Alles draait om Cultuur

(en niet om economie)

Hier twee stukken: eentje over Europese Industriepolitiek en eentje over de zoveelste nationale Alleingang in de economie.

De hele Europese Unie is zo ongeveer gebaseerd op het idee dat economische samenwerking leidt tot culturele versmelting, eufemistisch aangeduid als ‘immer verdere eenwording’. Dat blijkt keer op keer niet het geval. De Europese Unie is in essentie nog steeds een vechttent van voortdurend uiteenlopende nationale belangen die slechts in extreme omstandigheden onder druk van buitenaf convergeren. Zoals door de Russische inval in Oekraïne, een grensland van Europa en een beoogd toekomstig lid van de Unie.

Het is een vereniging van naties die niet bij elkaar wordt gehouden door de intrinsieke motivatie, door het besef bij elkaar te horen, maar door de extrinsieke motivatie dat zij zich alleen samen teweer kunnen stellen tegen het gure geopolitieke klimaat van grote mogendheden die macht boven recht stellen. Al het georeer van commissievoorzitter Von der Leyen over Europese waarden en de Europese familie, kan dat niet verhullen.

Zelfs de oorspronkelijke stichting de Europese Gemeenschaper (voor Kolen en Staal), vlak na de Tweede Wereldoorlog, mistte die intrinsieke motivatie maar beoogde vooral te voorkomen dat belangenconflicten tussen landen opnieuw zouden ontaarden in oorlog. Vooral de stichters Schuman en Monnet maar later ook Commissievoorzitter Delors, benadrukten daarom het belang van het versterken van culturele saamhorigheid, het werken aan een breed gedragen besef tot dezelfde cultuur, dezelfde beschaving te behoren. Niet een economische maar een culturele gemeenschap zou het allereerste project van Europese eenwording moeten zijn, stelden zij achteraf.

Maar er is bijvoorbeeld niet een gemeenschappelijke taal waarin alle burgers die de EU tot Europeaan heeft verklaard, met elkaar kunnen praten. Ooit was Latijn de ‘lingua franca’ van een Europese elite en tegenwoordig is het Engels dat, wat enigszins ironisch is omdat Groot-Brittannië uit de EU is gestapt.

Taal is de uitdrukking ‘pur sang’ van nationale identiteit. Dat Oekraïners geen Russisch meer willen spreken en dat Rusland de bezette Donbass en De Krim trachten te koloniseren door invoeren van Russisch als officiële voertaal, illustreert het belang van taal voor identiteit.

Europese leiders hebben ervoor gewaakt om bestaande nationale identiteiten in een supranationale mal van Europese identiteit te persen zoals China’s heersers de Nepalese identiteit trachten uit te roeien en zoals Ruslands heersers hebben geprobeerd de naties en culturen binnen hun invloedssfeer te ‘russificeren’ via taal en historisch revisionisme, het herschrijven van de geschiedenis.

Europa is een separatistische hogedrukketel vol middelpuntvliedende krachten die worden gevoed door regionaal zelfbewustzijn: Schotten, Welshmen, Vlamingen, Walen, Catalanen, Basken, Bretonnen, Tirolers en zo kun je nog wel even doorgaan. Europa richt zijn eenwording daarom vooral op grensregio’s waar landen aan elkaar grenzen en waar samenwerking in het openbaar bestuur voor de hand ligt door de aanwezigheid van veel grensoverschrijdend verkeer. Eurregio’s zoals in de driehoek Leuven-Maastricht-Aken. Omdat mensen daar heel gemakkelijk de grens over komen om elkaar te ontmoeten, zakelijk, privé. Dat zijn de gebieden waar grenzen kunnen vervagen zodat mensen daar eventueel een nieuwe, gedeelde, Europese identiteit ontwikkelen.

Maar voorlopig is Europa nog geen broederschap der naties (a brotherhood of nations) waaruit een Europese natie van een volk met een gemeenschappelijk narratief ontstaat. De vraag is of dat noodzakelijk en wenselijk is. Ik persoonlijk vind de Brexit nu ik er op terugkijk eigenlijk behalve teleurstellend toch ook een demonstratie van de beschaving van hetgeen waar Europa voor wil staan.

Het is volgens mij een historisch unicum in de wereldgeschiedenis, dat het Europese imperium een invloedssfeer is waar landen in willen ondanks de hoge toelatingsdrempel en waar ze desgewenst ook weer uit kunnen en mogen.

Separatisme, dissonanten en dissidenten zijn een immer aanwezig onderdeel van politiek. Overal sluimeren regionale aspiraties en die krijgen de wind in de zeilen op het moment dat regio’s zich achtergesteld voelen in het beleid van de centrale regering. Dan ontstaat zoiets als de Boer Burger Beweging (BBB) in Nederland of Alternative Fuer Deutschland (AfD).

Wat je ziet is dat in Nederland regionale popmuziek die bestond in de culturele marge in streken zoals Twente, Limburg en Brabant op een gegeven moment mainstream werd en is omarmd als ‘nationaal’ cultuurgoed. Culturele erkenning van populaire regionale cultuur is een hoeksteen van Europees beleid met het Eurovisie Song Festival als boegbeeld. Uit het culturele amalgaam dat je aantreft in de Europese festivalindustrie kan wellicht ooit een gevoel van een Europese identiteit, een natiebesef, ontstaan. Pas dan zullen democratische instituties, daarin volgen en komt zoiets als een ‘Europese industriepolitiek’ binnen handbereik. Dat vergt tijd, geduld. Het valt niet af te dwingen.

Pas dan zal iedereen het vanzelfsprekend vinden dat beleid voor Europeanen wordt gemaakt in Europees verband. Tot dan geldt: nationale Alleingang. Het is namelijk de cultuur en niet de economie die het menselijk handelen drijft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top