MENU

Travel
Category

En dan nu: De Renault Dauphine

Travel

oktober 5, 2020

 

Wij hier bij The Soul of Europe kunnen er ook niets aan doen: Wij zijn heren op leeftijd die graag zwelgen in hun eigen jeugdherinneringen en aanverwante nostalgie. Dus onvermijdelijk zijn de autootjes van toen. Fons (Bruijs) heeft de hier getoonde contraptie ooit verschalkt op een of andere ruilbeurs. (We willen best wat meer onderwerpen die jongeren en vrouwen – en jonge vrouwen – aanspreken dus: Kom maar op!)

Wat zien we in deze wat Fons noemt ‘seculiere kerststal’? In plaats van Jozef en Marie zien we Jan en Mien op vakantie, in plaats van een ezel een Dauphine, in plaats van een kindeke in een kribbe een picknickmand. Ze zijn ook niet op weg naar Bethlehem maar ze komen uit Aix-en-Provence en gaan over de N7 naar Saint-Maximin-Sainte-Baume. Die weg heeft tegenwoordig als wegnummer D7N maar heet nog steeds Route de la Côte d’Azur.

Wie een exemplaar in het echt wil aanschouwen kan terecht bij bar-restaurant Dauphine in Amsterdam, in het kantoor van Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio naast het Amstel Station. Dat gebouw was voorheen namelijk de grote Renault Garage.

https://nl-be.mappy.com/#/38/M2/TItinerary/IFRAix-en-Provence%2013080-13540%20Provence-Alpes-C%C3%B4te%20d’Azur%20(Frankrijk)|TOSaint-Maximin-la-Sainte-Baume%2083470%20Provence-Alpes-C%C3%B4te%20d’Azur%20(Frankrijk)|MOvoiture|PRcar/N0,0,5.66735,43.4877/Z11/

 

Screen Shot 2020-10-05 at 13.08.43

 

Read article

Onvergetelijke vakanties met de Citroên ‘Ami’

Travel

september 18, 2020

Harrie van Wees, een van de initiatiefnemers van deze site, kwam tijdens zijn vakantie in Frankrijk de fervente Ami-liefhebbers Willem Nieuwland en Ina  Doornbos tegen op een camping. Het stuk hieronder schreven zij voor het tijdschrift l’Ami dat is gewijd aan de Citroen Ami. Hieronder publiceren wij hun verhaal. Met dank aan Willem en Ina!

De Citroen Ami (Foto: Ami Vereniging Nederland - AVN).

De Citroen Ami (Foto: Ami Vereniging Nederland – AVN).

”Er zijn altijd wel vakanties die je heel lang of zelfs voor altijd bijblijven. Dit jaar was er weer zo eentje. In het rijtje ‘Amerika voor de eerste keer’, ‘Ierland’, ‘Frankrijk met Ami en drie jongens op de achterbank’, ‘Cuba’, ‘Amerika voor de tweede keer maar dan met onze kinderen’ komt er nu weer eentje bij: ‘Ami’s en France’. Wat hebben we een fijne reis gehad!

Ook wij konden ons dit jaar, voor het eerst, aansluiten bij de traditionele AVN-tour. Een perfect georganiseerde tour zoals je in  de vorige l’Ami hebt kunnen lezen. Wij konden na enig pas- en meet-werk onze vakantie zo plannen dat we daarna nog twee weken door konden in La Douce France. En dat is zeer goed verlopen. De kinderen die tijdens de eerste vakantie met Ami 6 in Frankrijk nog net op de achterbank pasten, gingen voor het eerst allemaal niet meer mee. Sterker nog: ze passen al jaren niet meer samen op de achterbank en zelfs de enorme Renault lease-bak is maar net groot genoeg als Pa of Ma maar achterin gaat zitten.

Ina bij de Ami (Foto: Willem)

Ina bij de Ami (Foto: Willem)

Aldus werd de trouwe Ami 6 geladen en omdat de achterbank toch echt wel mee moest – zonder ziet er niet uit op zo’n mooi evenement, was de gedachte – werd ook het net gerestaureerde ‘pareltje’ meegenomen. “Dat zal wel afzien worden helling op”, zei een zeer goede vriend met ervaring. Dus enigszins gespannen vertrokken wij voor het avontuur van de eerste week. Samen met Mat en Toos Hendriks reden we via de snelwegen in België naar de eerste camping.

 

398a4c5ac358dd131537b40f236032dc

De Citroên ‘Ami’, promotiefoto. (Foto: Citroên)

Het is echt fijn dat je bij een tour van de Ami-vereniging gewoon lekker je gang kan gaan. Niet iedereen verwachtte dit maar wij vonden het heerlijk. De campings waren prima en het evenement heel bijzonder. Daar sta je dan opeens met meer dan 4000 andere Citroëns op de heilige grond. Ondanks alle drukte kwamen we ook nog eens veel bekenden tegen. Ex-collega’s, AVN-ers en een Canadese Citroën-freak die tot dan alleen via internet bevriend was, we kwamen ze allemaal tegen.

IMG_4542klein

Meest memorabel was een ontmoeting met dé Citroën-specialist van Helmond, onze woonplaats, Cor ‘Citroen’ Scheepers. Diverse van onze auto’s waren bij hem in onderhoud maar vanwege pensionering was het contact verwaterd. Hij bleek samen met zijn vrouw met een Rosalie (!) hele-maal naar La Ferté-Vidame te zijn gereden met enkele andere Patan-leden. We troffen elkaar op één van de toegangswegen toen zijn clubje de weg blokkeerde. Bizar om je stadsgenoot op een klein weggetje voor je uit een prachtige Citroën te zien stappen! En dat was nog niet alles. Bij terugkomst op de camping stond er opeens een oranje Méhari met NL kenteken in het rijtje Ami’s. “Het zal toch niet”, dacht ik maar ja hoor, oud-collega Hans Huyer (13 jaar niet gezien maar wel via social media in contact gebleven) bleek met zijn Michèle heel toevallig ook bij ons op de camping te staan. Hoe bedenk je het? En dan heb ik het nog niet over de man die op de camping kwam vragen of er ook een Willem bij de groep was. Dat bleek een oud-stagiair te zijn. Onvoorstelbaar!

IMG_4115klein copyHet evenement zelf was fantastisch. Ook de tweede dag zijn we sa-men weer gaan genieten van al het moois. En passant werden we door een journalist van Klassiek & Techniek geïnterviewd. Hij kwam op ons af met de vraag: “Zijn jullie hier met deze Ami en zou ik wat vragen mogen stellen?” Erg leuk om dan na de vakantie jezelf met auto en bijzonder campingtafeltje in het blad aan te treffen. Na het niet meer verwachte ritje over de testbaan van Citroën zat het er voor ons op. We trokken verder Frankrijk in nadat we nog even met z’n allen hadden nagenoten van een perfect georganiseerde tour.

Vanwege de hitte trokken we niet, zoals gepland, richting het zuiden via de Loire maar zijn we eerst vlakbij Bayeux in Normandië neergestreken. Een goede keuze, zo bleek, want de heetste dag konden we aan zee met iets meer dan 30 graden goed doorkomen. Twee van onze drie jongens kwamen ‘even’ langs op de camping voor een paar dagen. Hoewel zij met eerder genoemde grote lease-bak met airco kwamen, zijn we toch twee dagen met z’n vieren met de Ami op pad geweest. Hilarische taferelen als de enthousiaste Fransen ons voorbij zagen komen. Na die paar dagen moesten we beslissen of we de hitte in wilden of toch verder langs de Normandische en Bretonse kust. Vanwege goede ervaringen in het voorgaande jaar trokken we diep Bretagne in en genoten van heerlijk weer en een fantastisch landschap.

car-citroen-ami-10-super-01

De Citroên ‘Ami’, model super break 1973 (Foto via Ami Vereniging Nederland).

 

Via drie stops werd de terugreis gepland. Eerst terug richting de Loire, Angers om meer precies te zijn. Een rustig campinkje aan een zijrivier had prima plaats en bood alle rust die we wilden. Na het bezoeken van een onbekend maar prachtig kasteel (de hele Loire vallei staat er vol mee) trokken we verder of beter gezegd, terug. Weer een camping aan de Loire, eenvoudig en met hele ruimte plaatsen, maar nu meer oostelijk. Overal waar we kwamen, hadden we veel aanspraak. Diverse Fransozen van onze leeftijd waren erg nieuwsgierig en kwamen voor een praatje langs. Erg leuk en goed voor de beheersing van de Franse taal, dat ook.

IMG_4532kleinOok landgenoten hadden die neiging en op deze camping kwamen we in contact met iemand uit Zeeland. Tijdens het gesprek ging het over alle avonturen met ons favoriete merk en zo vertelde ik dat ik eens een 24-uurs rit gereden had ter ere van de 50-ste verjaardag van de Ami 6. “Oh”, zei hij, “waren de bolussen lekker?” “Euh, ja”, zei ik, “maar hoe weet jij dat?” “Die heb je gehad bij een hele goeie vriend van mij, André ID in Nieuw- en Sint Joosland!” Wat een toeval! Een dag later kregen we via hem de hartelijke groeten van de man die ons na een lange nacht rijden in de Ami trakteerde op de meest heerlijke Zeeuwse bolussen die ik ooit gehad heb…

Screen Shot 2020-09-18 at 13.22.32In twee etappes reden we terug naar Helmond. 3525 kilometer, 2 liter olie (vooral in de heuvels was het verbruik aardig hoog) en een gemiddeld verbruik van 1 op 16,8 was de score van onze Ami 6 inclusief 2600 km met aanhanger. Op de enkele 4-baans snelwegen die we reden, konden we de meeste vrachtwagens ook op de hellingen voorblijven dus het extra gewicht van de aanhanger was geen probleem. En op het olie bijvullen na hoefde de motorkap niet open. Eigenlijk niet te geloven voor een 50-jarige! Kortom, Ina en ik hebben intens genoten. De combinatie van AVN, 100 jaar  Citroën, bezoek van onze kinderen en rondreis door Frankrijk was helemaal goed. We kunnen er toch zeker weer een jaar tegenaan en op naar de volgende Ami-vakantie!”

(Willem Nieuwland en Ina Doornbos)

Willem Nieuwland en Ina Doornbos.

Willem Nieuwland en Ina Doornbos.

https://www.amivereniging.nl/over-de-ami/  (Meer informatie over de Ami Vereniging Nederland)

http://www.citroenorigins.fr/fr/vehicule/ami-6

Read article

Where to feel Europe in America

Travel

augustus 27, 2020

Tien Amerikaanse steden die Europees aanvoelen

Ik kwam dit verhaal van Jennifer Nalewicki tegen op de website van Smithsonian Magazine. Met het verbod om naar Europa te reizen vanwege het grote aantal COVID-19 gevallen in de Verenigde Staten, zoeken veel Amerikanen hun vakantiebestemming wat dichter bij huis. Er zijn volgens Jennifer tien steden waar je je in Europa waant. Lees en oordeel zelf. Hieronder volgen ze:

(1) Noorwegen in Washington State.

Gelegen op het schiereiland Kitsap in de Puget Sound, ligt Poulsbo (aantal inwoners: 10.927) bekend als Klein Noorwegen aan de Fjord. Sinds de vroegste kolonisten er in de jaren 1880 neerstreken dankzij de overvloed aan land die geschikt is voor landbouw, is Poulsbo een toevluchtsoord voor Noren, met inwoners die hun oorspronkelijke moedertaal als de belangrijkste taal van de stad behielden tot aan de Tweede Wereldoorlog. Door de jaren heen heeft Poulsbo een hechte relatie met het oude vaderland gehouden en in 1975 bracht de Noorse koning Olav V zelfs een bezoek aan het dorp. Vandaag de dag is Poulsbo nog steeds rijk aan Noorse cultuur, zoals blijkt uit de Scandinavische architectuur, talrijke bierhallen en pubs, en jaarlijks een Viking Festival in mei en Midsommer Festival in juni.

Poulsbo

(2) Polen in New Britain in Connecticut.

In de jaren dertig van de vorige eeuw kon eenvierde van de bevolking van New Britain (nu 72.495) aanspraak maken op Poolse afkomst. Hoewel dat aandeel de laatste jaren is afgenomen naarmate meer mensen zich daar hebben gevestigd, zijn om elke hoek, en vooral langs Broad Street of “Little Poland”, nog steeds sporen te vinden van de Poolse wortels van de stad. In deze buurt vindt u Sacred Heart Parish, een van de oudste Pools-Amerikaanse rooms-katholieke kerken aan de oostkust, gesticht in 1894, naast restaurants, bakkerijen, vleesmarkten en pubs die reclame maken voor alles van kielbasa en pierogi tot golabki en paczki. Broad Street is ook gastheer voor het jaarlijkse Little Poland Festival (gepland voor 2021) dat duizenden mensen trekt die op zoek zijn naar een stukje van het Poolse erfgoed: traditionele dans, muziek en eten.

(3) Nederland in Holland, Michigan

Met zijn uitgestrekte velden vol bloeiende tulpen en zijn windmolens is Holland, Michigan – een stad (33.327 inwoners) die 30 mijl ten westen van Grand Rapids aan de oevers van het Michiganmeer ligt – het evenbeeld van het Nederlandse platteland. In 1847 kwamen de eerste Nederlandse kolonisten hier aan op zoek naar godsdienstvrijheid en hun historische stempel is door heel Nederland te zien. Lees meer over enkele van de vroegste kolonisten in het Capponhuis (momenteel met beperkte openingstijden), een museum dat ooit het huis was van Isaac Cappon, een Nederlandse immigrant en de eerste burgemeester van Holland. Beklim vier trappen naar het uitkijkdek van De Zwaan, een authentieke Nederlandse windmolen gebouwd in 1761 in Krommenie, en in 1964 per schip verhuisd naar de Verenigde Staten, waar hij nu is opgenomen in het National Register of Historic Places. Andere bezienswaardigheden zijn onder andere Nelis’ Dutch Village, een levende historische attractie die het dagelijkse leven rond 1900 nabootst en waar u kunt kijken naar ambachtslieden die klompen snijden en de bezoeker leren klompendansen. Er zijn een groot aantal eetgelegenheden zoals De Boer’s Bakkerij, die bekend staat om zijn verrukkelijke tijgerbrood, een licht zoet brood met een knapperige, geknisperde korst.

 

BNellis_Tulip_Farm,_Holland,_Michigan_(79472)

(4) Duitsland in Leavenworth, Washington

Cruisen door Leavenworth, Washington, heeft veel weg van het rijden door een van de vele Duitse dorpen op het Beierse platteland. Maar dit kleine stadje (bevolking: 2.010), dat 135 mijl ten oosten van Seattle ligt, had niet altijd een Europese uitstraling. De bestuurders van deze voormalige houtkapstad gooiden begin van de jaren zestig het roer om . Ze wilden toeristen trekken. Ze keken naar de omliggende bergen om inspiratie op te doen voor een door de Alpen geïnspireerd paradijs dat vandaag de dag tot leven komt met restaurants en huisbrouwerijen, zoals het Andreas Keller Restaurant, geleid door de in Duitsland geboren chef-kok Anita Hamilton, die authentieke gerechten als würste en schnitzel maakt. Het jaarlijkse Oktoberfeest van de stad, dat dit jaar helaas is geannuleerd, biedt doorgaans een overvloed aan bier en braadworst.

 

Screen Shot 2020-08-27 at 09.57.48

(5) Griekenland in Tarpon Springs, Florida

Met één op de tien van de bijna 25.500 inwoners van Griekse afkomst, heeft Tarpon Springs, Florida, een hogere concentratie etnische Grieken dan welke andere stad in de Verenigde Staten dan ook. In de stad net buiten Tampa komt de Griekse cultuur tot leven in de overal altijd aanwezige aroma’s van de Griekse keuken die naar buiten drijven uit de open ramen van de vele restaurants en bakkerijen langs de Dodecanese Boulevard in het centrum van de stad (vernoemd naar de Dodecanse Eilanden van Griekenland). Zelfs vandaag de dag, meer dan een eeuw nadat Griekse diepzeeduikers erheen hier neerstrekenemiop zoek naar zeesponzen, en het uiteindelijk vestigde als “de sponshoofdstad van de wereld”, gelden de Griekse wortels van Tarpon Springs, met de stad die zusterstadsverbanden ontwikkelt in Kaylmnos, Symi, Halki en Larnaca.

(6) Zweden in Lindsborg, Kansas

De eerste Zweedse kolonie, “Little Sweden” genaamd, kwam in 1869 aan in Lindsborg, Kansas, in een gebied ergens lukraaks midden in de staat waar tegenwoordig Interstate 70 en Interstate 135 elkaar kruisen. Een groot deel van het oorspronkelijke Zweedse erfgoed is intact gebleven in de kleine gemeenschap met nu 3.200 mensen. In de Birger Sandzén Memorial Gallery op de campus van het Bethany College kunnen bezoekers een stap terug in de tijd zetten dankzij de landschappen in pasteltinten van de kunstschilder Birger Sandzén, die in 1894 aankwam om les te geven op de kunstafdeling van het college. Een andere blik op het Zweedse verleden van de stad kan ervaar je tijdens een wandeling over Heritage Square, met een groep van zeven historische gebouwen in het centrum, waaronder een stal, een houten windmolen en het Zweedse Paviljoen, dat uit Zweden werd overgeplaatst en voor het eerst werd tentoongesteld in St. Louis tijdens de wereldtentoonstelling van 1904.

Screen Shot 2020-08-27 at 10.06.58

(7) Italië in Healdsburg, Californië

Met zijn golvende heuvels en overvloed aan wijngaarden en wijnmakerijen lijkt de Noord-Californische stad Healdsburg opvallend veel op Toscane. Beide plaatsen bevinden zich op dezelfde breedtegraad en hebben een vergelijkbaar gematigd klimaat, waardoor Healdsburg de ideale voedingsbodem is voor Toscaanse druivenrassen zoals Sangiovese en Cabernet Sauvignon. Een wijnmakerij in het bijzonder, Portalupi, is gespecialiseerd in het creëren van Italiaans geïnspireerde wijnen, of wat de eigenaren (die beide een Italiaanse afkomst hebben) “Cal Ital” noemen. Het gebied is ook het thuis van vele Italiaanse restaurants die gespecialiseerd zijn in de Toscaanse keuken, met menu’s waarop panzanella en ribollita prijken. Echter, het landschap alleen al is genoeg om u te verleiden een luie middag te genieten op het Toscaanse platteland.

Screen Shot 2020-08-27 at 10.21.06

(8) Frankrijk in Natchitoches, Louisiana

Terwijl veel mensen New Orleans beschouwen als het centrum van de Franse cultuur in de V.S., bevindt zich 300 mijl ten noordwesten van de stad een mededinger. Opgericht door de Franse ontdekkingsreiziger Louis Juchereau de St. Denis in 1714, werd Natchitoches de oudste permanente Europese nederzetting van het Louisiana Purchase territorium. Hoewel Mardi Gras een van de beste tijden van het jaar is om het te bezoeken, neigt alles in de stad het hele jaar naar Frankrijk en Frans-zijn, zoals het 33 blokken omvattende Historic Landmark District, dat de thuisbasis is van de Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis, de eerste parochiekerk van het gebied. Net stroomafwaarts ligt het Fort St. Jean Baptiste State Historic Site (open van woensdag tot en met zondag), een replica van de oorspronkelijke nederzetting, die rondleidingen biedt gericht op de manier waarop het fort ooit diende als een belangrijke handelspost.

Screen Shot 2020-08-27 at 10.39.45

(9) Spanje in St. Augustinus, Florida

St. Augustinus, Florida overtreft alle andere steden en dorpen in de Verenigde Staten met Spaanse wortels: Het is de oudste continu bewoonde nederzetting van Europese oorsprong in de V.S.. De Spaanse admiraal Pedro Menéndez de Avilés bereikte de kustlijn vanuit zijn thuisland in 1565. Een aantal bouwwerken gaat terug tot de stichting van de stad, waaronder Mission Nombre de Dios, een katholieke missie, en het Castillo de San Marcos (National Monument), het oudste gemetselde fort van het land. Andere opmerkelijke plaatsen zijn het Koloniale Kwartier, een levend historisch museum dat laat zien hoe het leven in het gebied was in de jaren 1700, en het Gouverneurshuis Cultureel Centrum en Museum, dat vanaf 1598 dienst deed als kantoor van de lokale overheid.

(10) Tsjechië in  West, Texas

Gelegen tussen Dallas-Fort Worth en Austin bevindt zich West (bevolking: 2.982), de “Tsjechische Erfgoedhoofdstad van Texas” en de thuisbasis van de grootste bevolking van Tsjechische immigranten in de staat. Terwijl veel automobilisten die langs de Interstate 35 rijden, West misschien als het zoveelste stip op de kaart zien, kennen geïnformeerde reizigers het als de kolache-hemel. Vele bakkerijen in de stad verkopen deze zoete lekkernijen uit de Tsjechische keuken die bestaat uit gebakjes met fruitvullingen van kersen of abrikozen. Een van de meest populaire plekken is de Czech Stop en Little Czech Bakery, een combinatie van tankstation annex bakkerij-delicatessenwinkel die 24 uur per dag en 7 dagen per week open is. Kom op de Dag van de Arbeid en de stad wemelt van bezoekers tijdens het Westfest een feest rond het Tsjechische erfgoed die teruggaat tot het midden van de 19e eeuw, toen de eerste immigranten vanuit Europa naar het gebied begonnen te komen op zoek naar nieuwe economische mogelijkheden.

CollageWest,TX

(De in dit stuk genoemde festiviteiten zijn dit jaar vrijwel allemaal afgelast vanwege Corona)

 

 

Read article

Een originele stedentrip (Paradijsvogels Magazine)

Travel

juli 26, 2020

Bron: Wikicommons. (By Xwejnusgozo (montage)Boguslaw Garbacz, Briangotts, Ies, Coldsun2006 (original photos) - Cropped from File:Valletta skyline.jpg, File:Malta - Valletta - Pjazza Kastilja - Upper Barrakka Gardens - Saluting Battery 01 ies.jpg, File:Vallettaupperbarraccagardens.JPG, File:Malta, St John's Pro-Cathedral.jpg and File:Malta - Valletta - St. Michael's Bastion (Manoel Island) 01 ies.jpg, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=41167967

Bron: Wikicommons. (By Xwejnusgozo (montage)Boguslaw Garbacz, Briangotts, Ies, Coldsun2006 (original photos) – Cropped from File:Valletta skyline.jpg, File:Malta – Valletta – Pjazza Kastilja – Upper Barrakka Gardens – Saluting Battery 01 ies.jpg, File:Vallettaupperbarraccagardens.JPG, File:Malta, St John’s Pro-Cathedral.jpg and File:Malta – Valletta – St. Michael’s Bastion (Manoel Island) 01 ies.jpg, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=41167967

 

Uit: Paradijsvogels Magazine.

Uit: Paradijsvogels Magazine.

Londen, Parijs, Barcelona: stuk voor stuk leuke steden maar waarom niet wat verder kijken naar bestemmingen die minder bekend zijn en juist daarom voor verrassingen zorgen? Europa wemelt van de mooie steden voor een weekendje weg. Wat dacht je bijvoorbeeld van Krakau, Marseille of Valletta? Voor wie ook wel eens wat anders wil, tippen we bestemmingen die geschikt zijn voor een echt originele stedentrip!

 

Link naar Paradijsvogels Magazine:

https://tinyurl.com/y5nga84e

 

Read article

Vakantie met de rugzak. Bron: Wikipedia / Bureau of Land Management Oregon and Washington - Grayback Mountain,

129

Op reis met de NBBS

Travel

juli 17, 2020

Vakantie met de rugzak. Bron: Wikipedia / Bureau of Land Management Oregon and Washington - Grayback Mountain,

Vakantie met de rugzak. Bron: Wikipedia / Bureau of Land Management Oregon and Washington – Grayback Mountain,

NBBS. Die bestaat nog! Mijn eerste buitenlands treinreis boekte ik bij de NBBS. Dat was in 1975. Ik ging met twee vrienden kamperen in Frankrijk. Bijna iedereen ging naar Frankrijk. Ik wilde per se zonder ouders. Zeventien, kom op zeg! De ouwelui plooiden het zo, dat wij gedrieën geheel zelfstandig achter hen aan reisden per NBBS-ticket. Mijn vader haalde ons in Uzerche bij het station op en bracht ons naar de kleine camping aldaar. Van daar liepen we de volgende dag met onze rugzakken en tent naar Chambolive. Daar hebben we drie weken op een camping gestaan. Mijn ouders logeerden met mijn jongste broertje enkele kilometers verderop in een gat dat Puy Grand heet. En hielden een oogje in het zeil.

Wat deden we? Zonnen, zuipen en uitslapen. Een dag voor ons vertrek was al ons geld er doorheen en konden we de nog openstaande rekening in de plaatselijke kroeg niet voldoen. Ik ‘leende’ geld van mijn vader en we voldeden alsnog schaamtevol de rekening in de dorpskroeg. Dat was 1975.

In 1976 gingen we weer met de NBBS: nu vier jongens en een meisje. (We woonden allemaal bij elkaar in de straat of zaten met elkaar op school.) De aanwezigheid van een meisje – waar twee van ons onder wie niet ik een oogje op hadden – compliceerde de onderlinge verhoudingen enigszins. Maar, vol goede moed begonnen we aan een trekvakantie. De ene dag hier, de andere dan elders.

Trekken was een groot woord. Als we per dag meer dan tien kilometer aflegden was het veel. Gelukkig bevond zich in elk gat dat we passeerden wel een ‘camping municipale’ en iets dat leek op een kroeg annex eetgelegenheid. De wijn was overal spotgoedkoop. Tegen onze verwachting bleek er ook overal bier te koop van een meer dan schappelijke prijs. Meestal waren we de enige toeristen. Ik herinner mij Frankrijk vooral als het land met in elk dorpscafé een tafelvoetbalspel en een flipperkast, waar wij los op konden gaan.

Folder 50 jaar NBBS, 1977.

Folder 50 jaar NBBS, 1977. (Door Opland getekend.)

In 1977 gingen we wederom met de NBBS. Met zijn achten. Vier jongens, vier meisjes. Twee stelletjes. Relationeel werd dat knap ingewikkeld. Tijdens de vakantie ging mijn verkering uit. Ik zat in een vriendengroep waarbinnen leden van verschillende seksen elkaar bij toerbeurt relationeel schampten zonder dat de groepscohesie daar nou echt onder leed. Het was allemaal niet bijzonder promiscue. Het was eerder een beetje quasi volwassen tobberig gedoe doorspekt met evenzo quasidiepzinnig geouwehoer – waar adolescenten in uitmunten. Het was overigens in Avignon waar we naar toe wilden vanwege het wereldberoemde festival dat daar ’s zomers plaatsheeft. Ik heb daar weinig van meegekregen. Meestal strandden we naast het zwembad op de camping waar alle betaalbare geneugten voor handen waren. Het was kortom best wel een leuke vakantie.

Dat-ie nog bestaat, de NBBS, het Nederlands Bureau voor Buitenlandse Studentenbetrekkingen!

NBBS reizen Fragment VPRO-radio, OVT, 7 oktober 2001: https://tinyurl.com/y23hoymb

 Aandacht voor de geschiedenis van de NBBS, het studentenreisbureau dat ruim zeventig jaar reizen heeft georganiseerd. Paul van der Gaag praat met Peter Paul Masee, samensteller van een boekje over de NBBS en ooit werkzaam als tekstschrijver voor dit reisbureau voor avontuurlijke jongeren. Paul van der Gaag praat met Peter Paul Masee, samensteller van een boekje over de NBBS en ooit werkzaam als tekstschrijver voor dit reisbureau voor avontuurlijke jongeren.

 

 

 

Read article

De illustere Trans Europ Express (TEE) – zie filmpje

Travel

juli 16, 2020

Je kunt het je niet meer voorstellen, maar er was een tijd na de Tweede Wereldoorlog waarin met de trein de grens overgaan een probleem was. Gedoe met douane, verschillende voltages in verschillende landen en rollend materieel dat niet zomaar het buitenland in kon of mocht.

Er was begin jaren 1950 wel een internationaal gremium, de Union Internationale de Chemins Fers (UIC) en er was een president directeur van de NS, ir. F. Q. den Hollander die daar het idee opperde de verschillende Europese spoorwegmaatschappijen grenzeloos te laten samenwerken binnen een nieuw merk, Trans Europ Express (TEE) dat in het zakelijke vervoer de concurrentie met de opkomende luchtvaart zou aan gaan.

Nederland ontwikkelde samen met Zwitserland een dieselelektrisch treinstel dat zonder locomotieven te hoeven wisselen of te hoeven rangeren heen en weer kon rijden over grenzen en daarbij geen last had van verschillende voltages. (Zie de afbeelding.)  Concurrentievoordeel van de trein was – en is – dat stations midden in de stad liggen en gemakkelijker te bereiken zijn dan luchthavens en dat de boardingprocedure in de luchtvaart meer rompslomp kent dat de trein instappen.

Op https://retours.eu/nl/14-design-trans-europ-express/ schrijft Arjan den Boer over spoorweghistorie, vormgeving en fotografie. Over de illustere Trans Europ Express schrijft hij: ”Niet alleen spoortechnisch was de TEE vernieuwend, maar ook wat betreft design. De opvallend vormgegeven treinstellen in de kleuren rood-crème droegen bij aan de legende. De herkenbare vormen van deze treinen waren erg geschikt om dienst te doen op affiches ter promotie van de TEE.”

”Niet toevallig ontstond de TEE tegelijk met de EEG. De tijdgeest vroeg om Europese samenwerking. Geestelijk vader van de TEE was F.Q. den Hollander, president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen. Hij introduceerde in 1953 het idee van een Europa Expresse, waaruit na overleg binnen de internationale spoorwegunie UIC de TEE ontstond.”

De TEE startte in 1957 en hield in 1978 op te bestaan. In Frankrijk en Duitsland werd toe gewerkt aan de komst van zeer snelle treinen. De Franse TGV en de Duitse ICE. Dit materieel domineert nu het snelle railvervoer binnen Europa.

Lees en kijk verder op https://retours.eu/nl/14-design-trans-europ-express/



Read article

Uit: Fons Bruijs, 2015. 'Toen ik tijdens mijn eerste vakantie met mijn ouders in Italië het buiten tekenen ontdekte, wist ik dat tekenen hoe dan ook mijn broep zou worden. Zo is het ook gegaan.'  (1988 - Ceriale, Italië . Gouache.)

112

Naar Italië per Olympia

Travel

juli 14, 2020

Door Fons Bruijs.

 

Als je in 1961 met een auto uit bouwjaar 1953 vanuit Nederland naar Italië vertrok haalde je daarmee een hele hoop ellende op je nek. Een auto van zo’n acht jaar oud had indertijd z’n beste tijd gehad. Veel onderdelen sleten een stuk sneller dan het geval is bij de huidige auto’s. De rubbers, de pakkingen, de remschoenen, de schokbrekers en bedradingen… Ook de banden waren sneller aan slijtage onderhevig evenals de frictieplaten en de drukgroep.

Maar niettemin vertrokken we in die zomer van ’61 vol vertrouwen in onze Opel Record Olympia bouwjaar 1953 richting Italië. Met in ons kielzog de collega van mijn vader met zijn gezin in een identieke auto. Onze eerste stop na tien uur rijden was Parijs waar we tegen zonsondergang aankwamen. Eenmaal geparkeerd op de kade aan  de Seine ontdekten we dat twee banden lek waren.  De loopvlakken waren aalglad. Gelukkig leende zijn collega mijn vader zijn reservewiel. Weliswaar ook was ook dat spekglad maar voldoende om de dag daarop weer iets verder te kunnen komen.

 

Opel Olympia Rekord 1953. (Bron: Wikipedia)

Opel Olympia Rekord 1953. (Bron: Wikipedia)

Na een rit van vele uren bereikte beide Opels de volgende dag Macon. Op een grasveldje naast de auto’s werd een geleende tent onhandig, onbeholpen zonder de noodzakelijke haringen opgezet. Nauwelijks in slaap gekomen werden wij door een donderbui gewekt omdat de tent werd weggespoeld. Tot na middernacht hebben we onder het maanlicht zeiknat staan wringen, deppen, spoelen….. We nestelden ons voor de rest van de nacht noodgedwongen in de blikken tent, onze Olympia!

Alsof er die nacht niets was gebeurd scheen de volgende ochtend de zon volop zodat die alras een deel van de nattigheid droogde. We trokken voort richting Lyon en van daaruit bereikten we wonderwel zonder pech Grenoble. Tegen de avond hielden wij beraad. We stonden met z’n achten vertwijfeld om de twee Opels die achter elkaar half in de berm geparkeerd stonden. Omdat de zon reeds was onder gegaan keken we in een onheilspellend gitzwart nachtdecor. De laatste avondschemering vanuit uit het westen weerkaatste spookachtig op het berggebied. Zouden we nu de provinciale weg nemen of kozen wij toch voor die levensgevaarlijke route Napoleon waar de ANWB ons voor gewaarschuwd had?

Mijn oudere broer van toen net 18 bezat nog geen rijbewijs, maar hij moest en zou de auto over de Alpen sturen! Een hartverscheurend protestgeschreeuw galmde uit de voorste auto! ‘Wij haken af, wij laten ons niet de dood in jagen door die snotneus van jullie!’ De route stond bekend om de vele ongevallen, slechte smalle wegen vol gaten, zonder vangrails! Maar mijn broer hield voet bij stuk en onvermurwbaar zette hij koers naar het dorpje Corps waar wij arriveerden na een barre tocht langs peilloos diepe afgronden over een weg met vele gevaarlijke haarspeldbochten.

Een aantal malen gleden we een paar meter achterwaarts doordat de weg dan te stijl omhoog liep voor de Olympia. Door aan de handrem te trekken en vol gas de koppeling te laten slippen lukte het mijn broer de auto weer vooruit te krijgen waarbij het leek alsof de Olympia een epileptische aanval kreeg. Dan schokte de hele carrosserie terwijl de koppelingsplaten stonken en helse dampen verspreidden!

Een eerste kennismaking met Ceriale, Italie, 1960  - een expeditie. (Fons Bruijs, pen en Oost-Indische inkt)

Een eerste kennismaking met Ciriale, Italie, 1960 – een expeditie. (Fons Bruijs, pen en Oost-Indische inkt)

Uit: Fons Bruijs, 2015. 'Toen ik tijdens mijn eerste vakantie met mijn ouders in Italië het buiten tekenen ontdekte, wist ik dat tekenen hoe dan ook mijn broep zou worden. Zo is het ook gegaan.'  (1988 - Ceriale, Italië . Gouache.)

Uit: Fons Bruijs, 2015. ‘Toen ik tijdens mijn eerste vakantie met mijn ouders in Italië het buiten tekenen ontdekte, wist ik dat tekenen hoe dan ook mijn beroep zou worden. Zo is het ook gegaan.’ (1988 – Ciriale, Italië . Gouache.)

 

Na wederom weer zo’n 14 het uur in de auto te hebben gezeten, arriveerden we dan eindelijk in dat mooie dorpje Corps. Daar hebben we ons in een fontein gewassen. Ook hebben we in die fontein de lekken in de banden opgespoord en vervolgens de banden gerepareerd. Maar het reisleed was nog niet geleden. Na nog eens 14 uur onderweg te zijn geweest, wachtte ons (na nog een paar lekke banden en een stukgeslagen radiateur, maar wie maalde daar nog om) de ultieme grote beloning: De zee!! Het eerste Italiaanse dorpje aan zee: Ciriale.

Read article

Screen Shot 2020-07-13 at 13.16.10

114

Varen in plaats van vliegen

Travel

juli 13, 2020

Het is nog niet eens zo lang geleden dat het internationale, intercontinentale,  passagiersvervoer hoofdzakelijk over zee ging en niet door de lucht. Vliegen was voor de komst van het straalverkeersvliegtuig zo duur dat de KLM in de jaren 1950 reclame maakte met de slogan ‘Vliegen is goedkoper dan u denkt’ en dagjesmensen trachtte te verleiden tot vliegen, met een rondvluchtje vanaf Schiphol.

Wie een verre reisbestemming had en niet vermogend was, reisde per schip. Vliegen was voor de ‘jetset’, de happy few. Tientallen miljoenen Zuid- en Oost-Europeanen emigreerden tussen 1850 en 1950 per schip van Europa naar de Verenigde Staten, via Rotterdam, Antwerpen en Hamburg met name en ze reisden via het quarantainestation Ellis Island in de baai van New York de V.S. in.

De SS Rotterdam die in 1958 van stapel liep is  de laatste Nederlandse Oceaanstomer en ligt tegenwoordig als attractie in Rotterdam. (foto: Wikipedia)

De SS Rotterdam die in 1958 van stapel liep is de laatste Nederlandse Oceaanstomer en ligt tegenwoordig als attractie in Rotterdam. (foto: Wikipedia)

Verder onderhielden schepen lijndiensten naar de overzeese gebiedsdelen, Nederlands-Indië, Frans Afrika en Frans Indo-China en Brits India, Singapore en Borneo en niet te vergeten Australie, Nieuw Zeeland en Canada.

 

De eerste stoomschepen werden voortgedreven door zij-raderen en hadden ook nog zeilen: de Great Western en de Great Eastern, ontworpen door de Britse ingenieur van Franse afkomst Isambard Kingdom Brunel, wiens vader was gevlucht voor de Franse Revolutie en die zijn zoon daarom de middelste naam Kingdom had gegeven (maar dit terzijde).

Vanaf de vroege negentiende eeuw tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw heerste de hegemonie van de Europese ‘oceanliner’ , de oceaanstomer, op de wereldzeeën. Enkele illustere exemplaren waren de ‘Titanic’, de ‘Lusitania’,  de ‘Île de France’, de ‘France’, de ‘Normandie’ de ‘Europa’ (van de Deutsche Lloyd), de ‘Vaterland’ en de Italiaanse ‘Andrea Doria’.

 

Ingenieur Isambard Kingdom Brunel, geestelijk vader van talrijke ijzeren constructies waaronder schepen zoals de Great Britain, Great Eastern en Great Western. (foto Wikipedia)

Ingenieur Isambard Kingdom Brunel, geestelijk vader van talrijke ijzeren constructies waaronder schepen zoals de Great Britain, Great Eastern en Great Western. (foto Wikipedia)

Lijndiensten over zee voor passagiers bestaan nog steeds, maar het is een kleine markt voor liefhebbers die dan kunnen meevaren op een vrachtschip, bijvoorbeeld van de Italiaanse rederij Grimaldi Lines. Het laatste als echte oceanliner gebouwde schip is de nog actieve ‘Queen Mary 2’. (Ze is vernoemd naar Mary Van Teck, een Duitse die de grootmoeder was van de huidige Britse koningin.)

De snelste lijnschepen die de Blauwe Wimpel veroverden waren de Franse ‘Normandie’, de Britse ‘Queen Elisabeth’ en als laatste uiteindelijk de Amerikaanse ‘United States’. Die deed er in 1952 drie etmalen en 10 uur over om de Atlantische Oceaan van New York (Ambrose Lightship in New York Harbour naar Bishop Rock voor de kust van Cornwall) te komen met een snelheid van 38 knopen, zo’n 45 mijl per uur ofwel ruim zeventig kilometer per uur. Gemiddeld dus, en niet op het volle vermogen. (Het schip was mede in opdracht van de US Navy gebouwd om desgewenst snel troepen naar Europa te kunnen brengen in de Koude Oorlog.)

Vanwaar nu deze nostalgie? Wel, misschien is het in deze Coronatijd het moment om de lijnvaart nieuw leven in te blazen. Allereerst zijn vele tientallen cruiseschepen op dit moment opgelegd omdat ze besmettingshaarden zijn gebleken. Maar als we de passagierscapaciteit van zo’n varende eetschuur nu eens verlagen van pakweg 4.000 naar 1.000 zodat aan boord gemakkelijk een paar meter afstand kan worden gehouden, zou er dan een verdienmodel in zitten?

In plaats van 7 uur lang opgevouwen zitten met 32 centimeter beenruimte, heb je dan een eigen hut, deckchair en een wandeling naar de bar. Drie dagen lang? Lijkt me te doen. Er moet misschien geld bij, maar we vermijden veel CO2-uitstoot.

 

Een probleem is dat de huidige cruiseschepen niet zijn gebouwd op snelheid en niet voor de snelle Atlantische oversteek: De ‘liners’ van weleer beschikten over enorme vermogens en hadden een lange boeg om de hoge golven bij storm zo te breken dat ze niet tegen de opbouw konden slaan.

Maar een oversteek in drie of twee dagen zou tegenwoordig technisch kunnen: schepen hebben bestuurbare stabilisatievinnen, boegschroeven, je kunt de aandrijving dieselelektrisch maken of helemaal elektrisch omdat batterijgewicht veel minder een bezwaar is dan bij elektrisch vliegen. We hebben tegenwoordig satellietnavigatie en -communicatie en veel betere weersverwachtingen dus eventuele stormgebieden zijn te vermijden en iedereen kan volop online zijn.

De Amerikaanse bedrijfsadviseur en managementauteur Jeremy Rifkin prijst in zijn boek The European Dream het ontspannen levenstempo in Europa vergeleken bij dat in de V.S en Azië als een toekomstmodel. Daar hoort langzaam reizen bij. De markt voor ‘leisure’ in Europa groeit, simpelweg door de vergrijzing. Behalve geld hebben gepensioneerde mensen vooral veel tijd, heel veel tijd. Op een vakantiebestemming komen mag best een paar dagen extra reistijd kosten als die reis aanzienlijk comforbaler is dan vliegen terwijl zij veel minder milieubelasting oplevert. Scheepvaart is gemakkelijker te verduurzamen dan luchtvaart.

‘Luchtvaart’ komt niet voor niets van het woord ‘varen’: De KLM is opgericht door scheepsreders dus waarom kan zij niet ook gewoon Koninklijk Zeevaart Maatschappij heten? Het is maar een idee

 

Dan hier een leuk filmpje:

En nog eentje:

 

 

Hier nog wat linkjes voor de bootjesliefhebbers onder u:

https://www.telegraph.co.uk/travel/cruises/galleries/ss-united-states-in-pictures/

https://www.transitionsabroad.com/listings/travel/articles/travel-by-cargo-ship-around-the-world.shtml

https://en.wikipedia.org/wiki/Timeline_of_largest_passenger_ships

http://www.grimaldi-freightercruises.com/en/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Peninsular_and_Oriental_Steam_Navigation_Company

https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_ocean_liners

https://en.wikipedia.org/wiki/Timeline_of_largest_passenger_ships

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read article

Ex-British_Airways_Concorde_216_(G-BOAF)_on_display_at_Aerospace_Bristol_8August2019_arp

107

Een fantastische mislukking

Travel

juli 10, 2020

Nu de luchtvaart door Corona op zijn kont ligt, vraag je je af hoe lang zij nog had kunnen doorgroeien. Ergens eind jaren vijftig nam de Europese vliegtuigbouw, die toen nog niet zoveel voorstelde, ook al eens de verkeerde afslag: De Britten en de Fransen gingen voor sneller vliegen. Supersonisch. De Amerikanen gingen voor grotere vliegtuigen.

De Britten bouwden het eerste civiele straalvliegtuig dat twee keer zo snel vloog als de toenmalige propellervliegtuigen. Deze De Havilland Comet was klein en eigenlijk vooral bedoeld voor postvervoer. Post en pakketten snel vervoeren en passagiers langzamer, was een vooroorlogs koloniaal concept. Je had snelle pakketboten en langzamere passagiersschepen en door de lucht ging dat niet anders, passagiers in langzame vliegboten en poststukken in snelle postvliegtuigen.

De De Havilland DH-106 Comet, 1949.

De De Havilland DH-106 Comet, 1949. (foto: BAe Systems)


De Amerikanen moesten het bouwen van straalmotoren aanvankelijk leren van Britten en de eerste strategische straalbommenwerpers van de US Air Force in de Koude Oorlog verbruikten zoveel kerosine dat er tankervliegtuigen aan te pas moesten komen om ze op hun eindbestemming te krijgen. De tanker die Boeing ontwikkelde werd later de Boeing 707, een groot passagiersvliegtuig waar gemakkelijk zomaar 150 passagiers in konden.

De 707 en de evenknie DC-8 van Douglas maakten het trans-Atlantisch vliegen bereikbaar voor de middenklasse waar het voordien was voorbehouden aan de ‘jetset’ een geprivilegieerde klasse van beroemdheden. (Luister naar dat liedje van Astrid Gilberto, ‘Silver Bird’.) Toen Boeing de 707 eind jaren zestig verving door de veel grotere 747 ‘Jumbojet’, daalden de kosten per stoelkilometer dramatisch en werd vliegen voor bijna iedereen betaalbaar.

 

Het prototype van de KC-135 tanker en later eveneens de Boeing 707 wordt in 1954 voor het eerst naar buiten gereden.

Het prototype van de KC-135 tanker en later eveneens de Boeing 707 wordt in 1954 voor het eerst naar buiten gereden (foto: Boeing)

Europa leek die voorsprong niet meer in te kunnen halen en daarom gokten Groot-Brittannië en Frankrijk samen op een ‘high-end market’ van gefortuneerden die veel zouden willen betalen om ergens snel te zijn. De Concorde verkortte de reisduur over de Atlantische Oceaan van zo’n zes naar drie uur waardoor je gemeten naar lokale tijd vroeger arriveerde dan je was vertrokken. De hoop en verwachting was dat die snelheid maatgevend zou worden voor het massavervoer, maar vanaf dat moment werd vooral het beperken van geluidoverlast maatgevend en Concorde produceerde een fenomenale hoeveelheid herrie en verbruikte heel veel brandstof.

 

Screen Shot 2020-07-10 at 16.16.55

 

Concorde was vooral een combinatie van Franse ambitie en hang naar grandeur en Britse technologie. De ontwikkelingskosten explodeerden, de orders bleven uit door de Oliecrisis van 1973 en met hangen en wurgen zijn er (naast vier prototypes) zestien gebouwd voor Air France en British Airways.

Die hebben gevlogen van 1976 tot en met 2003. In 2000 reed een startende Concorde van Air France over een metalen strip die een brandstoftank lek maakte waardoor het vliegtuig in brand vloog. Alle honderdnegen inzittenden en zes mensen op de grond kwamen om.

De Europese civiele vliegtuigbouw is nu veeleer een Frans-Duitse aangelegenheid: Airbus legt zich toe op conventionele vliegtuigen en heeft de hegemonie van Boeing en de jumbojets geëvenaard met eveneens grote langzame vliegtuigen voor de massamens. Airbus en Boeing wisselen de laatste tien jaar stuivertje als grootste vliegtuigbouwer.

Sinds een paar maanden zijn meer dan 16.000 van de 24.000 verkeersvliegtuigen wereldwijd, voornamelijk van Boeing en Airbus, buiten bedrijf gesteld. Als je langs Schiphol rijdt, zie je er tientallen staan. Ze lijken allemaal op elkaar.

Voor Concorde geldt, als je die ooit hebt gezien in levenden lijve, ‘she stands out’ want een vliegtuig is net als een schip altijd een ‘zij’. Een jumbojet is indrukwekkend. Concorde is gracieus, bloedmooi, een schoonheid. Een beauty. Geschapen om Grace Kelly, Catherine Deneuve of Audrey Hepburn te vervoeren. Ze lijkt eerder ontworpen door een couturier dan door ingenieurs.

Haar lijnen zijn allemaal gebogen, de vleugel is nergens recht maar overal, in alle vlakken, golvend, gewelfd. Ze staat op hoge ranke wielpoten, als een kraanvogel. De neus lijkt een snavel waar geen eind aan komt. Je kunt je ogen er niet vanaf houden.

 

e4b97d6caeea89b93b451c26266e351c

De argeloze passagier had geen weet van het vernuft dat eraan te pas is gekomen om honderd mensen drie uur lang met een snelheid van twee keer het geluid (ongeveer 2.000 km/h) te vervoeren op een hoogte van 20 kilometer (twee keer zo hoog als een jumbojet) waarbij de buitenkant door luchtwrijving zo heet werd dat ze gekoeld moest worden tot onder de negentig graden door die warmte op te slaan in de brandstof aan boord. Met een glas champagne in een leren fauteuil. Voor zo’n 10.000 euro.

Concorde hoort net als de iconische Bell helikopter in de hal van het Museum of Modern Art (MoMa, New York), of in Tate Modern, in het Centre Pompidou of het Louvre. Als icoon van industrieel ontwerp. Als kunstzinnige manifestatie van technologisch vernuft. Maar daar is ze te groot voor. Deze fantastische mislukking.

https://www.europeanceo.com/business-and-management/concorde-nothing-more-than-a-footnote-in-europes-history/

https://www.quartoknows.com/blog/quartodrives/the-de-havilland-comet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read article

Londen, 1970.

358

Volkskroniek over hoe vrijheid 75 jaar geleden begon

Cities, Culture, Lifestyle, People, Travel

juni 16, 2020

Een collectief plakboek over Europa, het continent van de verpozing

Tijdens zijn gedwongen verblijf in Duitsland in de Tweede Wereldoorlog begon mijn vader, Wim van den Brink, met fotograferen. Hij is er zijn verdere leven mee doorgegaan. Hij fotografeerde tijdens de vele reizen door Europa die hij vanwege zijn werk maakte en tijdens de vakanties met zijn gezin. De beelden vormen een kroniek van het alledaagse leven in Europa vanaf 1943 tot aan zijn dood in 2007.  Maar zijn ook onderdeel van een veel omvangrijker verborgen volkskroniek van het gewone leven door talloze amateurfotografen. Een collectief, vergeten plakboek want er moeten miljoenen van zulke bijna verloren beelden zijn weggeborgen in dozen en albums.

Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

Op de laatste foto in de serie die mijn vader maakte tijdens zijn internering in Duitsland (1943-1945), is hij na de capitulatie op weg naar huis. Hier poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

Telkens als ik nadenk over Europa, kijk ik weer terug in het schriftje van mijn vader dat ik als kind al af en toe tevoorschijn haalde vanachter de schuifdeurtjes op zolder. Daar lag het tussen oude boeken en paperassen, samen met een camera die hij had meegenomen uit Duitsland. Het is een gewoon schoolschrift met gelinieerde pagina’s maar het bevat enkele tientallen ingeplakte foto’s van ongeveer negen bij zeven bij centimeter gemaakt met die Zeiss Ikon balgcamera die in de jaren 1940 in Duitsland een heel gangbaar model was. De foto’s zijn klein maar behoorlijk scherp.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945  samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Mijn vader, tweede van rechts, op 22 april 1945 samen met zijn medebewoners temidden van zijn Russische bevrijders in Berlijn-Rahnsdorff.

Ze vormen een reportage over de ruim twee jaar dat hij in Berlijn verbleef, vanaf het voorjaar 1943 – nadat hij kort na zijn achttiende verjaardag was opgepakt – tot en met zijn repatriëring na de capitulatie in juni 1945. Het was zijn eerste buitenlandse reis. De foto’s laten de plekken zien waar hij verbleef en de mensen waarmee hij optrok. Op sommige staat hij zelf, alleen of met anderen. Vermoedelijk zijn die gemaakt met de zelfontspanner. Op de laatste foto poseert hij ergens in Maastricht. Recht de camera inkijkend, staand met een hand in de zij en een voet op zijn reisvalies, eenentwintig jaar oud.

 

San Marcoplein, Venetie, 1962.

San Marcoplein, Venetie, 1962.

In 1988 ging ik met hem en het schriftje terug naar Berlijn. Hij was toen even oud als ik nu: begin zestig. Hij vond het een godswonder dat hij de oorlog had overleefd als je bedenkt hoeveel dood en verderf er tijdens die oorlogsjaren om hem heen was gezaaid. Door de geallieerde bombardementen en vooral de laatste weken en dagen in de slag om Berlijn. Op een van de foto’s zie je mijn vader met Russische soldaten (‘onze bevrijders’, staat er onder) van wie er eentje een verband om zijn hoofd heeft. De overige foto’s ademen een alledaagse, bijna een vakantiesfeer. Veel tekst staat er niet in het schriftje. Mijn vader was geen schrijver. Hij was technicus, scheikundige.

 

Noorwegen, 1961.

Noorwegen, 1961.

Maar hij praatte graag. Wij hadden een goede band dus praatten we veel met elkaar. Dat ging vaak over koetjes en kalfjes. Over hoe we tegen het leven aankeken. Soms over de dood van zijn eerste vrouw, mijn moeder. Dat was een verdriet dat hij nooit helemaal te boven is gekomen ook niet in het lange en gelukkige huwelijk dat erop volgde met een vriendin van mijn moeder, mijn tweede moeder.

 

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Salzburg, Oostenrijk, 1962

Zijn spraakzaamheid gaf mij de gelegenheid hem in Berlijn eens goed uit te horen over die twee oorlogsjaren. Toen bleek mij hoeveel hij niet had gefotografeerd en misschien ook niet had willen zien. De verwoesting, de doden. Hij was geen oorlogsfotograaf. Hij was een huis-tuin-en-keuken-fotograaf en nog een tamelijk middelmatige ook. Maar hij had geen last van artistieke pretenties. In geen van de dingen die hij deed trouwens was hij ooit pretentieus. Dat hij enkele aardige foto’s, dia’s en films heeft nagelaten komt doordat hij verzot was op apparaten en die te pas en te onpas gebruikte. Een apparaat in zijn buurt was voor hem nooit veilig. Knopjes zijn om aan te draaien, schroefjes draaide hij los zodat hij binnenin kon kijken. Als het stuk was, maakte hij het.

 

Stresa, bij Milaan, 1967.

Stresa, bij Milaan, 1967.

Wat hij wel fotografeerde in Berlijn was het veilige onderkomen dat hij, na te zijn weggebombardeerd uit een pension aan de Muskauerstrasse, vond bij een familie buiten de stad. En ook de laatste episode, het bivakkeren met een stel andere her en der in Europa geronselde Arbeitseingesetzden – dwangarbeiders – in een Ferienlager, een verlaten vakantiepark aan een meer. Daar konden ze zich levend en wel aan de oprukkende Russen overgeven. Zijn hospita had toen met alle andere Duitsers allang de benen genomen. Ze wilden in handen van Amerikanen vallen.

Milaan, 1967

Milaan, 1967

 

Deze vrouw bij wie hij enige tijd inwoonde noemt hij in een van de fotobijschriften ‘meine Pflegemutti’.  Zij had zich over hem ontfermd. Mijn vader zag er niet bepaald arisch uit. Hij was klein en had een dichte bos pikzwart haar, donkerbruine ogen en een ietwat getinte huid. Hij had voor joods kunnen doorgaan. Aan moederszijde had hij inderdaad verre joodse voorouders. De familie was lang geleden rooms-katholiek geworden. Waarschijnlijk is een groot gedeelte van de mensheid wel enigszins joods als het gaat om verre afstamming. Zijn van contradicties vergeven rassenleer is een van de absurditeiten van het Nazisme.

 

In de Dolomieten, 1960

In de Dolomieten, 1960

Ik denk dat vanwege zijn jongensachtige voorkomen en door zijn blijmoedige natuur en oprechtheid, die hij zijn hele leven behield, dat daarom ook toen ver van huis in Duitsland, de juiste mensen zich over hem ontfermden: Die vrouw, maar ook zijn leidinggevende in de fabriek. Dat heeft hem geholpen de oorlog heelhuids door te komen: Niet alle Duitsers waren ‘rotmoffen’.

 

Hydepark, Londen, 1968

Hydepark, Londen, 1968

Na de oorlog ging mijn vader aan de slag bij de Mekog (Maatschappij voor Exploitatie van Kooks Oven Gassen) een onderdeel van Hoogovens in IJmuiden. Mekog maakte kunstmest en dat was essentieel voor de Wederopbouw: Europa leed vlak na de Tweede Wereldoorlog aan massale ondervoeding en het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid was met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal een van de vroege pijlers onder de Europese samenwerking.

 

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Op een van zijn vele vliegreizen binnen Europa, op weg naar Londen, 1968. Gefotografeerd door een meereizende collega.

Kunstmestkorrels worden erg gemakkelijk vochtig en gaan dan klonteren. De mestkorrels zijn dan niet meer gelijkmatig over het land te verspreiden. Mijn vader specialiseerde zich in het ontwikkelen van vochtwerende en later waterdichte zakverpakkingen om de massale transportschade te voorkomen en van de machines die daarvoor nodig waren. Dat bracht hem al vroeg in de jaren zestig op zakenreis door Europa op bezoek bij allerlei bouwers van verpakkingsmachines: Italië, Finland, Groot-Brittannië, Duitsland, maar ook Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Waar mogelijk maakte hij foto’s.

 

Venetie, 1962

Venetie, 1962

Mijn vader zaliger staat voor mij een beetje model voor de doorsnee-Europeaan die (in zijn geval) met een Kodak en later een Pentax kleinbeeldcamera vooral dia’s maakte op zijn reizen die een tijdsbeeld geven van de periode 1960-1990 – en eigenlijk ook 1943-1945. Dus liet hij ons als kleine kinderen al de Arc de Triomphe, de toren van Pisa en Piccadilly Circus zien. De mensen die hij ontmoette op zijn reizen kwamen ook naar Nederland, IJmuiden. Ze kwamen bij ons over de vloer, wederopbouwtechneuten uit de industrie: Britten, Italianen, Duitsers.

 

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. 'Meine Pflegemutti'.

Berlijn Friedrichshagen, zomer 1944, hospita frau Ruethning, aan de Storitzseestrasse 13. ‘Meine Pflegemutti’.

Bij het opruimen en ordenen van zijn audiovisuele nalatenschap (zodra er homevideo was, had hij een ook een videocamera) realiseerde ik mij dat er op talloze zolders zo Europees audiovisueel erfgoed verborgen moet liggen, foto’s, dia’s, polaroids, achtmillimeter films, videobanden. Wat toegankelijk is gemaakt en is gecatalogiseerd dat zijn veel nieuwsfoto’s, reclamebeelden, films en televisiebeelden. Professioneel beeld. Amateurbeeld vindt slechts sporadisch een weg naar de openbaarheid, bijvoorbeeld via een rommelmarkt of antiquariaat.

 

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Berlijn, Friedrichshagen, zomer 1944. Mijn vader naast frau Ruethning en haar zoon Wolfchen.

Europese reisbestemmingen waren zeker tot de millenniumwisseling voor de meeste gewone mensen de maximale actieradius. Pas later in zijn carrière ging mijn vader ook wel eens naar Amerika en Azië. Massaal globe trottende backpackers, voor wie dat de gewoonste zaak van de wereld is, zijn een betrekkelijk recent verschijnsel: millennials.

Sinds 2000 is het aantal jonge back packers van over de hele wereld dat in Europa rondreist geëxplodeerd en daarmee de hoeveelheid ‘content’ die ze via hun devices uploaden.

 

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders - met driekleur.

Op de terugweg, mei 1945 in de buurt van Maagdenburg. Een groep Nederlanders – met driekleur.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

Unter den Linden kruising Friedrichsstrasse, 1944.

 

Analoog amateurbeeld van voor die tijd blijft, zolang het niet is gedigitaliseerd, ingescand, grotendeels onzichtbaar en onvindbaar. Het toerisme van Europeanen binnen Europa kwam op vanaf de jaren 1950 door de bus en de trein en vanaf de jaren 1960 ook dankzij het vliegtuig en de gezinsauto. Op regenachtige herfstzondagmiddagen werd de vakantieoogst voorzien van tekstuitleg ingeplakt in albums: Foto’s afgewisseld met tickets, brochures, ansichtkaarten en andere memorabilia.

 

Europa is in de loop van de twintigste eeuw en zeker na de Tweede Wereldoorlog het continent van de verpozing geworden. Een grote bezienswaardigheid. De badplaatsen, kuuroorden, het reisje langs de Rijn, de riviera’s, de costa’s. De steden, musea, theaters, festivals.

 

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Met de Amerikaanse legertruck op weg naar huis, Munchenberg Duitsland mei/juni 1945.

Europa is ook het continent van de kleine burgerman met monsieur Hulot en mr. Bean als archetypische persiflages van onszelf. ‘Les Vacances de mr. Hulot’ (1953, Jacques Tati) is even tijdloos typisch Europees als Mr. Bean Goes on holiday (2007, Rowan Atkinson).

 

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Mijn vader en moeder in 1975, vakantie Frankrijk (Correze)

Die kleine man heeft zich decennia hemelmaal suf gefotografeerd en gefilmd en gaat daar tegenwoordig digitaal onverdroten mee door. En dat alles lijkt gedoemd tot vergetelheid. Tenzij we die beelden voorzien van een verhaal en ze opnemen in het grote Europese familiealbum, een collectief plakboek dat onze continentale volksziel blootlegt.

 

We nodigen iedereen uit eigen fotomomenten over Europa met The Soul of Europe te delen en dat te delen met je vrienden. En vraag die dat ook weer met hun vrienden te delen. En vergeet niet te zeggen dat ook die het weer moeten delen met hun vrienden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Read article