MENU

política europea
Category

117

Over geopolitieke migratiechantage

Europa, European politics, Europese politiek, política europea, politique européenne

november 29, 2022

Ik luister bijna dagelijks naar de BNR-podcast van Boekestijn & De Wijk. Varieert van interessant tot amusant zolang de heren met zijn tweetjes onder leiding van Hugo Reitsma achteroverleunend de situatie in Oekraine beschouwen. In deze aflevering, die wat mij betreft met kop en schouders uitsteekt boven alle afleveringen tot nu toe, een gast: hoogleraar Henk van Houtum, politiek geograaf. Dat levert een interessante gedachtenwisseling op tussen Van Houtum en De Wijk: een confrontatie tussen humanitair moralisme (Van Houtum, https://tinyurl.com/3dzuchb4) en geopolitiek realisme – of misschien zelfs geopolitiek cynisme (De Wijk).

Read article

175

Europa als Idee

Europa, Europäische Politik, European politics, Europese politiek, política europea, politique européenne

november 21, 2022

De politieke partij Volt Europa wil ‘pan-Europees’ zijn. Ik vind dat een opwindend idee in een Europa dat machtspolitiek nog steeds verkaveld is langs nationale grenzen. Pan-Europees betekent ‘Gans Europa omspannend’, ‘alomvattend’. Een (politieke) vereniging die dat pretendeert moet onderdak kunnen bieden aan Europeanen uit alle uithoeken van het continent, dus van diverse levensbeschouwelijke pluimage (‘in pluribus unum’?). Maar het is nu (nog) een vereniging van overwegend mannelijke, jonge, academisch/hoogopgeleide, stedelijke, kosmopolitisch ingestelde progressieven, merendeels uit Nederland/West-Europa, met een programma dat zich richt op gelijkgestemden.

Hoewel zo’n partij in vele lidstaten van de Unie vertegenwoordigd kan zijn, is zij niet pan-Europees zolang zij slechts een klein deel van het politieke spectrum bereikt en een beperkt aantal maatschappelijke geledingen kent. Het is in Volt weinig pluribus en veel unum. Volt lijkt qua thematiek wel enigszins op Renew Europe, een beweging die zich afficheert als middenpartij (VVD-er Azmani Marik is er lid van). Klimaat, gender-gelijkheid, digitale rechten, ze venten het allebei even enthousiast uit.

Wat omvat dat ‘pan-Europees’? Er stemmen nu eenmaal veel mensen in Polen, Hongarije en Italië en zelfs Zweden nationalistisch rechts, conservatief, populistisch en wie ze uitsluitend beziet als dolenden, (’deplorables’- beklagenswaardigen) wappies die worden misleid door volksmenners, in plaats van als mensen die een andere keuze maken vanuit hun andere, evenzeer legitieme, belangen, die bewijst de pan-Europese zaak geen goede dienst.

Tor; Videowand; Symbolbild

Het politieke stollingsproces, dat uiteindelijk toch onvermijdelijk is om te komen tot blok- en machtsvorming en een politiek uitvoerbaar partijprogramma, dreigt bij Volt Europa te vroeg in te treden om nog te kunnen uitgroeien tot een pan-Europese mainstreampartij, een brede Europese beweging. Ideologisch misschien nog onbepaald, maar sociologisch (of zo men wil sociografisch of sociaal-geografisch) des te meer: Te elitair, te weinig volks te weinig divers, niet inclusief maar exclusief. Het masterdocument voor de Provinciale Statenverkiezing in Noord-Holland (Nederland) leest als een lange reprise van het gedachtengoed van de traditionele mainstreampartijen GroenLinks, D66 en de PvdA door elkaar gehusseld. Het blijken inderdaad spijtoptanten uit die partijen te zijn die als nieuwbakken Voltlid hier een duit in het zakje hebben gedaan. Ze ventileren de bekende ambtelijke beleidstaal. Dor politiek jargon. Het Europese perspectief is hier volledig zoek. Men zoekt niet de ideologische ruimte op. De verbeelding, de fantasie is dood.

Wat opvalt is dat populistisch rechts in Europa, dat electoraal in de lift zit, met een schuin oog naar Brexit onverkort vasthoudt aan het lidmaatschap van de Europese Unie en de NAVO. Populisten kennen namelijk hun pappenheimers: Verkoop de burgers geen fratsen die bestaanszekerheid verder op de tocht zetten, zoals Nexit (Forum voor Democra-leider Trierry Baudet is geen populist zoals Geert Wilders (PVV) maar een rechtsextremist, een politieke avonturier.)

Door de bank genomen heeft rechts een betere thermometer voor het temperaturen van de tijdgeest en het publieke sentiment dan links (al komen ze vervolgens niet met werkende oplossingen. Zie de Britse conservatieven). Maar als progressieve beweging kun je rechts op de thema’s Europa en defensie dus al niet meer de pas afsnijden.

Hoe dan wel? Pan-Europees betekent breed: Naast een progressieve ook ruimte voor een conservatieve factie. Het vermogen om dissidentie te accommoderen, om ideologische spanning te absorberen. Ruimte voor pluriformiteit. Van oudsher waren in het Verenigd Koninkrijk Labour, de Conservatives maar in de Verenigde Staten ook de Republicans en de Democrats partijen met interne oppositie, ideologische diversiteit.

Naar analogie van de Indiase Congrespartij en het ANC in hun beginjaren zou Volt Europa een debatpartij of Congrespartij moeten zijn die appelleert aan brede lagen in de Europese samenleving: Zowel stad als platteland, Oost- en West-Europees, Noord- en Zuid-Europees, industrie- en kantoorpersoneel, hoog en laagopgeleid, jong en oud, man en vrouw en genderdivers. Die maatschappelijke tegenstellingen overbrugt.

De Congrespartij en het ANC ontstonden door een dekolonisatiestrijd. Ze waren niet zozeer links, de tegenstander was nu eenmaal rechts, behoudend. Er was ondanks sociaal-maatschappelijke verschillen en interne fricties een overkoepelend gezamenlijk doel, ‘a greater purpose, a common cause’.

Je zag dat ook bij de natievorming in de negentiende eeuw zoals bij de Duitse Zollverein waaruit de moderne Duitse eenheidsstaat ontstond en bij de Italiaanse eenheidsbeweging onder Garibaldi. ‘Deutschland Ueber Alles’ betekende niet ‘Duitse superioriteit’ of ‘overheersing’, maar het betekende dat uit het verenigen van al die elkaar bevechtende landjes, vorstendommetjes, een betere, vreedzame, wereld zou ontstaan; een (Romantisch) ideaal. (We weten nu hoe dit ook fout kan lopen, dus een gewaarschuwd mens telt voor twee.)

Volt Europa zou de versplintering en afkalving van het politieke midden moeten stoppen door te inspireren met een breed aansprekend ideaal, helder en indringend verwoord. De erosie van het politieke midden is te wijten aan stedelijk eco-elitarisme, het modellenfetisjisme in de politiek, het stikstofslot op de totale economie, de verbeeldingloze technocratie. (Volgens sommigen zoals de emeritushoogleraar burgerlijk recht J.Teunissen en Jaap Spier v.m. advocaat-generaal bij de Hoge Raad, is zelfs sprake van ‘dikastocratie’ een verschijnsel waarbij kleine activistische groepen zonder achterban het beginsel ‘algemeen belang’ juridisch hebben gekaapt, opgerekt, en daarmee via de rechter hun gelijk halen: Urgenda, Vollenbroek, e.d.) Dat gaat goed totdat de overheid de daad bij het woord wil voegen. Dan staan er opeens trekkers op het Malieveld.

Een vergelijkbaar schisma tussen elite en burger speelt in variaties in alle EU-lidstaten: Mensen met een leuke baan, een fijn huis en een goed salaris, met een goede gezondheid en een geliefde, versus diegenen die dat allemaal niet hebben. Jongeren die beseffen dat een eigen woning en dus een gezin stichten voor hen onbereikbare idealen zullen blijven. Ouderen in met name de kleine kernen op het platteland die de voorzieningen om zich heen zien verdwijnen. Slechts verenigd in een hele diepe onvrede jegens de bestuurdersklasse.

Er is een politieke cultuur ontstaan van bestuurlijke achteloosheid jegens de midden- en lagere inkomens, kleine ondernemers, boeren. Met name als het gaat om de effecten van beleid zie je ongevoeligheid: Het stikstofkaartje van Van der Wal, de Toeslagenaffaire, de Groningse aardbevingsslachtoffers, de gele hesjes in Parijs en eigenlijk de hele gig-economy die de afgelopen dertig jaar is ontstaan en het precariaat van zzp-ers dat daarbij hoort. Kijk naar de afkomst en beroepsachtergrond van de meeste zittende politici. Kamer- en statenleden. Een van de laatste authentieke praktische beroepsbeoefenaar in de Tweede Kamer was Jan Schaefer (PvdA, 1943-1994) een banketbakker uit de Amsterdamse Pijp. (‘In gelul kunnen mensen niet wonen.’) Hoeveel Lula da Silva’s lopen er in Europa rond in de politieke instituties?

Dezelfde ontkoppeling tussen politiek intellectuele voorhoede en praktisch werkende achterban, de midden- en de arbeidersklasse, voltrekt zich in bijna alle Europese middenpartijen. Het ondergraaft de legitimiteit van de politiek en bedreigt de sociale cohesie binnen de Europese Unie. Dit Europa bungelt tussen Rusland en de Verenigde Staten, twee landen die bezig lijken te zijn zichzelf op te blazen.

De Sovjet-Unie is ten ondergegaan aan zijn eigen contradicties. (Marx veronderstelde dat juist het kapitalisme aan ‘zijn eigen contradicties’ zou bezwijken.) Waarom dat niet in het kapitalistische westen is gebeurd, laat zich verklaren door een sociaal contract tussen regeerders en geregeerden dat bestaanszekerheid en vooruitzichten bood. In 1964 lanceerde de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson (die de vermoorde John F. Kennedy was opgevolgd) in een rede aan de universiteit van Michigan het concept van The Great Society: Elke Amerikaan (elk Amerikaans gezin) zou mogen rekenen op: Werk en een inkomen, betaalbare huisvesting, een gezondheids- en een oudedagsverzekering, toegankelijk onderwijs voor zijn (of haar) kinderen. In Europese landen kwam er een soortgelijk sociaal contract. In Duitsland (en Nederland) noemde we dat Der Soziale Marktwirtschaft, een sociale markteconomie. Het Rijnlandse model.

Dat contract is vanaf eind jaren 1970 geleidelijk in het ongerede geraakt door toenemende marktwerking, het neoliberalisme, de opmars van de monetaristen in het economisch denken. De geliberaliseerde interne markt met zijn ‘gedereguleerde’ bedrijfssectoren en privatisering van (semi-)publieke bedrijven (luchtvaart, telecom, openbaar vervoer, energie en andere publieke diensten) is vooral het boegbeeld van de Europese Unie maar is het niet tijd dat Europa wat meer om het lijf gaat hebben dan een gemeenschappelijke markt? En wat dan?

De Amerikaanse historicus Francis Fukuyama is enige tijd geleden met enkele anderen de website American Purpose gestart, een (academisch) debat in essayvorm over het herstel van de liberale democratie. De V.S. beleven misschien wel hun ernstigste politieke crisis: die van de legitimiteit van de democratie zelf.

Misschien moeten wij beginnen met een European Purpose, een debat, publieke discussie over de vraag: What is Europe’s greater cause? Kunnen we voor Europe een “Great Society” concipiëren? Een belofte, hoop?

Tijdens mijn eerste bezoek aan de Verenigde Staten liep ik een willekeurige boekhandel binnen in de wetenschap dat daar altijd twee dunne boekjes verkrijgbaar zijn: The Declaration of Independence (die overigens is afgeleid van de Nederlandse Acte van Verlatinghe) en The Constitution of the United States of America. Prachtige taal. Raak. Direct. Zonder omhaal. Waarachtig. Meeslepend, inspirerend en kraakhelder.  Taal die je na meer dan tweehonderd jaar nog steeds in het hart treft.

Even aanbevelenswaardig: The Path to Hope/Chemin de l’espérance uit 2011 door Stéphane Hessel en Edgar Morin en Indignez-vous! (Verontwaardig je! Pik het niet) Door Stéphane Hessel . (Hij was een jood, verzetstrijder die concentratiekampen overleefde, daarna voor Frankrijk diplomaat werd.) Manifesten tegen de teloorgang van (Europese) beschaving, fatsoen. Eveneens zeer dunne boekjes.

Tot slot: Ik zou Volt Europa zeker niet ‘zielloos’ noemen. Ik voel een sterke bezieling, passie, verbondenheid. Er is idealisme, maar het is nog een onbestemd idealisme. Zoekend, Tastend. Logisch. Wil Volt een brede pan-Europese volkspartij worden, dan moet zij kunnen steunen op een beginselprogramma dat de basisprincipes van het pan-Europisme formuleert

Ik pleit voor een constituerende tekst die het gedeelde ideaal verwoordt dat een nieuwe Europese beweging schraagt, een manifest in begrijpelijke taal zonder politiek jargon.

Vriendelijke groet,

Erwin

Read article

424

Diplomático portugués que salvó judíos

cultura, política europea

januari 21, 2022

Esta es la historia del diplomático portugués que salvó a miles de los nazis. Mientras el ejército alemán marchaba por Francia, Aristides de Sousa Mendes se enfrentaba a una elección: obedecer a su gobierno o seguir su conciencia, y arriesgarlo todo.

Imagen: Sandra Dionis
Texto: Chanan Tigay

(Revista Smithsoniana) Traducido con DeepL.

El diplomático portugués Aristides de Sousa Mendes se desempeñaba como cónsul general en Francia cuando los nazis invadieron el país.

Era la segunda semana de junio de 1940 y Aristides de Sousa Mendes no salía de su habitación. Sousa Mendes, cónsul general de Portugal en Burdeos, Francia, vivía en un gran departamento con vista al río Garona con su esposa y varios de sus 14 hijos, todos los cuales estaban cada vez más preocupados.
Aristócrata y bon vivant, Sousa Mendes amaba mucho a su familia. Le encantaba el vino. Amaba Portugal y escribió un libro glorificando esta “tierra de sueños y poesía”. Le encantaba cantar canciones populares francesas, especialmente “J’attendrai” de Rina Ketty, una tierna canción de amor que se convirtió en un himno a la paz en el contexto cambiante de la guerra. Y Sousa Mendes amaba a su amante, quien estaba embarazada de cinco meses de su decimoquinto hijo. Encontró algo de qué reírse, recuerdan los miembros de la familia, incluso en los peores momentos. Pero ahora, ante la decisión más devastadora de su vida, se había encerrado en sí mismo. Se negó a salir de su habitación, ni siquiera para comer. “La situación aquí es terrible”, escribió el diplomático de 54 años a su cuñado, “y estoy en cama con un ataque de nervios grave”.
Las semillas del colapso de Sousa Mendes se habían sembrado un mes antes, cuando Hitler lanzó su invasión de Francia y los Países Bajos el 10 de mayo de 1940. En cuestión de semanas, millones de civiles fueron expulsados de sus hogares, desesperados por mantenerse al frente del avance del ejército alemán. Un representante de la Cruz Roja en París lo llamó “el mayor problema de refugiados civiles en la historia de Francia”. El corresponsal del New York Times, Lansing Warren, quien luego fue arrestado por los nazis, telegrafió a casa: “Nunca ha habido tal cosa. En un país que ya está lleno de evacuados de las zonas de guerra, la mitad de la población de París es emboscada. región, gran parte de Bélgica y de diez a doce departamentos de Francia, entre 6 y 10 millones de personas en total, a lo largo de las carreteras en automóviles privados, camiones, bicicletas y a pie”.

Lea más en este enlace:

https://tinyurl.com/3h6vu38w

Traducido con www.DeepL.com/Translator (versión gratuita)

Read article