MENU

Culture
Category

726

Emscherpark

Culture

maart 2, 2021

(Memoires van een oud-reclameman. Fons Bruijs heeft zijn hele werkzame leven gesleten in de reclamewereld als campagnebedenker en copywriter. Hij kwam overal in Europa. Hij had zijn schetsboek en tekenspullen altijd bij zich. Het navolgende stuk is ontleend aan een tafelrede die Fons hield tijdens werkbezoek aan Het Emscherpark waar hij was in opdracht van de Meuse Foundation.)

Door Fons Bruijs

Wij mochten thuis niet van Duitsland houden waardoor wij de ontwikkelingen in dat land niet volgden. We waren, vonden we, meer Francofiel en richtten ons meer op de ontwikkelingen buiten Duitsland. Dat land had straf. Later toen ik wat meer van de Europese geschiedenis begon te begrijpen kreeg ik meer interesse in Duitsland. Wat een energie, wat een beschaving. Wat een historie.

En wat hebben twee wereldoorlogen ons beeld op de cultuur van dat land lelijk vertroebeld. Toen ik langs de industrieterreinen van Emscherpark reed en door de gebouwen liep, voelde ik energie, kracht, saamhorigheid. Maar ook angst. Horden onderworpen kompels. Duizenden arbeiders die vanuit alle windstreken uit dorpen en stadjes kwamen om in de fabrieken te werken. Onderworpen aan en afhankelijk van de willekeur van de kleine groep bazen die het voor het zeggen had.

Er kwam tenminste wat welvaart. Er was eten, er was toekomst. De schoorstenen rookten. Dat was toen nog een bewijs van rijkdom en welvaart. Toen Lodewijk de vijftiende een grote slag verloor van de Engelsen moet hij wanhopig hebben uitgeroepen: “Hoe kan het dat god ons zo heeft kunnen verlaten, terwijl wij zoveel voor god hebben gedaan?” Niet lang daarna startte na de verlichting de industrialisatie. Inderdaad, er was een nieuw geloof ontstaan. Het kapitalisme.

Alles dampte, floot, bonkte en stuwde er lustig op los in die hallen en gebouwen. Schitterend architectonisch vormgegeven met als uitgangspunt functionaliteit. De machines verassend ontworpen. Industriële vormgeving had nog niet zo’n aandacht. Het ging hier louter om de bruikbaarheid. De vorm ontstond vanuit de behoefte maar vooral om de de functie van de ketel, de pers, de kranen. Ik heb ze daar bewonderd in de betoverende wereld van de mechanica.

De tandwielen, steunberen, bruggen, klinknagels, loopbruggen, afsluitkranen, smeltkroezen en handgrepen. Stuk voor stuk een verrukking om naar te kijken. Het is lastig om al die gebouwen en materialen los te zien van de mensen en hun beweegredenen in die tijd. Dat is ook de reden waarom ik zo af en toe enigszins neerslachtig werd van al die lucht van smeer bloed en zweet. Van mensen op weg naar stad, land en geluk. Door hoop voor de gek gehouden liepen ze de dood tegemoet.

Begin jaren 70, voor zover ik heb begrepen, begon de industrie in deze streek, waar honderdduizenden mensen decennialang afhankelijk waren van hun baan in de fabriek, de mijn of de gieterij, langzaam te verdwijnen. Door verdere technologische ontwikkelingen raakte het gebied zijn oorspronkelijke functie kwijt. In nog geen veertig jaar tijd emancipeerde, verzelfstandigde West Falen.

Voor sommigen zal het niet gemakkelijk zijn geweest het industriële juk af te werpen. Universiteiten, scholen, beroepsonderwijs, investeerders verzetten de bakens. Kleinschalige nieuwe industrie, dienstverlening, midden- en kleinbedrijf zorgden voor een nieuwe dynamiek.

Wat ben ik blij met het gepiep piep en tuut tuut van mijn computer. Wat ben ik blij dat ik nooit in die omstandigheden heb hoeven werken en wat heb ik een respect voor de mensen die dat wel hebben gedaan. Mensen aan wie wij een belangrijk deel van onze welvaart te danken hebben. Wat ben ik blij dat ik morgen met mijn eigen Porsche 911 weer naar huis mag.

Fons Bruijs.

Read article

549

Edvard Grieg, pianoconcert, adagio.

Culture

maart 1, 2021

In 1868 componeert Grieg zijn Pianoconcert. Het werk in a klein – waarin de verwijzingen naar Noorse volksmuziek niet van de lucht zijn – wordt een onmiddellijk succes. Zelfs pianovirtuoos en componist Franz Liszt, die Grieg aan het eind van de jaren 1860 in Rome ontmoette, is enthousiast.

In 1883, tijdens een Europese tournee, soleert Grieg in Amsterdam en in enkele andere Nederlandse steden in zijn eigen Pianoconcert. In 1897 treedt hij als dirigent op met het Concertgebouworkest. Zijn eigen muziek wordt door het orkest uitgevoerd onder leiding van Willem Mengelberg.

Als Grieg vervolgens in 1898 gevraagd wordt een concertserie te realiseren voor een visserijfestival in het Noorse Bergen, staat hij erop met het Concertgebouworkest te werken. En zo treedt het Concertgebouworkest in de zomer van 1898 voor het eerst buiten de landsgrenzen op.

(Uit: https://www.preludium.nl/edvard-grieg)

Read article

532

Der neue Heimat (een film van Edgar Reitz)

Culture

maart 1, 2021

Hieronder volgt een filmverslag over Die neue Heimat van Edgar Reitz in 2014 geschreven door Fons Bruijs.

 

Vier uur intens meeleven  met de inwoners van  Schabbach, met hun verlangen naar een beter bestaan.

 

Weg uit de ellende waar de dood regeert op elke straathoek,

de armoede groot is en het leven kansloos lijkt.

Kindersterfte, onverklaarbare ziekte. Men denkt aan Brazilie

waar de zon het hele jaar door onafgebroken schijnt en waar je als nieuwkomer kunt rekenen op kilometers lange kavels vruchtbare grond.

Daar, ver achter Schabbach in het westen, wacht het geluk, de nieuwe wereld.

De nieuwe taal wordt alvast beoefend door de enige leesvaardige jonge inwoner uit het stadje. Hij leest tegen de zin van zijn primitieve ouders  veel boeken. Braziliaans, Mexicaans  en Spaans. Maar ook over oude Indiaanse taal, hun gebruiken en gewoonten. Hij inspireert en weet het hele dorp voor zijn plan te winnen.

Zo ronselt hij alle inwoners uiteindelijk weg uit de ellende naar het nieuwe vaderland.

Overal zien we stervende, kermende mensen in benauwde kamertjes.

Huilende, biddende familieleden, opgepropt in bedompte keukens om het verlies gezamenlijk met godsvrezen te delen.

Het kerkhof is de plek waar nieuw leven wordt gegenereerd.

Onder het licht van de maan gaan de gesteven rokken omhoog, het kanten ondergoed omlaag.

Een jonge vurige dorpssmit baant zich behoedzaam doch trefzeker een weg naar binnen,

Het meisje kijkt hem liefdevol aan.

Hij is welkom.

En dan de grote  diaspora.

Na nog een aantal  begrafenissen van talloze doden, kinderen en bejaarden.

…en dan ..het is voorjaar 1842, trekken karrevrachten vol

emigranten het dorp uit richting Rotterdam om ingescheept te worden voor de grote oversteek naar het westen waar het beloofde land met open armen  op hen wacht.

En dat alles uitgesmeerd over 4 uur.

Fabelachtig fascinerend filmwerk zoals we dat kennen van de grote klassieke filmers!

Zo’n 100 jaar later zal Rotterdam platgegooid worden door de kleinkinderen  van de onschuldige babies die slapend meedijnden op de houten karren, op het ritme van de wielen die over de ongelijke wegen het beeld uit waggelden.

 

 

Read article

531

Een bijzondere Italiaanse ontmoeting

Culture

februari 28, 2021

Door Fons Bruijs

(Memoires van een oud-reclameman. Fons Bruijs heeft zijn hele werkzame leven gesleten in de reclamewereld als campagnebedenker en copywriter. Hij kwam overal in Europa. Hij had zijn schetsboek en tekenspullen altijd bij zich.)

Ergens in de zeventiger jaren werkte ik mee aan een internationale campagne voor een Italiaanse opdrachtgever: Montefibre. Dit bedrijf leverde halffabrikaten die in heel Europa in vele eindproducten werden verwerkt. Mijn vriend (Erwin vraagt, wie?) die destijds eigenaar was van een reclamebureau (Erwin vraagt naam) schreef het campagnethema voor deze belangrijke klant. Die luidde “Montefibre verenigt Europa” Ik was alleen verantwoordelijk voor de vormgeving. De presentatie van de campagne vond plaats in Milaan ten overstaan van de  hoogste baas van de communicatie-afdeling van het bedrijf. Na een comfortabele vlucht en snelle taxirit arriveerden we bij het hoofdkantoor alwaar wij ons lieten begeleiden wij naar de vergaderruimte waar we de presentatie zouden geven. In de vaste veronderstelling dat ons werk in goede aarde zou vallen lieten wij ons de heerlijke Italiaanse koffie die we geserveerd kregen goed smaken. Voldaan zakten we onderuit in afwachting van de grote marketingbaas….
Deze kwam even later goedgehumeurd binnen, de armen gastvrij gespreid met een brede lach: ‘Welkom heren, laten we maar gelijk beginnen!’
Handenvrijvend op z’n ellebogen rustend zei hij: ‘Welnu, the floor is yours!’ Mijn vriend begon met het
voordragen van de rational: ‘Jullie leveren materiaal aan producenten in vrijwel alle landen in Europa. Jullie afnemers
verwerken dat in heel veel Europese producten. Welnu, we hebben dan ook de volgende positionering gecreeerd: “MONTEFIBRE VERENIGT EUROPA”
De vriendelijke glimlach veranderde in een verontwaardigde, geringschattende blik. ‘Heren, we hebben net, zo’n
dertig jaar geleden een oorlog achter de rug door een gek die op zijn manier Europa wilde
verenigen!!! Om maar te zwijgen van Napoleon! Dit is niet waar wij op zitten te wachten. Dit is veel te imperialistisch! Te zwaar, veel te zwaar!”
Hij stond op en liep langzaam achterwaarts richting deur waardoor hij kort tevoren zo monter was binnen gekomen.Het ontbrak er nog aan dat hij ons niet direct een prettig terugvlucht wenste. Wel stelde hij ons voor aan een van zijn medewerkers met wie wij een voortreffelijke lunch deelden. Dat was het hoofdstuk Montefibre.
Toen ik laatst in een file stond moest ik terugdenken aan die trip naar Milaan! De wereld verandert met de dag maar een sterke Europese gedachte gaat jaren mee, verdwijnt en komt weer terug En weer terug, etc.

Read article

Pontje over de Maas tussen Arcen en Lottum (Foto: Karin van Dam)

1187

Grensland

Culture

januari 17, 2021

Fotograaf George Rodger trok in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog met de Geallieerden door Europa op naar Duitsland en legde onder meer de verschrikkingen vast die zij bij de Bevrijding van concentratiekamp Bergen-Belsen aantroffen. Later – zoals hier – trok hij door Afrika en maakte hij reportagewerk over inheemse volken..

Enkele jaren geleden leerde ik via mijn vrouw Frans Kurstjens uit Swalmen bij Venlo kennen, een voormalige humanistisch raadsman bij Defensie en een enthousiast fotograaf. Hij volgde ruim tien jaar geleden een opleiding aan de Fotovakschool maar fotograferen doet hij al veel langer. Hij ging mee op uitzending naar Bosnië en Afghanistan. Zijn ingrijpende ervaringen daar verwerkte hij in het deels autobiografische fotoboek ‘Mijn groene pak’.

Frans Kurstjens, fotograaf.

Hij diept in dat boek het begrip ‘moral injury’ uit dat weergeeft dat er aan de trauma’s die de jongens en meiden tijdens uitzending oplopen ook een morele dimensie zit. De camera was altijd zijn ‘wapen’ waarmee hij contact legde met de manschappen terwijl zij bezig waren met hun dagelijkse bezigheden. Een camera is een stuk techniek en landmachtmensen zijn veel bezig met techniek dus dat schept gemakkelijk een band. Via de lens knoopte Frans gesprekken aan met militairen.

Wij zoeken elkaar met enige regelmaat op. Frans is een Limburger en de streek rond Venlo waar hij vandaan komt is voor mij vol herinneringen. In mijn kinderjaren ging ons gezin er op vakantie, in Schandelo, bij de familie Leupers. Mijn moeder die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij C&A in Amsterdam werkte had Joep Leupers leren kennen via een bevriende collega. Leupers en zijn vrouw Agnes exploiteerden naast hun kleine gemengd agrarische bedrijf een ‘vakantieboerderij’, begin jaren 1960 een noviteit. Oom Joep Leupers betrok zijn gasten enthousiast in de bedrijfsvoering: We hielpen het hooi binnenhalen, verzorgden de kalfjes, voerden de kippen en op de bok van de wagen mochten wij kinderen bij toerbeurt de teugels van de knol Netty vasthouden.

Pontje over de Maas tussen Arcen en Lottum (Foto: Karin van Dam)
Pontje over de Maas tussen Arcen en Lottum (Foto: Karin van Dam)

Maar het bijzondere aan Limburg was voor mij als kind het buitenlandgevoel dat het in me losmaakte. Als Hollands jongetje was ik gebiologeerd door de nabijheid van de grens: Als je aan de Maasoever staat en je tuurt naar het westen dan kijk je België in. Als je je een halve slag omdraait en je staart naar het oosten dan zie je voorbij de Maasduinen en De Hamert de heuvels van Duitsland. Mijn vader noemde het de Costa de Mosa zodat ik daarmee kon pochen bij mijn schoolvriendje die in 1965 al naar de Costa del Sol ging.

We zwommen in de Ravenvennen tussen de libellen en in de Maas, tussen de kribben terwijl de aken langs tuften. Het verste weiland van oom Joep grensde letterlijk pal aan Duitsland. Een keer staken we clandestien de grens over via het oude smokkelpad bij Jachtlust en we kregen direct Polizei op onze hielen en we hadden wat uit te leggen. Wij waren immers Hollanders en geen Limburgers.

Door de nabijheid van de grens leek mij in Limburg de Tweede Wereldoorlog altijd dichterbij dan thuis in Noord-Holland. Er is tijdens de geallieerde opmars in 1944, getuige de vele herdenkingsmonumenten in de dorpen, zwaarder gevochten dan in het westen waar de Duitsers in mei 1945 capituleerden.

Het acht millimeterfilmpje dat mijn oom Arie Grimbergen in 1967 maakte tijdens de vakantie van ons gezin met dat van hem in Schandelo (gemeente Velden, Noord-Limburg.) Voor mij als negenjarige was dat bijna in het buitenland, vlakbij Belgie en vlakbij Duitsland. Grensland dus. (Met dank aan Jeanneke en Matthijs Grimbergen)

Als ex-militair en fotograaf stelt Frans bovengemiddelde belangstelling in het werk van oorlogscorrespondenten als Robert Capa die met de Geallieerden landde in Normandië. Capa was in 1947 een van de oprichters van het bekende fotoagentschap Magnum. Een minder bekende oprichter van Magnum was de Britse fotograaf George Rodgers.   

Frans liet mij laatst wat zien van Rodgers’ werk en legde me uit waarom het hem inspireerde tijdens zijn opleiding aan de Fotovakschool. ‘Ten tijde van mijn fotografenopleiding werkte ik bij Defensie en was ik ook al op uitzending geweest, in Bosnië. Daar voelde ik mij een klein beetje oorlogsfotograaf, niet zoals Rodgers natuurlijk die echt middenin in gevechten zijn werk deed. Eerste uitzending was ook overgang van analoog naar digitaal: bij Amerikanen kocht ik mijn eerste digitale camera.’

Frans is aan de Fotovakschool afgestudeerd in 2008 met een project dat hij Crossroads heeft genoemd. Hij legde kruispunten vast op mooie plekken in Limburg. Het zijn plekken die worden gemarkeerd met allerlei ’straatmeubilair’ zoals hij het noemt: een wegwijzer, een bankje maar ook heel vaak een klein herdenkingskapelletje of een kruisbeeld.  Het zijn opnames die bestaan uit meerdere digitaal aan elkaar gemonteerde beelden die niet alleen een kruispunt laten zien maar ook waar de wegen die ernaartoe leiden vandaan komen. En in Limburg is dat bijna altijd de grens.

‘Als Limburger bestaat de grens eigenlijk niet voor mij’, zegt Frans. ‘Nou ja zo’n stenen paal en dan sta je met het ene been in Duitsland. Wij liepen door het bos, te pas en te onpas de grens over en dat zag je pas als je in een Duits dorp uitkwam waar ze dezelfde taal, dialect, spreken en verstaan als in Limburg. Voor mij bestaan eigenlijk geen grenzen. Ben ik daarom meer Europeaan? Als je op het smalste stuk van Limburg bent, en je gaat te voet dan kun je ontbijten in België, lunchen in Limburg en dineren in Duitsland, met gemak. Met ons dialect praten we even gemakkelijk in België en Limburg als in Duitsland. Heel veel Limburgers en Belgen en Duitsers zijn ook rijk geworden met smokkelen, door die onzinnige grens.’

Over George Rodgers zegt Frans: ‘Interessant aan hem is dat, omdat hij analoog fotografeerde, er een grote tijdspanne zat tussen het maken van de foto’s en het ontwikkelen, afdrukken en bekijken. Toen hij zijn afdrukken bekeek, zag Rodgers pas wat voor verschrikkingen hij had vastgelegd, vaak op een compositorisch afgewogen esthetische manier. Hij schrok zo van wat hij had vastgelegd zonder het echt te zien, dat hij besloot nooit meer oorlogen te fotograferen.

Fragment van de film die George Rodger in 1949 maakte van de Nuba (Rare footage of Nuba bracelet fighting and Latuka Rainmakers filmed in 16mm by George Rodger while on assignment in Kordofan, Southern Sudan in 1949. Includes original soundtrack.) Bron: http://www.georgerodgerphotographs.com/biography

Het werk van Frans Kurstjens staat onder meer op: http://franskurstjens.nl

De biliografische en bestelinformatie over ‘Mijn groene pak’ vind je op: https://lecturis.nl/product/mijn-groene-pak/

gggggggmmmmmm

Read article

874

De woeste luchten van Constable in Teylers, Haarlem

Culture

september 27, 2020

Landschapsschilder John Constable te zien in het Teylers museum, Haarlem

De baai van Weymouth, John Constable, 1816

De baai van Weymouth, John Constable, 1816

De Britse kunstenaar John Constable (1776-1837) is een van de beste landschapschilders aller tijden. Van 19 september t/m 31 januari presenteert Teylers Museum een overzichtstentoonstelling van deze meester uit de romantiek. De tentoonstelling is niet groot, maar geeft een duidelijk beeld van het meesterschap van Constable. Vanuit Canada, Londen en Oxford zijn de mooiste tekeningen, aquarellen en schilderijen naar het museum gehaald.

Het is pas de eerste overzichtstentoonstelling van John Constable in Nederland, terwijl hij toch zijn inspiratie haalde uit de werken van Hollandse meesters als Ruijsdael, Rembrandt en Rubens. Hij bezat bijvoorbeeld negen etsen van Rembrandt. Een deel van de tentoonstelling is daarom gewijd aan de invloed van de oude meesters op zijn werk.

Onderwerp van zijn werk was het landschap van zijn jeugd aan de Engelse oostkust bij Harwich. Hij schilderde veel buiten, want hij was gefascineerd door de kleuren en vormen van wolken, regenbogen, en weersveranderingen. Hij hield nauwkeurig bij onder welke weers- en lichtomstandigheden hij geschilderd had. Hij schetste exact wat hij zag, toch is ook de emotie herkenbaar. “Painting is but another word for feeling,” schreef hij aan een vriend.

Constable schilderde in zijn eigen stijl. Tijdgenoten konden zijn werk niet erg waarderen. Hij was al in de vijftig toen de Royal Academy hem eindelijk als lid toeliet. Maar na zijn dood werd hij de inspiratiebron van onder meer de Franse impressionisten en nu wordt hij gezien als een van de vaders van de moderne schilderkunst.

wolkenfotowedstrijd

Teylers museum nodigt iedereen uit om zich te laten inspireren door Constable, en mee te doen aan de door het museum georganiseerde fotowedstrijd. Landschapsfotograaf Saskia Boelsums heeft drie op Constable geïnspireerde werken gemaakt, die ook te zien in het museum. Op haar website saskiaboelens.nl legt zij uit wat zij verstaat onder ‘je door iemand laten inspireren’:

“ Je door iemand laten inspireren betekent voor mij dat je goed kijkt naar de manier van werken van een schilder en dan de aspecten die je aanspreken, toepast in je eigen werk”. Haar spreekt vooral de kracht, de beweging en dynamiek in de schetsen van Constable aan. Daar zoekt zij ook naar in haar eigen werk.

Fotografeer je graag en zou je het leuk vinden als een foto van jou in het museum komt te hangen, maak dan een foto van een wolkenlucht. Ga voor de volledige instructies naar

 

https://www.teylersmuseum.nl/nl/bezoek-het-museum/wat-is-er-te-zien-en-te-doen/wolkenfotowedstrijd

De winnaars krijgen een masterclass van Saskia Boelsums.

Saskia Boelsums, Landscape #151

Saskia Boelsums, Landscape #151

 

 

 

 

Read article

824

The Final Count Down (Europe – 1986) still going strong

Culture

september 8, 2020

Door Aphasia83 - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=69971811

Europe in 2016. Door Aphasia83 – Eigen werk, https://commons.wikimedia.org

Europe the band in Stockholm 2016 – Europe (band) – Wikipedia

Bestaat nog steeds, Europe, de Zweedse hardrockband die in 1986 zijn reputatie vestigde met het nummer The Final Countdown: De mensheid verlaat aarde per raket en verkast naar Venus. Het liedje stond maandenlang nummer een in de ‘charts’, de hitlijsten.

Hier het liedje:

Ik kende dat liedje wel, maar die band…..geen fokking idee wie dat eigenlijk zijn. Dus ik ben er even een beetje ingedoken. Lijken me sympathieke gasten. Ze steunen Artsen Zonder Grenzen. Het toeren ligt voorlopig even op zijn gat. Op Twitter hebben ze 17K volgers en de laatste tweet is van begin mei, dus het zindert niet heel erg meer. Hieronder een klein retropectief:

Het titelnummer van Europe’s derde album werd in 2016 30 jaar oud, maar The Final Countdown‘s eenvoudige keyboard riff dateert uit de studententijd van Joakim Larsson in Stockholm – mogelijk nog voordat hij de naam Joey Tempest had aangenomen.

“Ik zat toen nog op de universiteit. En er was een man die ik kende die Mic Michaeli heette en die in een band zat die Avalon heette,” herinnert de zanger zich. “Ik liep op een dag naar hem toe en vroeg of ik zijn keyboard mocht lenen. Mic moet gedacht hebben dat ik een complete idioot was, maar hij zei ja.”

Veel later zou Michaeli het overnemen van Tempest als Europe’s full-time keyboardspeler.

Het was tijdens het dollen met de geleende Korg PolySix-synthesizer dat Tempest stuitte op een vegend geluid dat het lange intro van het nummer werd. Het titelloze stukje bleef een tijdje op de plank liggen. “Ik wist dat het iets had, maar ik kon er geen liedje omheen schrijven,” zegt Tempest nu. En toen kwam er een geluksbrenger langs. Het Europese managementkantoor stond recht tegenover een nachtclub waar de band vaak naartoe ging.

“Onze manager stelde voor om daar mijn stuk van één minuut te laten spelen, vergezeld van hun lasershow – gewoon voor de lol,” zegt Tempest. “In de bar begonnen John Levén [bassist] en ik te praten over hoe we verder konden gaan.”

Geïnspireerd door zijn voorliefde voor UFO’s, zette Tempest zijn galopperende beat in een drummachine. “Daarna kwam het allemaal vrij snel samen,” zegt hij. “De stem blijft overal in één monotone lijn, met de akkoorden eronder. Pas later in mijn leven realiseerde ik me dat veel klassieke componisten zo werken. Het is hypnotiserend en behoorlijk cool.”
Maar ondanks zijn pogingen de andere de bandleden te overtuigen, bleek het nummer – nog steeds een omslachtige zes en een halve minuut lang – minder pakkend dan die op de eerste twee albums van Europe. “We waren een gitaarband… het was iets heel ongewoons voor ons,” legt Tempest uit.

Uiteindelijk besloot Europe dat het tijd was om, in de woorden van Tempest, “onze koppen boven de schutting te steken en iets anders te doen”.

Bron/lees verder op: https://www.loudersound.com/features/the-stories-behind-the-songs-the-final-countdown-by-europe

 

site: https://www.europetheband.com/

Read article

655

Vrouwelijke schrijvers in de Spaanse Gouden Eeuw

Culture

september 7, 2020

 

Portret van de non Sor Juana Inés de la Cruz (1648-1695) door Miguel Cabrera  (1695–1768) gemaakt rond 1750, olie op linnen (Museo Nacional de Historia (MNH)

Portret van de non Sor Juana Inés de la Cruz (1648-1695) door Miguel Cabrera (1695–1768) gemaakt rond 1750, olie op linnen (Museo Nacional de Historia (MNH)

 

In het Instituto Cervantes van Madrid is een tentoonstelling te zien over het leven en werk van ongeveer 30 vrouwelijke auteurs, toneelschrijvers en drukkers die in de vergetelheid waren geraakt..
De titel is ‘ Wijs en moedig: Vrouwen en Schrijven in de Gouden Eeuw van Spanje” De tentoonstelling gaat over vrouwen uit de tijd dat Miguel de Cervantes zijn baanbrekende werk Don Quichot publiceerde: begin zeventiende eeuw. Hoewel deze zogenaamde “Gouden Eeuw” voornamelijk wordt geassocieerd met mannen als Cervantes, Lope de Vega en Francisco de Quevedo, schreven honderden vrouwen in die periode niet alleen, maar publiceerden ze ook.
De meeste vrouwen in het 17de-eeuwse Spanje waren analfabeet en waren veroordeeld tot huishoudelijke taken. Maar een kleine groep heeft zijn eigen weg gebaand, vaak door in het klooster te gaan. In kloosters was relatieve intellectuele vrijheid mogelijk.

“Tan sabia como Valorosa” verkent het leven van deze vrouwen aan de hand van meer dan 40 documenten, waaronder poëzie, dagboeken, toneelstukken, romans en reisverslagen. De tentoonstelling, die in maart werd geopend, maar drie maanden moest sluiten vanwege de Covid-19-pandemie, werd op 18 juni heropend en is te zien tot 5 september. Een deel van het materiaal is ook online beschikbaar.

Volgens de directeur van het instituut, Luis García Montero, nodigt deze tentoonstelling uit om na te denken over vrouwen, geeft het ons geheugen terug en kunnen we recht doen aan de geschiedenis.

 

https://tinyurl.com/y6crwbbd

 

 

Read article

664

Het beweegt! (Cinema Europa 1896-1902)

Culture

september 1, 2020

Eye en het British Film Institute (BFI) presenteren een compilatie van gerestaureerde opnamen uit de collectie van de Mutoscope and Biograph Company, een van de eerste filmbedrijven. Laat je meevoeren naar het Venetië, Berlijn en Amsterdam van ruim honderdtwintig jaar geleden en voel de opwinding van de eerste filmbeelden!

Met steun van de Europese Commissie zijn vijftig films uit de Mutoscope and Biograph-collecties van Eye en de BFI digitaal gerestaureerd (8K). Deze één-minuten-tijdcapsules – gedraaid op 68mm-nitraat – zijn vermaard vanwege de unieke resolutie; de opnamen uit de begintijd van de cinema behoren tot de scherpste en rijkst gedetailleerde beelden uit de filmgeschiedenis.

Een compilatiefilm brengt de kijker terug naar het leven rond 1900, toen steden als Berlijn, Amsterdam en Londen een sterke groei doormaakten; ook de opnamen van een betoverend Venetië – toen vooral toeristenbestemming voor de happy few – zijn van een indrukwekkende schoonheid.

Mutoscope and Biograph Company maakte als een van de eerste filmbedrijven opnamen van belangrijke gebeurtenissen en evenementen, die de hele wereld overgingen. In de collecties van de BFI en Eye is een deel van de films bewaard gebleven; met tweehonderd filmpjes beheert Eye zelfs de grootste Mutoscope and Biograph Company-collectie ter wereld.

The Brilliant Biograph: Earliest Moving Images of Europe (1897-1902). Te zien in Eye op 31 aug. en 1, 2, 4, 5 en 7 sept. Meer info: eyefilm.nl

https://tinyurl.com/y284uw4x

Read article

406

Spaghetti Bolognese volgens Pavarotti

Culture

juli 14, 2020

Vanaf links: journalist Vincenzo Mollica, Luciano Pavarotti, Lucio Dalla en Zucchero bij de eerste editie (1992).

Vanaf links: journalist Vincenzo Mollica, Luciano Pavarotti, Lucio Dalla en Zucchero bij de eerste editie (1992).

Door: Gerrit-Jan Hofsté

In 2003 reisde ik met Marc Klein Essink af naar Italië, om precies te zijn naar Modena. Voor zijn tv-programma gingen we opnames maken rondom de jubileum editie van Pavarotti & Friends. En dat lijstje ‘friends’ loog er niet om kan ik u zeggen.
De catering van dienst was op haar taak voorbereid en had alle wensen van de sterren nauwkeurig gedocumenteerd. Maar waar deze wensen doorgaans vooral als check dienen om te zien of de ontvangende evenementenlocatie zijn zaakjes goed voor elkaar heeft, waren de sterren hier zélf te gast en toonden zich aanzienlijk bescheidener.
Eric Clapton kwam weliswaar niet bij ons aan tafel zitten, want we kenden elkaar nog maar net maar Brian May knikte ons van gepaste afstand vriendelijk toe. Een oudere heer in jeugdige knalroze polo maakte een grapje over het spektakel – waar wij inmiddels dus zelf ook deel van uitmaakten – en schoof gezellig aan. ‘In Engeland weten ze niet hoe je een fatsoenlijke spaghetti Bolognese hoort te maken’, zei hij, wijzend naar de borden die werden uitgeserveerd. ‘Please to meet you, my name is Ian’. Dit was volgens hem Ragù alla Bolognese zoals je die écht hoort te eten.
Daar zaten we dan, in een prachtige tuin omgeven door cipressen met de behaaglijke warmte van een inmiddels ondergaande avondzon op onze huid. Het geroezemoes van het wachtende publiek buiten in combinatie met de soundcheck van Andrea Bocelli op de achtergrond in de geur van zomers Italië, maakten van mij een gelukkig mens.
We moesten weer aan het werk. Bij de volgende soundcheck mochten we óp het podium filmen en we liepen mee met Ian. Hij ging ons voor en kende duidelijk de weg backstage. De camera snorde en we liepen het podium op waar de gitaarintro van ‘Smoke on the Water’ klonk. De man in de roze polo pakte de microfoon en zette de zang in.

Read article