MENU

Europa
Category

177

De Val van de Sovjet-Unie: Tweede Akte (2023)

Europa, Europese politiek

december 6, 2022

I

https://petapixel.com/2022/07/17/lost-film-rolls-of-the-fall-of-the-soviet-union-developed-26-years-later/

n NRC van het afgelopen weekeinde (4 december 2022) recenseert Michel Krielaars enkele recent verschenen boeken die de oorlog tussen Rusland en Oekraïne behandelen. (https://www.nrc.nl/nieuws/2022/11/17/alles-om-aan-de-macht-te-blijven-drie-boeken-over-de-frustraties-van-poetin-a4148582) Mijn indruk is dat wat we momenteel meemaken de tweede akte is uit het drama De Val van de Sovjet-Unie. Die hield op te bestaan in 1992 (https://nl.wikipedia.org/wiki/Uiteenvallen_van_de_Sovjet-Unie) maar dat gold niet voor de interne structuren van die multinationale superstaat die de tegenpool was geweest van de Verenigde Staten. De staatsbureaucratie en het militair-industriële complex waren niet opeens zomaar verdwenen en van de mensen die deze werelden bevolkten is Vladimir Poetin er een. Ze lijken een wrok te koesteren tegen de teloorgang van hun supermacht die ze willen herstellen. Om in voetbaltermen te praten: Met de oorlog in Oekraïne is de Sovjet-Unie die zwaar op achterstand staat op de Verenigde Staten, in de rebound tijdens blessuretijd. Een wanhoopsoffensief. Een laatste poging.

Wat ik interessant vind in dit verband is hoe in de geschiedenis wereldmachten op verschillende manieren hebben gereageerd op het verliezen van hun hegemonie.

Laat ik beginnen bij de Nederlandse Republiek met op het hoogtepunt van zijn invloed grote belangen in Noord-Amerika (ze stichtte New York) in Zuid-Amerika (Brazilië) Afrika (ze stichtte het huidige land Zuid-Afrika) en Azië (de Indonesische Archipel en door exclusieve handel met Japan). Het Nederlandse ‘territorium’ waarvan Holland, Utrecht en Zeeland de belangrijkste gewesten (provinciën) waren, stond geografisch in geen verhouding tot de omvang van het handelsimperium van de Republiek dat de facto bestuurd werd door de VOC, een ‘compagnie’ waarin iedereen die dat wilde een aandeel kon kopen.

De Republiek hield op te bestaan in 1795 maar aan het collectieve zelfbeeld van Nederland als een (koloniale) Europese grootmacht kwam pas een eind tussen 1948 (de onafhankelijkheid van Indonesië) en 1975 (de onafhankelijkheid van Suriname). Zelf vind ik in die periode ook enkele andere data van historisch belang. Het Koninkrijk Statuut van 1953 waarin de overzeese restanten na de onafhankelijk van Indonesië op nieuwe bestuurlijke leest werden geschoeid.

Maar daarnaast telt vooral de betrokkenheid van Nederland als initiatiefnemer van de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap tijdens de conferentie van Messina in 1955. Daar ontstond het idee van Europa als douane-unie, een soort nieuw ‘Mare Liberum’ maar dan niet op zee maar op land. De EEG was in feite conceptueel een uitbreiding van de Benelux (van 1948) en zij is de rechtsvoorganger van de EG en de huidige EU. De EEG bestond uit de Bondsrepubliek (West-Duitsland), Frankrijk, Italië en België, Nederland en Luxemburg.

Er was vanaf dat moment naast een ‘Atlantisch perspectief’ (vanaf 1949 een oriëntatie op de V.S en de NAVO i.v.m. de Koude Oorlog) ook een Europees perspectief. Het koloniale perspectief (‘Indië verloren, rampspoed geboren.’) eindigde pas in 1962 met de zogenoemde ‘Nieuw Guineacrisis’. Indonesië lijfde Nederlands Nieuw-Guinea in en Nederland stuurde de Karel Doorman – ons vliegdekschip, overigens een Brits tweedehandsje – maar deze bluf mislukte omdat de Amerikanen Indonesië steunden en niet Nederland. (Het was Koude Oorlog en de relatie die de V.S. hadden met de Indonesische president Soekarnodie ging boven wat Nederlandse koloniale sentimenten.) De Amerikanen hebben zodoende voor ons die banden met ons koloniale verleden doorgeknipt. Waarvoor we de V.S. eeuwige dankbaarheid zijn verschuldigd.

Nederland wendde vanaf 1962 als het ware de geopolitieke blik van het naar de wereldzeeën kijken naar landinwaarts kijken, naar het continent. Hoe traag zulke collectief-mentale processen zich voltrekken laat zich illustreren aan de hand van de Nederlandse industriële wederopbouwpolitiek van na de Tweede Wereldoorlog. Die concentreerde zich vooral op de zeevaart, de scheepsbouw maar daarnaast ook op de luchtvaart en de vliegtuigbouw. Schepen en vliegtuigen waren nodig om al onze overzeese verbindingen te onderhouden. Het economische zwaartepunt verschoof vanaf de jaren 1960 echter onherroepelijk van het (handels-logistieke) westen van ons land naar het (industriële) zuidoosten waar zich onder leiding van Philips een (micro-)elektronica-industrie ontwikkelde.

Dat ons land stilaan van een klassiek handelsland (Nederland Distributieland, raffinage van olieproducten, Shell, grootbanken) evolueert naar een Europees maakindustrieel land, dat wordt geïllustreerd door de opkomst van de geavanceerde machine- en apparatenbouw in bedrijven zoals ASML (Brabant, Veldhoven) Nedap in Drenthe en VDL in Limburg. De ‘Euregio’ rond de driehoek Aken-Maastricht-Leuven-Hasselt vormt inmiddels een kern in de Europese hightechindustrie.

De ontwikkeling bevindt zich nog steeds in de periferie van het Haagse beleidsdenken: Via het zuidoosten en niet vanuit het westen zou Nederland zich moeten aansluiten op het hogesnelheid spoornet van Europa. Met ASML heeft Nederland, c.q. Europa, technologische wereldhegemonie op het gebied van chipmachines die het hart vormen in de hele informaticarevolutie. ASML is gemeten in beurswaarde inmiddels groter dan Shell (dat tegenwoordig Brits is.) Data wordt niet voor niets wel de ‘olie van de eenentwintigste eeuw’ genoemd. Wafersteppers, de machines die met hun geavanceerde optische mechanica chips produceren die deze data generen, maken dus als het ware die ‘olie’.

Naast de Republiek kende Europa meer grote mogendheden: Frankrijk (Francofoon Afrika, Indochina) Portugal (Afrika, Brazilië) en Spanje (Latijns-Amerika, Filippijnen). Portugal en Spanje vochten tot in de jaren 1970 als dictatuur nog koloniale oorlogen uit (in Afrika). Die dictaturen waren anachronismen die met het overlijden van Franco en Salazar ophielden waarna Spanje en Portugal moderne Europese economieën konden worden.

Het Britse ‘Empire’ zag in de jaren 1945-1970 het ene na het andere overzeese gebiedsdeel onafhankelijk worden waarvan er velen toetraden tot het Britse Gemenebest, een soort surrogaat-Empire waaraan veel Britten tot schade en schande van hun land nog steeds een misplaatst gevoel van uitzonderlijkheid ontlenen. Op dit moment zijn de Britten bezig uit hun imperiale droom te ontwaken en bevindt het land zich sinds Brexit in een wendingscrisis: Het is bezig zijn koers buiten de Europese Unie te bepalen waarbij Schotland en Noord-Ierland het Verenigd Koninkrijk uiteen dreigen te doen vallen.

Je ziet dus hoe moeilijk het is afscheid te nemen van een ‘groots’ verleden en voor de toekomst een sprong in het diepe te wagen.

Separatisme is overal en van alle tijden: Spanje worstelt met Catalonië dat het liefst een lid van de Europese Unie zou worden zoals Engeland worstelt met Schotland. In Noord-Nederland sluimeren separatistische tendensen die nu worden gevoed door het stikstofdossier en de aardbevingsproblematiek. Maar het duidelijkst manifesteert het separatisme zich in Zuidoost Nederland dat zo zoetjes aan meer behoort tot Europa dan bij Nederland. Euregio ’s zijn doelbewuste samenwerkingsprojecten die ter plaatse de natiestaten aan hun grenzen laten oplossen. Ik denk dat Europa, ‘Brussel’, het ASML-dossier overneemt nu de V.S het bedrijf en zijn technologie tot inzet hebben gemaakt in de economische oorlog met China.

Nu ik erover nadenk kijken we niet alleen naar de tweede akte in de ontmanteling van de Sovjet-Unie maar naar een misschien wel veel ingrijpender dubbele implosie: Die van het tsaristische Rusland in 1917 op de brokstukken waarvan de communisten toen de Sovjet-Unie hebben gesticht zonder zich te bekommeren om deze fundering van tradities en sentimenten. Na de implosie van de Sovjet-Unie in 1991 staken de restanten van het oude tsarenrijk weer boven het maaiveld uit.

Poetin lijkt een restauratie na te streven van de situatie van voor 1917 en baseert zich daarbij op mythevorming zoals Krielaars betoogt en met hem de auteurs van de door hem besproken boeken. Oekraïne is volgens die mythe een onvervreemdbaar onderdeel van Rusland. De verwestersing aan de grenzen van Rusland bedreigt de Russische cultuur. Er is een zone van horige satellietstaten nodig. Dat gold voor de Sovjet-Unie en evenzeer voor wat nu de Russische Federatie heet.

Waaruit spruit dat geopolitieke denken in termen van macht en invloedssfeer met angst voor bedreiging aan de grenzen als leidraad in het geopolitieke handelen voort? Rusland heeft tweemaal een Europese invasie het hoofd moeten bieden. Een door Napoleon en een door Hitler. Beide malen werden de invasielegers verslagen door de Russische winter alhoewel de tweede maal op het nippertje. Maar evenzo vele malen viel Rusland buurlanden aan. Dus de redenering dat Rusland door invasies historisch is getraumatiseerd, snijdt geen hout.

Het land beschikt over grote olie- en gasvoorraden en is daarom een gewilde prooi voor de Westerse energiehonger? De Nazi’s slaagden er niet in de olievelden bij Bakoe te bereiken: afstand. Sinds de Suezcrisis van 1956 weten Westerse mogendheden hoe hoog de prijs is van een oorlog om olie- en gas. De Golfoorlog kostte de V.S. duizenden miljarden dollars. Apaiseren van weerspannige regimes is veel effectiever en goedkoper. Rusland is bovendien een kernmacht. Niemand die het in zijn hoofd haalt om daar eens even een vreemdelingenlegioen of huurlingenleger op af te sturen.

De grootste vijand van Rusland is misschien wel zijn onbarmhartige klimaat en enorme uitgestrektheid. De mensvijandigheid van zijn fysische geografie vergroot de zwakheid van zijn sociale geografie. Eeuwenlang is vergeefs geprobeerd Siberië te bevolken door mensen te straffen met verbanning naar wat later in de Sovjet-Unie de Goelag Archipel ging heten. Ontvolking is een eeuwenoud endemisch Russisch probleem. Sergey Brin, de man die van Google een gigagroot bedrijf maakte is een tot Amerikaan genaturaliseerde Rus (met Joodse wortels). Een Rus met uitzonderlijk talent emigreert meestal. Poetin heeft met zijn oorlog, zijn mobilisatie, de laatste horde jong intellectueel talent de grens over gejaagd.

Europa zal tot in lengte van dagen te maken hebben met een verarmend, ontvolkend, vergrijzend en revanchistisch Rusland terwijl het drukdoende is zichzelf politiek vorm te geven in een geopolitieke wereld waarin de grote krachtmeting plaatsheeft tussen China en Amerika met een zijdelingse rol voor Europa.

https://www.euractiv.com/section/politics/opinion/is-the-european-union-truly-like-the-soviet-union/

Read article

117

Over geopolitieke migratiechantage

Europa, European politics, Europese politiek, política europea, politique européenne

november 29, 2022

Ik luister bijna dagelijks naar de BNR-podcast van Boekestijn & De Wijk. Varieert van interessant tot amusant zolang de heren met zijn tweetjes onder leiding van Hugo Reitsma achteroverleunend de situatie in Oekraine beschouwen. In deze aflevering, die wat mij betreft met kop en schouders uitsteekt boven alle afleveringen tot nu toe, een gast: hoogleraar Henk van Houtum, politiek geograaf. Dat levert een interessante gedachtenwisseling op tussen Van Houtum en De Wijk: een confrontatie tussen humanitair moralisme (Van Houtum, https://tinyurl.com/3dzuchb4) en geopolitiek realisme – of misschien zelfs geopolitiek cynisme (De Wijk).

Read article

175

Europa als Idee

Europa, Europäische Politik, European politics, Europese politiek, política europea, politique européenne

november 21, 2022

De politieke partij Volt Europa wil ‘pan-Europees’ zijn. Ik vind dat een opwindend idee in een Europa dat machtspolitiek nog steeds verkaveld is langs nationale grenzen. Pan-Europees betekent ‘Gans Europa omspannend’, ‘alomvattend’. Een (politieke) vereniging die dat pretendeert moet onderdak kunnen bieden aan Europeanen uit alle uithoeken van het continent, dus van diverse levensbeschouwelijke pluimage (‘in pluribus unum’?). Maar het is nu (nog) een vereniging van overwegend mannelijke, jonge, academisch/hoogopgeleide, stedelijke, kosmopolitisch ingestelde progressieven, merendeels uit Nederland/West-Europa, met een programma dat zich richt op gelijkgestemden.

Hoewel zo’n partij in vele lidstaten van de Unie vertegenwoordigd kan zijn, is zij niet pan-Europees zolang zij slechts een klein deel van het politieke spectrum bereikt en een beperkt aantal maatschappelijke geledingen kent. Het is in Volt weinig pluribus en veel unum. Volt lijkt qua thematiek wel enigszins op Renew Europe, een beweging die zich afficheert als middenpartij (VVD-er Azmani Marik is er lid van). Klimaat, gender-gelijkheid, digitale rechten, ze venten het allebei even enthousiast uit.

Wat omvat dat ‘pan-Europees’? Er stemmen nu eenmaal veel mensen in Polen, Hongarije en Italië en zelfs Zweden nationalistisch rechts, conservatief, populistisch en wie ze uitsluitend beziet als dolenden, (’deplorables’- beklagenswaardigen) wappies die worden misleid door volksmenners, in plaats van als mensen die een andere keuze maken vanuit hun andere, evenzeer legitieme, belangen, die bewijst de pan-Europese zaak geen goede dienst.

Tor; Videowand; Symbolbild

Het politieke stollingsproces, dat uiteindelijk toch onvermijdelijk is om te komen tot blok- en machtsvorming en een politiek uitvoerbaar partijprogramma, dreigt bij Volt Europa te vroeg in te treden om nog te kunnen uitgroeien tot een pan-Europese mainstreampartij, een brede Europese beweging. Ideologisch misschien nog onbepaald, maar sociologisch (of zo men wil sociografisch of sociaal-geografisch) des te meer: Te elitair, te weinig volks te weinig divers, niet inclusief maar exclusief. Het masterdocument voor de Provinciale Statenverkiezing in Noord-Holland (Nederland) leest als een lange reprise van het gedachtengoed van de traditionele mainstreampartijen GroenLinks, D66 en de PvdA door elkaar gehusseld. Het blijken inderdaad spijtoptanten uit die partijen te zijn die als nieuwbakken Voltlid hier een duit in het zakje hebben gedaan. Ze ventileren de bekende ambtelijke beleidstaal. Dor politiek jargon. Het Europese perspectief is hier volledig zoek. Men zoekt niet de ideologische ruimte op. De verbeelding, de fantasie is dood.

Wat opvalt is dat populistisch rechts in Europa, dat electoraal in de lift zit, met een schuin oog naar Brexit onverkort vasthoudt aan het lidmaatschap van de Europese Unie en de NAVO. Populisten kennen namelijk hun pappenheimers: Verkoop de burgers geen fratsen die bestaanszekerheid verder op de tocht zetten, zoals Nexit (Forum voor Democra-leider Trierry Baudet is geen populist zoals Geert Wilders (PVV) maar een rechtsextremist, een politieke avonturier.)

Door de bank genomen heeft rechts een betere thermometer voor het temperaturen van de tijdgeest en het publieke sentiment dan links (al komen ze vervolgens niet met werkende oplossingen. Zie de Britse conservatieven). Maar als progressieve beweging kun je rechts op de thema’s Europa en defensie dus al niet meer de pas afsnijden.

Hoe dan wel? Pan-Europees betekent breed: Naast een progressieve ook ruimte voor een conservatieve factie. Het vermogen om dissidentie te accommoderen, om ideologische spanning te absorberen. Ruimte voor pluriformiteit. Van oudsher waren in het Verenigd Koninkrijk Labour, de Conservatives maar in de Verenigde Staten ook de Republicans en de Democrats partijen met interne oppositie, ideologische diversiteit.

Naar analogie van de Indiase Congrespartij en het ANC in hun beginjaren zou Volt Europa een debatpartij of Congrespartij moeten zijn die appelleert aan brede lagen in de Europese samenleving: Zowel stad als platteland, Oost- en West-Europees, Noord- en Zuid-Europees, industrie- en kantoorpersoneel, hoog en laagopgeleid, jong en oud, man en vrouw en genderdivers. Die maatschappelijke tegenstellingen overbrugt.

De Congrespartij en het ANC ontstonden door een dekolonisatiestrijd. Ze waren niet zozeer links, de tegenstander was nu eenmaal rechts, behoudend. Er was ondanks sociaal-maatschappelijke verschillen en interne fricties een overkoepelend gezamenlijk doel, ‘a greater purpose, a common cause’.

Je zag dat ook bij de natievorming in de negentiende eeuw zoals bij de Duitse Zollverein waaruit de moderne Duitse eenheidsstaat ontstond en bij de Italiaanse eenheidsbeweging onder Garibaldi. ‘Deutschland Ueber Alles’ betekende niet ‘Duitse superioriteit’ of ‘overheersing’, maar het betekende dat uit het verenigen van al die elkaar bevechtende landjes, vorstendommetjes, een betere, vreedzame, wereld zou ontstaan; een (Romantisch) ideaal. (We weten nu hoe dit ook fout kan lopen, dus een gewaarschuwd mens telt voor twee.)

Volt Europa zou de versplintering en afkalving van het politieke midden moeten stoppen door te inspireren met een breed aansprekend ideaal, helder en indringend verwoord. De erosie van het politieke midden is te wijten aan stedelijk eco-elitarisme, het modellenfetisjisme in de politiek, het stikstofslot op de totale economie, de verbeeldingloze technocratie. (Volgens sommigen zoals de emeritushoogleraar burgerlijk recht J.Teunissen en Jaap Spier v.m. advocaat-generaal bij de Hoge Raad, is zelfs sprake van ‘dikastocratie’ een verschijnsel waarbij kleine activistische groepen zonder achterban het beginsel ‘algemeen belang’ juridisch hebben gekaapt, opgerekt, en daarmee via de rechter hun gelijk halen: Urgenda, Vollenbroek, e.d.) Dat gaat goed totdat de overheid de daad bij het woord wil voegen. Dan staan er opeens trekkers op het Malieveld.

Een vergelijkbaar schisma tussen elite en burger speelt in variaties in alle EU-lidstaten: Mensen met een leuke baan, een fijn huis en een goed salaris, met een goede gezondheid en een geliefde, versus diegenen die dat allemaal niet hebben. Jongeren die beseffen dat een eigen woning en dus een gezin stichten voor hen onbereikbare idealen zullen blijven. Ouderen in met name de kleine kernen op het platteland die de voorzieningen om zich heen zien verdwijnen. Slechts verenigd in een hele diepe onvrede jegens de bestuurdersklasse.

Er is een politieke cultuur ontstaan van bestuurlijke achteloosheid jegens de midden- en lagere inkomens, kleine ondernemers, boeren. Met name als het gaat om de effecten van beleid zie je ongevoeligheid: Het stikstofkaartje van Van der Wal, de Toeslagenaffaire, de Groningse aardbevingsslachtoffers, de gele hesjes in Parijs en eigenlijk de hele gig-economy die de afgelopen dertig jaar is ontstaan en het precariaat van zzp-ers dat daarbij hoort. Kijk naar de afkomst en beroepsachtergrond van de meeste zittende politici. Kamer- en statenleden. Een van de laatste authentieke praktische beroepsbeoefenaar in de Tweede Kamer was Jan Schaefer (PvdA, 1943-1994) een banketbakker uit de Amsterdamse Pijp. (‘In gelul kunnen mensen niet wonen.’) Hoeveel Lula da Silva’s lopen er in Europa rond in de politieke instituties?

Dezelfde ontkoppeling tussen politiek intellectuele voorhoede en praktisch werkende achterban, de midden- en de arbeidersklasse, voltrekt zich in bijna alle Europese middenpartijen. Het ondergraaft de legitimiteit van de politiek en bedreigt de sociale cohesie binnen de Europese Unie. Dit Europa bungelt tussen Rusland en de Verenigde Staten, twee landen die bezig lijken te zijn zichzelf op te blazen.

De Sovjet-Unie is ten ondergegaan aan zijn eigen contradicties. (Marx veronderstelde dat juist het kapitalisme aan ‘zijn eigen contradicties’ zou bezwijken.) Waarom dat niet in het kapitalistische westen is gebeurd, laat zich verklaren door een sociaal contract tussen regeerders en geregeerden dat bestaanszekerheid en vooruitzichten bood. In 1964 lanceerde de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson (die de vermoorde John F. Kennedy was opgevolgd) in een rede aan de universiteit van Michigan het concept van The Great Society: Elke Amerikaan (elk Amerikaans gezin) zou mogen rekenen op: Werk en een inkomen, betaalbare huisvesting, een gezondheids- en een oudedagsverzekering, toegankelijk onderwijs voor zijn (of haar) kinderen. In Europese landen kwam er een soortgelijk sociaal contract. In Duitsland (en Nederland) noemde we dat Der Soziale Marktwirtschaft, een sociale markteconomie. Het Rijnlandse model.

Dat contract is vanaf eind jaren 1970 geleidelijk in het ongerede geraakt door toenemende marktwerking, het neoliberalisme, de opmars van de monetaristen in het economisch denken. De geliberaliseerde interne markt met zijn ‘gedereguleerde’ bedrijfssectoren en privatisering van (semi-)publieke bedrijven (luchtvaart, telecom, openbaar vervoer, energie en andere publieke diensten) is vooral het boegbeeld van de Europese Unie maar is het niet tijd dat Europa wat meer om het lijf gaat hebben dan een gemeenschappelijke markt? En wat dan?

De Amerikaanse historicus Francis Fukuyama is enige tijd geleden met enkele anderen de website American Purpose gestart, een (academisch) debat in essayvorm over het herstel van de liberale democratie. De V.S. beleven misschien wel hun ernstigste politieke crisis: die van de legitimiteit van de democratie zelf.

Misschien moeten wij beginnen met een European Purpose, een debat, publieke discussie over de vraag: What is Europe’s greater cause? Kunnen we voor Europe een “Great Society” concipiëren? Een belofte, hoop?

Tijdens mijn eerste bezoek aan de Verenigde Staten liep ik een willekeurige boekhandel binnen in de wetenschap dat daar altijd twee dunne boekjes verkrijgbaar zijn: The Declaration of Independence (die overigens is afgeleid van de Nederlandse Acte van Verlatinghe) en The Constitution of the United States of America. Prachtige taal. Raak. Direct. Zonder omhaal. Waarachtig. Meeslepend, inspirerend en kraakhelder.  Taal die je na meer dan tweehonderd jaar nog steeds in het hart treft.

Even aanbevelenswaardig: The Path to Hope/Chemin de l’espérance uit 2011 door Stéphane Hessel en Edgar Morin en Indignez-vous! (Verontwaardig je! Pik het niet) Door Stéphane Hessel . (Hij was een jood, verzetstrijder die concentratiekampen overleefde, daarna voor Frankrijk diplomaat werd.) Manifesten tegen de teloorgang van (Europese) beschaving, fatsoen. Eveneens zeer dunne boekjes.

Tot slot: Ik zou Volt Europa zeker niet ‘zielloos’ noemen. Ik voel een sterke bezieling, passie, verbondenheid. Er is idealisme, maar het is nog een onbestemd idealisme. Zoekend, Tastend. Logisch. Wil Volt een brede pan-Europese volkspartij worden, dan moet zij kunnen steunen op een beginselprogramma dat de basisprincipes van het pan-Europisme formuleert

Ik pleit voor een constituerende tekst die het gedeelde ideaal verwoordt dat een nieuwe Europese beweging schraagt, een manifest in begrijpelijke taal zonder politiek jargon.

Vriendelijke groet,

Erwin

Read article