MENU

Latest Posts

516

Volkskroniek over hoe vrijheid 75 jaar geleden begon

Cities, Culture, Lifestyle, People, Travel

juni 16, 2020

Een collectief plakboek over Europa, het continent van de verpozing

Tijdens zijn gedwongen verblijf in Duitsland in de Tweede Wereldoorlog begon mijn vader, Wim van den Brink, met fotograferen. Hij is er zijn verdere leven mee doorgegaan. Hij fotografeerde tijdens de vele reizen door Europa die hij vanwege zijn werk maakte en tijdens de vakanties met zijn gezin. De beelden vormen een kroniek van het alledaagse leven in Europa vanaf 1943 tot aan zijn dood in 2007.  Maar zijn ook onderdeel van een veel omvangrijker verborgen volkskroniek van het gewone leven door talloze amateurfotografen. Een collectief, vergeten plakboek want er moeten miljoenen van zulke bijna verloren beelden zijn weggeborgen in dozen en albums.

Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

Op de laatste foto in de serie die mijn vader maakte tijdens zijn internering in Duitsland (1943-1945), is hij na de capitulatie op weg naar huis. Hier poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

  Telkens als ik nadenk over Europa, kijk ik weer terug in het schriftje van mijn vader dat ik als kind al af en toe tevoorschijn haalde vanachter de schuifdeurtjes op zolder. Daar lag het tussen oude boeken en paperassen, samen met een camera die hij had meegenomen uit Duitsland. Het is een gewoon schoolschrift met gelinieerde pagina’s maar het bevat enkele tientallen ingeplakte foto’s van ongeveer negen bij zeven bij centimeter gemaakt met die Zeiss Ikon balgcamera die in de jaren 1940 in Duitsland een heel gangbaar model was. De foto’s zijn klein maar behoorlijk scherp.
Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945  samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945 samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Ze vormen een reportage over de ruim twee jaar dat hij in Berlijn verbleef, vanaf het voorjaar 1943 – nadat hij kort na zijn achttiende verjaardag was opgepakt – tot en met zijn repatriëring na de capitulatie in juni 1945. Het was zijn eerste buitenlandse reis. De foto’s laten de plekken zien waar hij verbleef en de mensen waarmee hij optrok. Op sommige staat hij zelf, alleen of met anderen. Vermoedelijk zijn die gemaakt met de zelfontspanner. Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.  
San Marcoplein, Venetie, 1962.

San Marcoplein, Venetie, 1962.

In 1988 ging ik met hem en het schriftje terug naar Berlijn. Hij was toen even oud als ik nu: begin zestig. Hij vond het een godswonder dat hij de oorlog had overleefd als je bedenkt hoeveel dood en verderf er tijdens die oorlogsjaren om hem heen was gezaaid. Door de geallieerde bombardementen en vooral de laatste weken en dagen in de slag om Berlijn. Op een van de foto’s zie je mijn vader met Russische soldaten (‘onze bevrijders’, staat er onder) van wie er eentje een verband om zijn hoofd heeft. De overige foto’s ademen een alledaagse, bijna een vakantiesfeer. Veel tekst staat er niet in het schriftje. Mijn vader was geen schrijver. Hij was technicus, scheikundige.  
Noorwegen, 1961.

Noorwegen, 1961.

Maar hij praatte graag. Wij hadden een goede band dus praatten we veel met elkaar. Dat ging vaak over koetjes en kalfjes. Over hoe we tegen het leven aankeken. Soms over de dood van zijn eerste vrouw, mijn moeder. Dat was een verdriet dat hij nooit helemaal te boven is gekomen ook niet in het lange en gelukkige huwelijk dat erop volgde met een vriendin van mijn moeder, mijn tweede moeder.  
Salzburg, Oostenrijk, 1962

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Zijn spraakzaamheid gaf mij de gelegenheid hem in Berlijn eens goed uit te horen over die twee oorlogsjaren. Toen bleek mij hoeveel hij niet had gefotografeerd en misschien ook niet had willen zien. De verwoesting, de doden. Hij was geen oorlogsfotograaf. Hij was een huis-tuin-en-keuken-fotograaf en nog een tamelijk middelmatige ook. Maar hij had geen last van artistieke pretenties. In geen van de dingen die hij deed trouwens was hij ooit pretentieus. Dat hij enkele aardige foto’s, dia’s en films heeft nagelaten komt doordat hij verzot was op apparaten en die te pas en te onpas gebruikte. Een apparaat in zijn buurt was voor hem nooit veilig. Knopjes zijn om aan te draaien, schroefjes draaide hij los zodat hij binnenin kon kijken. Als het stuk was, maakte hij het.  
Stresa, bij Milaan, 1967.

Stresa, bij Milaan, 1967.

Wat hij wel fotografeerde in Berlijn was het veilige onderkomen dat hij, na te zijn weggebombardeerd uit een pension aan de Muskauerstrasse, vond bij een familie buiten de stad. En ook de laatste episode, het bivakkeren met een stel andere her en der in Europa geronselde Arbeitseingesetzden – dwangarbeiders – in een Ferienlager, een verlaten vakantiepark aan een meer. Daar konden ze zich levend en wel aan de oprukkende Russen overgeven. Zijn hospita had toen met alle andere Duitsers allang de benen genomen. Ze wilden in handen van Amerikanen vallen.
Milaan, 1967

Milaan, 1967

  Deze vrouw bij wie hij enige tijd inwoonde noemt hij in een van de fotobijschriften ‘meine Pflegemutti’.  Zij had zich over hem ontfermd. Mijn vader zag er niet bepaald arisch uit. Hij was klein en had een dichte bos pikzwart haar, donkerbruine ogen en een ietwat getinte huid. Hij had voor joods kunnen doorgaan. Aan moederszijde had hij inderdaad verre joodse voorouders. De familie was lang geleden rooms-katholiek geworden. Waarschijnlijk is een groot gedeelte van de mensheid wel enigszins joods als het gaat om verre afstamming. Zijn van contradicties vergeven rassenleer is een van de absurditeiten van het Nazisme.  
In de Dolomieten, 1960

In de Dolomieten, 1960

Ik denk dat vanwege zijn jongensachtige voorkomen en door zijn blijmoedige natuur en oprechtheid, die hij zijn hele leven behield, dat daarom ook toen ver van huis in Duitsland, de juiste mensen zich over hem ontfermden: Die vrouw, maar ook zijn leidinggevende in de fabriek. Dat heeft hem geholpen de oorlog heelhuids door te komen: Niet alle Duitsers waren ‘rotmoffen’.  
Hydepark, Londen, 1968

Hydepark, Londen, 1968

Na de oorlog ging mijn vader aan de slag bij de Mekog (Maatschappij voor Exploitatie van Kooks Oven Gassen) een onderdeel van Hoogovens in IJmuiden. Mekog maakte kunstmest en dat was essentieel voor de Wederopbouw: Europa leed vlak na de Tweede Wereldoorlog aan massale ondervoeding en het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid was met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal een van de vroege pijlers onder de Europese samenwerking.  
Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Kunstmestkorrels worden erg gemakkelijk vochtig en gaan dan klonteren. De mestkorrels zijn dan niet meer gelijkmatig over het land te verspreiden. Mijn vader specialiseerde zich in het ontwikkelen van vochtwerende en later waterdichte zakverpakkingen om de massale transportschade te voorkomen en van de machines die daarvoor nodig waren. Dat bracht hem al vroeg in de jaren zestig op zakenreis door Europa op bezoek bij allerlei bouwers van verpakkingsmachines: Italië, Finland, Groot-Brittannië, Duitsland, maar ook Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Waar mogelijk maakte hij foto’s.  
Venetie, 1962

Venetie, 1962

Mijn vader zaliger staat voor mij een beetje model voor de doorsnee-Europeaan die (in zijn geval) met een Kodak en later een Pentax kleinbeeldcamera vooral dia’s maakte op zijn reizen die een tijdsbeeld geven van de periode 1960-1990 – en eigenlijk ook 1943-1945. Dus liet hij ons als kleine kinderen al de Arc de Triomphe, de toren van Pisa en Piccadilly Circus zien. De mensen die hij ontmoette op zijn reizen kwamen ook naar Nederland, IJmuiden. Ze kwamen bij ons over de vloer, wederopbouwtechneuten uit de industrie: Britten, Italianen, Duitsers.  
Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. 'Meine Pflegemutti'.

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. ‘Meine Pflegemutti’.

Bij het opruimen en ordenen van zijn audiovisuele nalatenschap (zodra er homevideo was, had hij een ook een videocamera) realiseerde ik mij dat er op talloze zolders zo Europees audiovisueel erfgoed verborgen moet liggen, foto’s, dia’s, polaroids, achtmillimeter films, videobanden. Wat toegankelijk is gemaakt en is gecatalogiseerd dat zijn veel nieuwsfoto’s, reclamebeelden, films en televisiebeelden. Professioneel beeld. Amateurbeeld vindt slechts sporadisch een weg naar de openbaarheid, bijvoorbeeld via een rommelmarkt of antiquariaat.  
Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Europese reisbestemmingen waren zeker tot de millenniumwisseling voor de meeste gewone mensen de maximale actieradius. Pas later in zijn carrière ging mijn vader ook wel eens naar Amerika en Azië. Massaal globe trottende backpackers, voor wie dat de gewoonste zaak van de wereld is, zijn een betrekkelijk recent verschijnsel: millennials. Sinds 2000 is het aantal jonge back packers van over de hele wereld dat in Europa rondreist geëxplodeerd en daarmee de hoeveelheid ‘content’ die ze via hun devices uploaden.  
Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders - met driekleur.

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders – met driekleur.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

  Analoog amateurbeeld van voor die tijd blijft, zolang het niet is gedigitaliseerd, ingescand, grotendeels onzichtbaar en onvindbaar. Het toerisme van Europeanen binnen Europa kwam op vanaf de jaren 1950 door de bus en de trein en vanaf de jaren 1960 ook dankzij het vliegtuig en de gezinsauto. Op regenachtige herfstzondagmiddagen werd de vakantieoogst voorzien van tekstuitleg ingeplakt in albums: Foto’s afgewisseld met tickets, brochures, ansichtkaarten en andere memorabilia.   Europa is in de loop van de twintigste eeuw en zeker na de Tweede Wereldoorlog het continent van de verpozing geworden. Een grote bezienswaardigheid. De badplaatsen, kuuroorden, het reisje langs de Rijn, de riviera’s, de costa’s. De steden, musea, theaters, festivals.  
Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Europa is ook het continent van de kleine burgerman met monsieur Hulot en mr. Bean als archetypische persiflages van onszelf. ‘Les Vacances de mr. Hulot’ (1953, Jacques Tati) is even tijdloos typisch Europees als Mr. Bean Goes on holiday (2007, Rowan Atkinson).  
Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Die kleine man heeft zich decennia hemelmaal suf gefotografeerd en gefilmd en gaat daar tegenwoordig digitaal onverdroten mee door. En dat alles lijkt gedoemd tot vergetelheid. Tenzij we die beelden voorzien van een verhaal en ze opnemen in het grote Europese familiealbum, een collectief plakboek dat onze continentale volksziel blootlegt.   We nodigen iedereen uit eigen fotomomenten over Europa met The Soul of Europe te delen en dat te delen met je vrienden. En vraag die dat ook weer met hun vrienden te delen. En vergeet niet te zeggen dat ook die het weer moeten delen met hun vrienden.                    

Read article

134

Emscherpark

Culture

maart 2, 2021

(Memoires van een oud-reclameman. Fons Bruijs heeft zijn hele werkzame leven gesleten in de reclamewereld als campagnebedenker en copywriter. Hij kwam overal in Europa. Hij had zijn schetsboek en tekenspullen altijd bij zich. Het navolgende stuk is ontleend aan een tafelrede die Fons hield tijdens werkbezoek aan Het Emscherpark waar hij was in opdracht van de Meuse Foundation.)

Door Fons Bruijs

Wij mochten thuis niet van Duitsland houden waardoor wij de ontwikkelingen in dat land niet volgden. We waren, vonden we, meer Francofiel en richtten ons meer op de ontwikkelingen buiten Duitsland. Dat land had straf. Later toen ik wat meer van de Europese geschiedenis begon te begrijpen kreeg ik meer interesse in Duitsland. Wat een energie, wat een beschaving. Wat een historie.

En wat hebben twee wereldoorlogen ons beeld op de cultuur van dat land lelijk vertroebeld. Toen ik langs de industrieterreinen van Emscherpark reed en door de gebouwen liep, voelde ik energie, kracht, saamhorigheid. Maar ook angst. Horden onderworpen kompels. Duizenden arbeiders die vanuit alle windstreken uit dorpen en stadjes kwamen om in de fabrieken te werken. Onderworpen aan en afhankelijk van de willekeur van de kleine groep bazen die het voor het zeggen had.

Er kwam tenminste wat welvaart. Er was eten, er was toekomst. De schoorstenen rookten. Dat was toen nog een bewijs van rijkdom en welvaart. Toen Lodewijk de vijftiende een grote slag verloor van de Engelsen moet hij wanhopig hebben uitgeroepen: “Hoe kan het dat god ons zo heeft kunnen verlaten, terwijl wij zoveel voor god hebben gedaan?” Niet lang daarna startte na de verlichting de industrialisatie. Inderdaad, er was een nieuw geloof ontstaan. Het kapitalisme.

Alles dampte, floot, bonkte en stuwde er lustig op los in die hallen en gebouwen. Schitterend architectonisch vormgegeven met als uitgangspunt functionaliteit. De machines verassend ontworpen. Industriële vormgeving had nog niet zo’n aandacht. Het ging hier louter om de bruikbaarheid. De vorm ontstond vanuit de behoefte maar vooral om de de functie van de ketel, de pers, de kranen. Ik heb ze daar bewonderd in de betoverende wereld van de mechanica.

De tandwielen, steunberen, bruggen, klinknagels, loopbruggen, afsluitkranen, smeltkroezen en handgrepen. Stuk voor stuk een verrukking om naar te kijken. Het is lastig om al die gebouwen en materialen los te zien van de mensen en hun beweegredenen in die tijd. Dat is ook de reden waarom ik zo af en toe enigszins neerslachtig werd van al die lucht van smeer bloed en zweet. Van mensen op weg naar stad, land en geluk. Door hoop voor de gek gehouden liepen ze de dood tegemoet.

Begin jaren 70, voor zover ik heb begrepen, begon de industrie in deze streek, waar honderdduizenden mensen decennialang afhankelijk waren van hun baan in de fabriek, de mijn of de gieterij, langzaam te verdwijnen. Door verdere technologische ontwikkelingen raakte het gebied zijn oorspronkelijke functie kwijt. In nog geen veertig jaar tijd emancipeerde, verzelfstandigde West Falen.

Voor sommigen zal het niet gemakkelijk zijn geweest het industriële juk af te werpen. Universiteiten, scholen, beroepsonderwijs, investeerders verzetten de bakens. Kleinschalige nieuwe industrie, dienstverlening, midden- en kleinbedrijf zorgden voor een nieuwe dynamiek.

Wat ben ik blij met het gepiep piep en tuut tuut van mijn computer. Wat ben ik blij dat ik nooit in die omstandigheden heb hoeven werken en wat heb ik een respect voor de mensen die dat wel hebben gedaan. Mensen aan wie wij een belangrijk deel van onze welvaart te danken hebben. Wat ben ik blij dat ik morgen met mijn eigen Porsche 911 weer naar huis mag.

Fons Bruijs.

Read article

Edvard Grieg, pianoconcert, adagio.

Culture

maart 1, 2021

In 1868 componeert Grieg zijn Pianoconcert. Het werk in a klein – waarin de verwijzingen naar Noorse volksmuziek niet van de lucht zijn – wordt een onmiddellijk succes. Zelfs pianovirtuoos en componist Franz Liszt, die Grieg aan het eind van de jaren 1860 in Rome ontmoette, is enthousiast.

In 1883, tijdens een Europese tournee, soleert Grieg in Amsterdam en in enkele andere Nederlandse steden in zijn eigen Pianoconcert. In 1897 treedt hij als dirigent op met het Concertgebouworkest. Zijn eigen muziek wordt door het orkest uitgevoerd onder leiding van Willem Mengelberg.

Als Grieg vervolgens in 1898 gevraagd wordt een concertserie te realiseren voor een visserijfestival in het Noorse Bergen, staat hij erop met het Concertgebouworkest te werken. En zo treedt het Concertgebouworkest in de zomer van 1898 voor het eerst buiten de landsgrenzen op.

(Uit: https://www.preludium.nl/edvard-grieg)

Read article

197

Der neue Heimat (een film van Edgar Reitz)

Culture

maart 1, 2021

Hieronder volgt een filmverslag over Die neue Heimat van Edgar Reitz in 2014 geschreven door Fons Bruijs.

 

Vier uur intens meeleven  met de inwoners van  Schabbach, met hun verlangen naar een beter bestaan.

 

Weg uit de ellende waar de dood regeert op elke straathoek,

de armoede groot is en het leven kansloos lijkt.

Kindersterfte, onverklaarbare ziekte. Men denkt aan Brazilie

waar de zon het hele jaar door onafgebroken schijnt en waar je als nieuwkomer kunt rekenen op kilometers lange kavels vruchtbare grond.

Daar, ver achter Schabbach in het westen, wacht het geluk, de nieuwe wereld.

De nieuwe taal wordt alvast beoefend door de enige leesvaardige jonge inwoner uit het stadje. Hij leest tegen de zin van zijn primitieve ouders  veel boeken. Braziliaans, Mexicaans  en Spaans. Maar ook over oude Indiaanse taal, hun gebruiken en gewoonten. Hij inspireert en weet het hele dorp voor zijn plan te winnen.

Zo ronselt hij alle inwoners uiteindelijk weg uit de ellende naar het nieuwe vaderland.

Overal zien we stervende, kermende mensen in benauwde kamertjes.

Huilende, biddende familieleden, opgepropt in bedompte keukens om het verlies gezamenlijk met godsvrezen te delen.

Het kerkhof is de plek waar nieuw leven wordt gegenereerd.

Onder het licht van de maan gaan de gesteven rokken omhoog, het kanten ondergoed omlaag.

Een jonge vurige dorpssmit baant zich behoedzaam doch trefzeker een weg naar binnen,

Het meisje kijkt hem liefdevol aan.

Hij is welkom.

En dan de grote  diaspora.

Na nog een aantal  begrafenissen van talloze doden, kinderen en bejaarden.

…en dan ..het is voorjaar 1842, trekken karrevrachten vol

emigranten het dorp uit richting Rotterdam om ingescheept te worden voor de grote oversteek naar het westen waar het beloofde land met open armen  op hen wacht.

En dat alles uitgesmeerd over 4 uur.

Fabelachtig fascinerend filmwerk zoals we dat kennen van de grote klassieke filmers!

Zo’n 100 jaar later zal Rotterdam platgegooid worden door de kleinkinderen  van de onschuldige babies die slapend meedijnden op de houten karren, op het ritme van de wielen die over de ongelijke wegen het beeld uit waggelden.

 

 

Read article

144

Een bijzondere Italiaanse ontmoeting

Culture

februari 28, 2021

Door Fons Bruijs

(Memoires van een oud-reclameman. Fons Bruijs heeft zijn hele werkzame leven gesleten in de reclamewereld als campagnebedenker en copywriter. Hij kwam overal in Europa. Hij had zijn schetsboek en tekenspullen altijd bij zich.)

Ergens in de zeventiger jaren werkte ik mee aan een internationale campagne voor een Italiaanse opdrachtgever: Montefibre. Dit bedrijf leverde halffabrikaten die in heel Europa in vele eindproducten werden verwerkt. Mijn vriend (Erwin vraagt, wie?) die destijds eigenaar was van een reclamebureau (Erwin vraagt naam) schreef het campagnethema voor deze belangrijke klant. Die luidde “Montefibre verenigt Europa” Ik was alleen verantwoordelijk voor de vormgeving. De presentatie van de campagne vond plaats in Milaan ten overstaan van de  hoogste baas van de communicatie-afdeling van het bedrijf. Na een comfortabele vlucht en snelle taxirit arriveerden we bij het hoofdkantoor alwaar wij ons lieten begeleiden wij naar de vergaderruimte waar we de presentatie zouden geven. In de vaste veronderstelling dat ons werk in goede aarde zou vallen lieten wij ons de heerlijke Italiaanse koffie die we geserveerd kregen goed smaken. Voldaan zakten we onderuit in afwachting van de grote marketingbaas….
Deze kwam even later goedgehumeurd binnen, de armen gastvrij gespreid met een brede lach: ‘Welkom heren, laten we maar gelijk beginnen!’
Handenvrijvend op z’n ellebogen rustend zei hij: ‘Welnu, the floor is yours!’ Mijn vriend begon met het
voordragen van de rational: ‘Jullie leveren materiaal aan producenten in vrijwel alle landen in Europa. Jullie afnemers
verwerken dat in heel veel Europese producten. Welnu, we hebben dan ook de volgende positionering gecreeerd: “MONTEFIBRE VERENIGT EUROPA”
De vriendelijke glimlach veranderde in een verontwaardigde, geringschattende blik. ‘Heren, we hebben net, zo’n
dertig jaar geleden een oorlog achter de rug door een gek die op zijn manier Europa wilde
verenigen!!! Om maar te zwijgen van Napoleon! Dit is niet waar wij op zitten te wachten. Dit is veel te imperialistisch! Te zwaar, veel te zwaar!”
Hij stond op en liep langzaam achterwaarts richting deur waardoor hij kort tevoren zo monter was binnen gekomen.Het ontbrak er nog aan dat hij ons niet direct een prettig terugvlucht wenste. Wel stelde hij ons voor aan een van zijn medewerkers met wie wij een voortreffelijke lunch deelden. Dat was het hoofdstuk Montefibre.
Toen ik laatst in een file stond moest ik terugdenken aan die trip naar Milaan! De wereld verandert met de dag maar een sterke Europese gedachte gaat jaren mee, verdwijnt en komt weer terug En weer terug, etc.

Read article

Most Popular

3142

Piet Mondriaan (144ste geboortedag)

Cities, Culture

maart 10, 2016

                Een dagje te laat mag: gisteren werden we attent gemaakt op de 144ste geboortedag van Piet Mondriaan, een van de

Read article