MENU

Adopteer een oorlogsgraf

Comments (0) Geen onderdeel van een categorie

Dit bericht is ook beschikbaar in: English (Engels) Français (Frans) Deutsch (Duits) Español (Spaans)

Vandaag ontving ik het bericht dat ik Keith heb geadopteerd en ook Alan, Horace, Frederick, Leslie en William.

Het adoptiecertificaat vermeldt ook wat deze adoptie inhoudt en wat ik daarvoor moet doen. Ik beloof hun nagedachtenis levend te houden door hun levensverhalen te documenteren en door te vertellen.

Ik doe de gelofte dat ik begrijp dat vrede, vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn. Dat hiervoor grote offers zijn gebracht in het verleden, maar ook in het heden. Daarom wil ik de nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers in ere houden.

Ik heb Keith, Alan, Horace, Frederik, Leslie en William ontmoet tijdens een avondwandeling met mijn vrouw, Karin, in de omgeving van ons nieuwe huis in Beverwijk. We passeerden de gemeentelijke begraafplaats Duinrust en het toegangshek stond open dus we besloten een kijkje te nemen.

En daar liggen ze begraven. Ieder onder een identieke gedenksteen in een Commonwealth oorlogsgraf.

Onze belangstelling voor oorlogsgraven en het herdenken van gevallenen is een beetje bovengemiddeld omdat Karins zoon Timo ook rust in een oorlogsgraf. Op het militair ereveld in Loenen. Timo sneuvelde in 2007 in Afghanistan, 20 jaar oud. Het verdriet om hem is nog altijd voelbaar.

Maar wie heeft er nog verdriet om Keith, Alan, Horace, Frederick, Leslie en William die sneuvelden in 1943?

Bij de graven staat een plaquette met de volgende tekst:

In de nacht van 11 op 12 juni 1943 vond een grote aanval plaats van geallieerde bommenwerpers op een aantal Duitse steden, waaronder Dortmund, Düsseldorf en Munster. Aan deze raid namen niet minder dan 783 vliegtuigen deel, waarvan er die nacht 38 verloren gingen.

De Lancaster W47 91 PH-W, van het 12e squadron, werd op zijn terugreis naar Engeland aangeschoten. Ongeveer om drie uur ’s nachts kwam dit toestel brandend naar beneden en sloeg met een doffe slag nabij Paasduin in Wijk aan Zee tegen de grond, waarbij alle zeven bemanningsleden hun leven verloren. De zeven omgekomenen werden begraven op Duinrust. De lichamen waren dermate verminkt dat alleen dat van sergeant-vlieger Berry kon worden geïdentificeerd.

Omdat men de verbrande lichamen nooit heeft kunnen identificeren is het onzeker dat de nadien geplaatste grafstenen op de juiste plaats staan, op die van Berry na. Pas na de bevrijding heeft men de andere namen kunnen vaststellen. De later geplaatste grafstenen tonen het embleem van het wapen waaronder men diende, dan volgen legernummer, rang, naam, functie, sterfdatum en leeftijd van de betrokken en eventueel een kruis, en tenslotte in veel gevallen een korte tekst in de Engelse taal.

Sergeant-vlieger Weston Robert Berry, 29 jaar, was afkomstig uit Dungong, gelegen in Nieuw Zuid Wales, Australië. Op zijn steen staat de tekst: “Hij stierf opdat wij zouden leven.”

Sergeant William Edward Cunliffe, navigator, 28 jaar, had zich vrijwillig als militair gemeld. Hij was gehuwd en woonde in Hyte gelegen in Kent Op zijn steen staat: “De vrucht van dapperheid, vergaard in de oogst van eeuwige vrede”

Sergeant Keith Benedict Davidson, boordschutter.

Sergeant Alan Arthur Gill, bommenrichter, 20 jaar en daarmee het jongste lid van de bemanning, Ook hij was oorlogsvrijwilliger en afkomstig uit Sherburg in Elment, een kleinere plaats in Yorkshire. Het opschrift op zijn steen luidt: “Gedachten vandaag-herinneringen altijd aan een dierbare zoon en broer”.

Sergeant Frederick Norman Pink, boordwerktuigkundige, 26 jaar. Had zich vrijwillig gemeld in de strijd tegen de nazi’s. Hij kwam uit Peckham, een deelgemeente van Londen. Hier luiden de woorden: “Tot nu toe, wat slapen-wat sluimeren, wat handen vouwen om te slapen”.

Sergeant Horace Shepherd, piloot, 29 jaar. Deze vrijwilliger was ongehuwd en woonde in Rhyl in Flints-hire. Op zijn steen leest men: “Zonder afscheid viel hij in slaap – slechts herinneringen blijven bewaard”.

Sergeant Leslie Stephenson, radiotelegrafist.

Achter de grafsteen van sergeant Stephenson ligt de Canadees Howard Cedric Treherne, officier-vlieger van de Royal Canadian Air Force begraven. Zijn lichaam werd 14 augustus 1943 op het strand te Wijk aan Zee bij paal 52,3 gevonden, en ’s avonds op 16 augustus op Duinrust begraven.

De Lancaster van Treherne, die navigator was, stortte op 29 juni 1943 neer in zee nabij Den Helder, waarbij alle zeven bemanningsleden omkwamen.

De piloot van deze Lancaster ligt begraven op de Oorlogsbegraafplaats in Bergen op Zoom, twee anderen in Castricum en drie andere bemanningsleden  worden nog steeds vermist. Treherne was afkomstig uit de Canadese havenplaats Truro in Nova Scotia. Hij was gehuwd, en was 22 jaar oud.

Dit is wat er staat op de plaquette.

Het waren twintigers met nog een heel leven voor zich. Als ze de Tweede Wereldoorlog zouden hebben overleefd, dan zouden zij nu hoogbejaarde mannen zijn geweest. Of waarschijnlijk zouden ze niet meer hebben geleefd want waren ze overleden waaraan een mens voortijdig kan overlijden, ziekte of een ongeluk. Maar daar gaat het niet om. Toen waren het twintigers met de illusies van twintigers. Er werd een beroep op ze gedaan en ze gingen en hoopten er het beste van. Daaraan danken wij onze vrede, vrijheid en veiligheid.

Karin en ik hebben er al eens een bloem neergelegd op elk van die zes graven. Nu aan de slag met die levensverhalen. Als er iemand is die denkt dat hij of zij mij daarbij kan helpen, ik houd me aanbevolen.

Erwin van den Brink