal jonge back packers van over de hele wereld dat in Europa rondreist geëxplodeerd en daarmee de hoeveelheid ‘content’ die ze via hun devices uploaden.

 

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders - met driekleur.

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders – met driekleur.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Analoog amateurbeeld van voor die tijd blijft, zolang het niet is gedigitaliseerd, ingescand, grotendeels onzichtbaar en onvindbaar. Het toerisme van Europeanen binnen Europa kwam op vanaf de jaren 1950 door de bus en de trein en vanaf de jaren 1960 ook dankzij het vliegtuig en de gezinsauto. Op regenachtige herfstzondagmiddagen werd de vakantieoogst voorzien van tekstuitleg ingeplakt in albums: Foto’s afgewisseld met tickets, brochures, ansichtkaarten en andere memorabilia.

 

Europa is in de loop van de twintigste eeuw en zeker na de Tweede Wereldoorlog het continent van de verpozing geworden. Een grote bezienswaardigheid. De badplaatsen, kuuroorden, het reisje langs de Rijn, de riviera’s, de costa’s. De steden, musea, theaters, festivals.

 

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Europa is ook het continent van de kleine burgerman met monsieur Hulot en mr. Bean als archetypische persiflages van onszelf. ‘Les Vacances de mr. Hulot’ (1953, Jacques Tati) is even tijdloos typisch Europees als Mr. Bean Goes on holiday (2007, Rowan Atkinson).

 

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Die kleine man heeft zich decennia hemelmaal suf gefotografeerd en gefilmd en gaat daar tegenwoordig digitaal onverdroten mee door. En dat alles lijkt gedoemd tot vergetelheid. Tenzij we die beelden voorzien van een verhaal en ze opnemen in het grote Europese familiealbum, een collectief plakboek dat onze continentale volksziel blootlegt.

 

We nodigen iedereen uit eigen fotomomenten over Europa met The Soul of Europe te delen en dat te delen met je vrienden. En vraag die dat ook weer met hun vrienden te delen. En vergeet niet te zeggen dat ook die het weer moeten delen met hun vrienden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read article

489

Typisch Europa (4): Gotiek

Cities, Culture

mei 20, 2020

gloucester-cathedral-3516448_1280 Rheinpanorama_1856_detail_Dom

Je denkt aan de Goten uit Asterix en Obelix als aan een soort van roodharige wildemannen uit Noord-Europa. Gothic is een stijl voor meisjes die zwarte kleren aantrekken en hele dikke zwarte oogschaduw dragen en dansen op keiharde muziek. Je denkt aan Engelse spookverhalen, Jack the Ripper, Dracula, Edgar Allen Poe en Harry Potter. Of aan Batman’s imaginaire stad Gotham (Gotham by gaslight, 2018, https://en.wikipedia.org/wiki/Batman:_Gotham_by_Gaslight).

Die beetje sinistere, duistere, spookachtige sfeer komt natuurlijk uit Scandinavië. Kijk naar hun films, lees hun boeken (de thrillers!) het zijn allemaal niet bepaald lachebekjes die daarin rondlopen. Louis Couperus dompelde zich er in onder in Van de koele meren des doods. De lol hebben ze er niet bepaald uitgevonden, een uitzondering daargelaten natuurlijk, zoals Pipi Langkous. En Gotenburg ligt in Zweden.

Ten tijde dat de Gotiek ontstond, in de twaalfde eeuw in de streek Ile de Frans rond Parijs, werd ze helemaal niet zo genoemd. De term gotisch was een scheldwoord en werd bedacht door de Italiaanse Renaissance-architect Giorgio Vasari omstreeks 1550. Hij duidde er de bouwkunst van de Noord-Europese Middeleeuwen mee aan. Immers, in Italië was de bouwkunst grotendeels Romaans gebleven, gekenmerkt door ronde bogen. Kijk naar bijvoorbeeld de Sint Pieter, gebouwd vanaf de zestiende eeuw nadat ze de bestaande basiliek hadden gesloopt. Zo bleef alles lekker stug Romaans.

We danken het woord Gotiek dus aan Italiaanse kinnesinne: het momentum van de technologische en dus ook bouwkundige vooruitgang bewoog zich namelijk inderdaad naar Noord-Europa en was omstreeks de twaalfde eeuw aangekomen in Frankrijk dat zich steeds meer unificeerde als koninkrijk en die centralisatie van macht in het Parijse bekken vond uitdrukking in bouwkundige vernieuwing.

De gotische spitsboog leidt gewelfkrachten namelijk veel beter af in de muren en fundering waardoor hogere constructies mogelijk werden met grotere ramen die meer licht binnen laten. Overdadige lichtinval door enorme glas-in-loodramen onderscheidt de gotische kathedralen, waarvan de meesten in Frankrijk staan, van de meestal vroegere Romaanse bouwwerken.

Toch ontkwam ook Italië heus niet aan de gotiek: de dom van Milaan en het Dogenpaleis in Venetië zijn voorbeelden. Maar de Gotiek werd een pan-Europese bouwstijl met lokale substijlen zoals de Tudorboog in Engeland.

Het bouwen aan die gebouwen is nooit klaar. Vooral kathedralen waren zulke gigantische projecten dat de bouw tussentijds vaak stil kwam te liggen door geldgebrek, oorlog of hongersnood. Zo is de beroemde Dom van Keulen (vanaf 1248) pas na zes eeuwen voltooid in 1880.

Omdat hij in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd werd door Britse luchtaanvallen, liet de Britse Berta Woodward in 2012 haar vermogen van 350.000 euro na aan de Dom voor de nog altijd niet voltooide restauratie. Het geeft aan hoe diep deze gebouwd zijn verankerd in ons collectieve geheugen. De brand die vorig jaar april de Parijse Notre Dame grotendeels verwoeste maakte over de hele wereld heftige emoties los.

Het restauratie- en onderhoudswerk aan deze bouwwerken is zo specialistisch dat de metselaars, steenhouwers, beeldhouwers, timmerlieden en glazeniers van land naar land, van project naar project trekken. Ook dat gaat zo al eeuwen. Uit deze nomadische beroepsbevolking is de Vrijmetselarij ontstaan.

De gotiek evolueerde in de negentiende eeuw naar de neogotiek die je inderdaad behalve in kerken ook veel terugziet in wereldse ‘Gotham-achtige’ bouwwerken zoals de Britse Houses of Parliament uit de Victoriaanse tijd rond 1820-1830. Gotiek bleef de dominante bouwtechniek totdat bouwen in gewapend beton nog grotere overspanningen mogelijk maakte.

 

Read article

Typisch Europa (1): Speelgoedbouwdozen

Culture, Design, Lifestyle

mei 15, 2020

 

Zoeken naar De ziel van Europa begint met je afvragen wat nou typisch Europees is. Iedereen die de moeite neemt om daar over na te denken kan een lijstje met onderwerpen, zaken, daar over aanleggen.

Onlangs was ik in New York en daar is op Fifth Avenue een enorme Lego-speelgoedwinkel. Het staat niet vast dat het speelgoed in Europa is uitgevonden, maar het moderne kinderspeelgoed ontstond er in de loop van de negentiende eeuw en nam in de twintigste eeuw een hoge vlucht dankzij industriele productiemethoden die in Europa in zwang kwamen. Wie kent niet de blokkendozen met houten of stenen bouwblokjes. Speelgoed maken werd goedkoop en zo konden mensen met een kleine beurs het betalen.

Vervolgens namen ook allerlei andere open speelgoedsystemen zoals het Britse (made in England) Meccano (tegenwoordig Frans!) en het Deense Lego een enorme vlucht maar vergeet ook het Duitse Play

 

Meccano1922

 

 

 

Mobil, eveneens Duitse Fischer Technik, het Duits/Hongaarse Plasticant en het Italiaanse Bambino en Autostrada niet, en in de jaren 1990 het Amerikaanse K’Nex.

Al die open systemen bestaan doorgaans uit in aanleg abstracte elementen zoals staafjes, strips, platen, blokjes die door middel van klikken, inhaken, of met schroefjes en moertjes aan elkaar te bevestigen zijn. Kinderen kunnen zo spelenderwijs bestaande objecten nabouwen uit de grote mensenwereld zoals huizen, auto’s en dergelijke. Het is enorm goed voor de ontwikkeling van het kinderbrein: je leert ruimtelijk denken, het prikkelt je fantasie en test je vindingrijkheid.

Europa je bent speels.

http://www.girdersandgears.com/index.html

https://www.toyindustries.eu/

https://www.spielwarenmesse.de/magazine//language/1/

Read article

2388

Duitsers over Engelse reclame: Keine blasse Ahnung, aber ganz toll Mensch!

Business, Lifestyle, News

februari 29, 2016

nice

Engelse reclameslogans: onbegrepen, maar toch populair in Duitsland

Lindt chocolade wordt verkocht met de slogan “Nice to sweet you”, Bayer belooft “Science for a Better Life”: Engelstalige slogans zijn populair bij Duitse merken. Maar of ze aankomen bij de klant? Het Merkenbureau Endmark analyseerde samen met het marktonderzoeksbureau YouGov 20 pay offs. Dit zijn de resultaten van de “Claim Study 2016”:

 

Voor de meerderheid van de Duitsers zijn Engelse slogans een mysterie al wordt de boodschap positief ervaren. Bijna tweederde (64 procent) zegt het Engels zeggen niet correct te begrijpen. Nog minder (28 procent) pakt de boodschap op zoals de afzender die heeft bedoeld. Iedereen die gelooft dat jonge Duitsers (18-44 jaar) het Engels beter machtig zijn dan ouderen, vergist zich. De best begrepen (53 procent correct vertaald) boodschap was “Good Hair Day, elke dag” van uit de fabrikant van haarverzorgingsapparaten GHD.

Filmpje:

 

 

Und weiter auf Deutsch bitte:

http://www.wuv.de/marketing/englische_slogans_unverstanden_aber_beliebt

http://www.endmark.de/aktuelles/presse/claimstudie-2016/

Read article