MENU

Author

232

Wanderlust Europa – naar Corsica

Zonder categorie

mei 26, 2021

Wandelend over een van de vele langeafstandspaden die Europa rijk is, ervaar je intens het eigen karakter van landschap. Voor mij is het altijd een bron van vreugde om het landschap in me op te nemen en te ervaren hoe dat karakter, langzaam of  ineens, verandert, en ik in een andere omgeving terechtkom. Mijn geluk is compleet als  ik dan ook nog een onverwachtse ontmoeting heb met mens of dier.

Snel gaat het niet natuurlijk, maar als je wandelt, gaat het niet om de afstand die je aflegt, maar om wat je ziet en meemaakt. De grondlegger van het Sloveense wandelpad de ‘Transverzala’  zegt dan ook:

Loop langzaam vriend, dan maak je veel en veel meer mee.

Dit citaat komt uit  ‘ Wanderlust – Europa’  van uitgever Gestalten, in Nederland uitgegeven door Kosmos uitgevers, waarin  een aantal Europese langeafstandspaden worden uitgelicht. Het boek houdt het midden tussen een fotoboek voor de salontafel en een reisgids. Een inspirerend boek, dat doet verlangen naar reizen en avontuur.

In de 5 hoofdstukken: Noord-, Oost- , Zuid-, West- en Centraal-Europa, worden tussen de 4 en 7 wandelpaden uitgebreid besproken.  Verder worden nog 21 wandelingen in 1 kolom  aangeprezen in de ‘bonussecties’.

De schrijver wordt niet genoemd op de omslag, misschien omdat het boek een project was de van de uitgever? Achterin vind ik dat de tekst is geschreven door Alex Roddie, een bergwandelaar en klimmer uit Engeland, en vertaald in het Nederlands door Paul Janse. Ik noem ze toch even als erkenning voor hun werk. Wie al die prachtige foto’s heeft of hebben gemaakt, wordt niet vermeld helaas.

Corsica
Om alvast wat voorpret te hebben, en om te zien of het boek ook praktisch nut heeft, plan ik een reis naar Corsica. Daar wil ik altijd nog eens heen.
Ik ben een echte Nederlandse wandelaar, geen bergbeklimmer dus. De ‘blanke top der duinen’ is zo ongeveer de enige top die ik met regelmaat beklim.  De schrijver is wel een ervaren klimmer, dus als hij zegt dat het een pittige wandeling is, geloof ik hem onmiddellijk.

Informatie uit ‘ Wanderlust’
De Grande Randonnée GR20 van Noord naar Zuid Corsica is 180 km lang, in 12 tot 16 dagen te belopen en volgens Roddie ‘zeer pittig’ . Maar ook een van de mooiste trekkings ter wereld: woest, prachtig, in een mediterraan klimaat. In het zuiden, bij Vizzavona, loopt de route door bos en is wat vlakker. Langs de GR20 zijn berghutten, die van juni tot september bemand zijn. In de meeste berghutten kun je water krijgen. Het is een warme route, dus drink genoeg en zorg voor je watervoorraad. Voor overnachten in de berghutten is in de zomer is reserveren noodzakelijk (een link ontbreekt, die vind je onderaan deze tekst). De belangrijkste informatie is dat je langs een groot deel van de GR20 geen mobiel bereik hebt. De route is goed gemarkeerd, maar neem een kaart mee als voorzorg, en neem een reisverzekering met bergredding.

Mijn Corsicaanse plannen
De informatie maakt mij wel duidelijk dat ik niet de hele route ga lopen. Er is een ‘gemakkelijke’ daghike over een goed gemarkeerd zijpad naar de Monte Stello in Noord-Corsica. Dat zou een mooi alternatief zijn voor mij als ik toch iets van de ruige bergen wil ervaren. Verder ga ik uitzoeken of ik vanaf Vizzavona een stuk zou kunnen lopen. Voor degenen die wel graag de hele route willen en kunnen lopen zet ik hieronder nog wat handige links.

Mijn Indruk van het boek:
Een prachtig boek ter inspiratie, en daarmee een goed startpunt voor je eigen wandelplannen. Voor de concrete uitwerking van je plannen heb je wel meer gedetailleerde informatie nodig.

Handige links
Algemene toeristische informatie over Corsica: www.allesovercorsica.com
Praktische info over de GR 20 in het Frans en het Engels: www.le-gr20.fr
Reserveren van berghutten: https://pnr-resa.corsica

Read article

104

Fietsen langs de Loire – recept voor eendenborst: magret de canard

Zonder categorie

mei 13, 2021

Open uri20131011 28145 kdgw83
De app van de fietstocht

Eind juli 2017 fietsten vriendin Elly en ik in Frankrijk: van Angers naar Orleans, langs de Loire. We hadden goede herinneringen aan onze fietsvakantie langs de Oostenrijkse Donau, dus we hadden veel zin in ons weekje langs de Loire.

Saumur in de regen

De eerste avond kwamen we druipend en uitgeput aan in ons hotel: het had de hele dag geregend, en langs de Loire krijg je te maken met best wat hoogteverschil, daarop hadden we niet gerekend. Gelukkig hadden we fietsen gehuurd bij een fietsverhuurder[1] die filialen had in ieder stadje dat wij aandeden, dus toen er alweer regen voorspeld werd, hebben we de fiets ingeleverd, lekker de bus gepakt naar Chteau de Villandry en naar het hotel van die avond, en hebben we de dag daarop weer een fiets opgehaald in het volgende stadje.

Een van de laatste dagen overnachtten we in een ‘chambre d’ hôte’ in een kasteeltje in Muides-sur-Loire[1], vlakbij het Château de Chambord. Dat was een geweldige ervaring. De kamers waren enorm groot, ingericht met stijlvol ‘koninklijk’ antiek, en vanaf het terras hadden we een prachtig uitzicht over de Loire. Het weer was inmiddels ook aardig opgeknapt. ’s Avonds hebben wij op advies van de gastheer heerlijk gegeten in ‘Auberge du Bon Terroir’[2] waar klassiek Frans wordt gekookt. Ik at er magret de canard, dat mocht wel na al dat fietsen.
Zo werd de vakantie toch nog onvergetelijk, en zou ik best nog een keer langs de Loire willen fietsen. Maar dan wel graag op een elektrische fiets.


[1] www.chateaudecolliers.com

[2] Auberge-bon-terroir.fr

[1] www.detoursdelaloire.com

Het recept dat nu volgt komt uit de “Larousse Gastronomique” . Ik heb de hoeveelheid botersaus wel aangepast. Het is nu nog ruim voldoende voor 4 personen.

Magret de Canard (4 personen)

De echte ‘magret de canard’ is de borstfilet van de mannelijke eend. De filets hebben een vetlaag en het vlees is iets steviger dan van het vrouwtje.

4 (of 2 grote) eendenborstfilets,

2 sjalotten, gesnipperd

150 ml rode wijn + 4 eetlepels – neem een goede wijn, je proeft het verschil in de saus

60 ml room

175 gr roomboter

Kerf een ruitpatroon in de vetlaag van de filets en bestrooi ze met peper en zout.

Maak dan de botersaus:

Verwarm de gesnipperde sjalotten met de rode wijn in een sauspan en laat de wijn inkoken op hoog vuur totdat de wijn is geabsorbeerd. Voeg de room toe en kook weer in totdat de saus zo dik als siroop is. Haal de pan van de warmtebron, roer twee of drie klonten boter door de saus en laat de saus weer even warm worden. Ga zo door tot alle boter is toegevoegd. De Larousse houdt de saus warm au-bain-mairie, ik zet mijn elektrische pit op 1 en roer af en toe.

Bak de filets in een pan met een dikke bodem, met de vetlaag naar beneden. Er hoeft nog geen boter bij, want het vet smelt en de filet krijgt zo een krokant korstje. Zet het vuur niet te hoog, zo kan het vet langzaam uitbakken. Na 8 minuten moet deze kant goudbruin zijn en krokant. Keer de filets en bak de andere kant. Nu zul je wel een klontje boter moeten toevoegen. De totale baktijd is ongeveer een kwartier. De binnenkant moet rose blijven, zo’n 55 graden.
Haal de filets uit de pan en bedek ze met aluminiumfolie. Schuim het vet in de pan af en voeg 4 lepels rode wijn toe. Laat iets inkoken en voeg een eetlepel van de eerder gemaakte botersaus toe.  Snijd de filets in plakjes en schik ze op borden. Giet dan de wijnjus over de filets en geef de rest van de botersaus er apart bij.

Serveren met haricots verts en/of gebakken champignons, en ik heb daar dan het liefst gewoon gekookte aardappels van goede kwaliteit bij. Dan kan je tenminste een extra schepje botersaus nemen.

De Loire bij Muides-sur-Loire

Read article

253

Hongarije 1983 – palacsinta als dessert

Zonder categorie

maart 26, 2021

In 1983 bestond het ‘ijzeren gordijn’ nog, maar er was al wel wat toerisme richting de Oostbloklanden.

Een medestudente vertelde over haar vakantie in Hongarije bij het Balatonmeer: er waren campings aan het water, het was er warm en zonnig in de zomer en alles was heel goedkoop. Meer hoefde ik niet te weten, ik wilde in de zomer naar Hongarije.  Mijn vriend en ik  gooiden onze kampeerspullen in de oude Fiat 127, waarin we in Nederland regelmatig werden aangehouden door de politie, en reden de 1400 km naar Hongarije. Van de reis herinner ik me niet veel meer, maar de grens met Hongarije des te beter. We hebben er een halve dag gestaan. Als je pech had, liet de douane je de hele auto uitpakken. Daar rekenden we al op, gezien onze ervaringen met de Nederlandse politie, maar nee, we mochten gewoon doorrijden.

De grens bij Sopron

Onderweg naar het Balatonmeer keken we wat verbaasd naar het landschap. We zagen zo weinig kleuren, hoe kon dat? Tot we ons realiseerden dat we de Westerse reclameborden misten. Geen schreeuwende teksten en felle kleuren, alleen stoffige wegen en een wat verdord landschap met hier en daar een dorpje.

We namen de eerste de beste camping die we tegenkwamen aan het Balatonmeer, want het was al laat. In het donker zetten we de tent op. De volgende morgen zagen we dat de camping heel vol was, en we geen enkele schaduw hadden. We hadden Oost-Duitse buren van onze leeftijd die ons onmiddellijk uitnodigden voor het avondeten, dus we bleven toch. Het was een diner van blikjes groenten en blikjes vlees, want de Oost-Duitsers mochten maar heel weinig vakantiegeld meenemen. Om zo lang mogelijk te kunnen blijven, hadden ze een hele lading blikken meegenomen. Vers eten was in de communistische landen ook schaarser dan in het Westen. Bij het Balatonmeer waren de supermarkten regelmatig leeg, maar je kon wel altijd gebakken vis en pannenkoekjes kopen bij de stalletjes langs het meer, en er waren ook wat restaurants voor de toeristen.

Camping bij Alsóörs

Het lukte ons een keer om vlees te kopen in de supermarkt. We namen meteen maar flink veel, voor een barbecue met onze buren. De rest van de camping keek verbaasd naar ons gedoe met houtskool, en een Tsjechische buurman was zo aardig om een gasbrandertje te brengen…Tja, leg dan maar eens uit waarom we ons vlees persé op houtskool wilden bakken. We hebben doorgezet, en hadden een hele gezellige avond met onze buren, met veel vlees en – heel bijzonder voor onze buren – cola, want dat was echt Westers. We praatten vooral over de verschillen tussen West en Oost. In Nederland waren we arme studenten,  maar vergeleken met onze buren hadden we veel geld, veel spullen (een eigen auto en een barbecue!) en vooral veel vrijheid.

Parlementsgebouw in Boedapest

Nu het recept voor Palacsinta, Hongaarse pannenkoeken gevuld met kwark, uit een kookboekje uit 1977 dat  ik na de vakantie kocht. De hoeveelheden zijn genoeg voor 4 personen. Je kunt het eten het als dessert, maar het is veel en machtig. Volgens de uitleg in het kookboek is dat ook de bedoeling. Hongaren aten in die tijd vaak een eenvoudig gerecht als hoofdmaaltijd, bijvoorbeeld dikke soep, goulash of een gebonden groentegerecht en vervolgens een voedzaam zoet meel- of rijstgerecht.

Voor de pannenkoeken: 2 eieren, 2 theelepels suiker, 250 gr. bloem, 400 ml melk, snuf zout, boter of olie om te bakken. Maak een glad beslag door de 2 eieren los te kloppen met de suiker en het zout en dan de bloem en melk er door te roeren. Ik begin altijd met ongeveer de helft van de melk, waardoor ik een dik beslag krijg waar ik makkelijk de klontjes uit kan roeren, en voeg dan de rest van de melk bij.

Voor de kwarkvulling:
350 gr magere kwark, 100 gr suiker, 1 groot ei, 1 eetlepel griesmeel, 50 gr. rozijnen, geraspte citroenschil van ongeveer de helft van een citroen.

Splits het ei en roer de suiker door de eierdooier. Klop het eiwit stijf. Vermeng alles behalve het  stijfgeklopte eiwit, en roer dan het eiwit erdoor.

Bak de pannenkoeken zo dun mogelijk en laat ze lichtbruin kleuren. Besmeer ze dun met de kwarkvulling en rol ze op. Leg ze vervolgens kruiselings in een ovenschaal en bak de pannenkoeken een kwartier op ongeveer 180 graden. Uit de oven heb ik er nog wat poedersuiker over gestrooid, maar dat stond niet in het recept.

Read article