MENU

Author

Nieuwe Europeanen

People

december 30, 2020

Vandaag de dag rijden er vele bedrijfsauto’s in Nederland rond met een buitenlands kenteken. Vooral busjes: uit Midden- en Oost-Europese landen: Polen, Hongarije, Roemenië, Bulgarije. Wie zitten daar in en wat brengt ze hier?

Als ik voor een stoplicht sta en er stopt zo’n Oost-Europese nummerbord naast mij, dan draai ik niet zomaar even mijn portierraampje open om te vragen: Hee, wat kom je hier doen? Meestal staat op zo’n wagen wel wat ze hier komen doen: werken in de bouw. Maar mijn nieuwsgierig strekt verder en toen ik via een vriend tegen een Bulgaarse aannemer aanliep voor een verbouwingsklus, zag ik mijn kans schoon. En Guray Saidov bleek een open en spraakzaam iemand.

Dit is zijn verhaal: Guray (45) komt uit het dorp Aytos, in de omgeving van Burgas, een stad aan de Zwarte Zee. Hij is geboren in 1974. Zijn vader werkte aanvankelijk in de lokale petrochemische industrie maar later, het grootste gedeelte van zijn werkzame leven bij een staatscoöperatie in levensmiddelen. ‘Het enige dat je in Bulgarije voor 1990 mocht bezitten was een eigen huis.’ Een particulier bedrijf beginnen was uitgesloten. Nadat de communisten in 1945 onder de hoede van de Sovjetunie aan de macht kwamen werd alle privébezit onteigend.

Guray behoort tot de grote Turkse minderheid in Bulgarije en deze etnische Turken kregen vanaf medio jaren vijftig te maken met een Bulgariseringscampagne. Turken moesten hun taal opgeven. Het ging op een zeker moment zelfs zover dat Guray zijn Turkse voornaam moest veranderen en hij heette een tijdje Berislav/Velizar (?). Dat was in 1986. In 1989 bereikte de achterstelling van Turken een hoogtepunt en kwam een exodus op gang. Zo’n tweehonderdduizend Turken vluchtten naar Turkije maar ook daar ondervonden zij discriminatie, maar nu als ‘Bulgaarse Turken’.

Toen het communistische regime in 1990 ophield te bestaan met het einde van de Sovjetunie, ging de familie Saidov terug naar hun geboortedorp Aytos in Bulgarije. In het nieuwe Bulgarije werd de identiteit van de etnisch Turkse bevolkingsgroep erkend. Maar daarmee was de oude staatsbureaucratie en de daarbij horende ‘nomenklatoera’ nog niet verdwenen. Die blijkt zeer hardnekkig en dat deed – en doet – vele jonge Bulgaren besluiten hun geluk te beproeven in West-Europa. Zonder de juiste politieke connecties is het heel moeilijk om in Bulgarije zelf iets te ondernemen. Je komt dan niet gemakkelijk aan de benodigde papieren.

Maar eerst moest Guray in 1992 zijn militaire dienstplicht vervullen die ruim twee jaar zou duren. Hij bemachtigde een opleidingsplek bij een bouwbrigade (ongeveer 300 man) en kwam terecht bij een allroundploeg van twaalf man waardoor hij alle facetten van het bouwvak onder de knie kreeg.

https://youtu.be/Q1fcPuNI8h4

Guray en zijn mannen aan het werk in ons huis.

Hij behaalde vier diploma’s en ging aan de slag in de bouw. In 1999 werd hij benaderd door een familielid dat in België woonde. Hij trok de stoute schoenen aan en vertrok met achterlating van zijn vrouw Semra en hun kleine zoontje Semo. De begintijd was heel moeilijk. Al het werk dat je kunt bemachtigen met beide handen aanpakken. Als er werk was, had je eten. Er waren dagen dat er geen geld voor eten meer was. Hij is in Brussel een keer letterlijk met zijn laatste twee Duitse marken een bakkerswinkel uitgestuurd omdat in België met Franken moest worden betaald. ‘Ga maar omwisselen in Franken’, kreeg hij te horen.

Bij diezelfde bakkerswinkel kregen Guray en zijn kompaan Halil de eerste klus waarmee zij zich konden bewijzen: het stuc- en tegelwerk vervangen in de bakkerij. Ze deden dat binnen een etmaal en de opdrachtgever, de eigenaar van het winkelpand, wilde eerst niet geloven dat zij dat met zijn tweeën voor elkaar hadden gekregen: Hier moest minstens een hele ploeg mensen aan het werk zijn geweest. Deze prestatie ging als een lopend vuurtje door de Turks-Bulgaarse diaspora. Vanaf dat moment kwam het geluk meer hun kant op. De baas die Guray toen vond wilde hem zelfs een voorschot geven van 1000 Mark. De klus die hij ging doen was in Haarlem in een pand aan de Parklaan.

Hoewel iedereen zijn eigen broek moest kunnen ophouden, lieten de Bulgaars-Turkse gastbouwvakkers elkaar in den vreemde nooit in de steek. Elkaar wat gunnen, dat is de rode draad in Guray’s loopbaan. Die generositeit ervoer hij ook bij Haarlemmer Ton Guliker. Hij had een eigen bouwbedrijf en woonde aan de Parklaan in Haarlem, pal naast het pand waar Guray op dat moment aan het werk was. Hij ging korte tijd later voor de oudere Ton, nu een zeventiger, werken en hun relatie werd er een van vader en zoon. Toen Ton het na jaren rustiger aan wilde gaan doen, deed hij zijn bedrijf aan Guray over en deze zette het voort onder de naam GTH Support: GTH voor Guray, Ton en Halil.

Op de vraag of hij zich Europeaan voelt, antwoordt hij: ‘’Ik woon nu 21 jaar in Nederland. Mijn kinderen zijn hier opgegroeid. Ik voel mij hier helemaal thuis maar natuurlijk blijft Bulgarije het thuis waar ik vandaan kom: mijn ouders wonen daar. Ik heb mijn oudste zoon Semo, met wie ik nu elke dag samen werk, van zijn vierde tot zijn achttiende niet zien opgroeien, behalve tijdens vakanties, en daar heb ik wel spijt van. Ik zou die tijd willen terugdraaien maar dat gaat mij met al het geld van de wereld niet lukken.’’

Stoppen dan en lekker in Bulgarije gaan rentenieren? Financieel zou dat kunnen, zegt Guray, ‘’Maar ik heb hier vierhonderd klanten en ik beschouw mijn klanten ook als vrienden. Die laat je niet zomaar in de steek.’’ Zolang hij het werken leuk vindt gaat hij door.

Read article

Pontje over de Maas tussen Arcen en Lottum (Foto: Karin van Dam)

351

Grensland

Culture

december 22, 2020

Fotograaf George Rodger trok in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog met de Geallieerden door Europa op naar Duitsland en legde onder meer de verschrikkingen vast die zij bij de Bevrijding van concentratiekamp Bergen-Belsen aantroffen. Later – zoals hier – trok hij door Afrika en maakte hij reportagewerk over inheemse volken..

Enkele jaren geleden leerde ik via mijn vrouw Frans Kurstjens uit Swalmen bij Venlo kennen, een voormalige humanistisch raadsman bij Defensie en een enthousiast fotograaf. Hij volgde ruim tien jaar geleden een opleiding aan de Fotovakschool maar fotograferen doet hij al veel langer. Hij ging mee op uitzending naar Bosnië en Afghanistan. Zijn ingrijpende ervaringen daar verwerkte hij in het deels autobiografische fotoboek ‘Mijn groene pak’.

Frans Kurstjens, fotograaf.

Hij diept in dat boek het begrip ‘moral injury’ uit dat weergeeft dat er aan de trauma’s die de jongens en meiden tijdens uitzending oplopen ook een morele dimensie zit. De camera was altijd zijn ‘wapen’ waarmee hij contact legde met de manschappen terwijl zij bezig waren met hun dagelijkse bezigheden. Een camera is een stuk techniek en landmachtmensen zijn veel bezig met techniek dus dat schept gemakkelijk een band. Via de lens knoopte Frans gesprekken aan met militairen.

Wij zoeken elkaar met enige regelmaat op. Frans is een Limburger en de streek rond Venlo waar hij vandaan komt is voor mij vol herinneringen. In mijn kinderjaren ging ons gezin er op vakantie, in Schandelo, bij de familie Leupers. Mijn moeder die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij C&A in Amsterdam werkte had Joep Leupers leren kennen via een bevriende collega. Leupers en zijn vrouw Agnes exploiteerden naast hun kleine gemengd agrarische bedrijf een ‘vakantieboerderij’, begin jaren 1960 een noviteit. Oom Joep Leupers betrok zijn gasten enthousiast in de bedrijfsvoering: We hielpen het hooi binnenhalen, verzorgden de kalfjes, voerden de kippen en op de bok van de wagen mochten wij kinderen bij toerbeurt de teugels van de knol Netty vasthouden.

Pontje over de Maas tussen Arcen en Lottum (Foto: Karin van Dam)
Pontje over de Maas tussen Arcen en Lottum (Foto: Karin van Dam)

Maar het bijzondere aan Limburg was voor mij als kind het buitenlandgevoel dat het in me losmaakte. Als Hollands jongetje was ik gebiologeerd door de nabijheid van de grens: Als je aan de Maasoever staat en je tuurt naar het westen dan kijk je België in. Als je je een halve slag omdraait en je staart naar het oosten dan zie je voorbij de Maasduinen en De Hamert de heuvels van Duitsland. Mijn vader noemde het de Costa de Mosa zodat ik daarmee kon pochen bij mijn schoolvriendje die in 1965 al naar de Costa del Sol ging.

We zwommen in de Ravenvennen tussen de libellen en in de Maas, tussen de kribben terwijl de aken langs tuften. Het verste weiland van oom Joep grensde letterlijk pal aan Duitsland. Een keer staken we clandestien de grens over via het oude smokkelpad bij Jachtlust en we kregen direct Polizei op onze hielen en we hadden wat uit te leggen. Wij waren immers Hollanders en geen Limburgers.

Door de nabijheid van de grens leek mij in Limburg de Tweede Wereldoorlog altijd dichterbij dan thuis in Noord-Holland. Er is tijdens de geallieerde opmars in 1944, getuige de vele herdenkingsmonumenten in de dorpen, zwaarder gevochten dan in het westen waar de Duitsers in mei 1945 capituleerden.

Het acht millimeterfilmpje dat mijn oom Arie Grimbergen in 1967 maakte tijdens de vakantie van ons gezin met dat van hem in Schandelo (gemeente Velden, Noord-Limburg.) Voor mij als negenjarige was dat bijna in het buitenland, vlakbij Belgie en vlakbij Duitsland. Grensland dus. (Met dank aan Jeanneke en Matthijs Grimbergen)

Als ex-militair en fotograaf stelt Frans bovengemiddelde belangstelling in het werk van oorlogscorrespondenten als Robert Capa die met de Geallieerden landde in Normandië. Capa was in 1947 een van de oprichters van het bekende fotoagentschap Magnum. Een minder bekende oprichter van Magnum was de Britse fotograaf George Rodgers.   

Frans liet mij laatst wat zien van Rodgers’ werk en legde me uit waarom het hem inspireerde tijdens zijn opleiding aan de Fotovakschool. ‘Ten tijde van mijn fotografenopleiding werkte ik bij Defensie en was ik ook al op uitzending geweest, in Bosnië. Daar voelde ik mij een klein beetje oorlogsfotograaf, niet zoals Rodgers natuurlijk die echt middenin in gevechten zijn werk deed. Eerste uitzending was ook overgang van analoog naar digitaal: bij Amerikanen kocht ik mijn eerste digitale camera.’

Frans is aan de Fotovakschool afgestudeerd in 2008 met een project dat hij Crossroads heeft genoemd. Hij legde kruispunten vast op mooie plekken in Limburg. Het zijn plekken die worden gemarkeerd met allerlei ’straatmeubilair’ zoals hij het noemt: een wegwijzer, een bankje maar ook heel vaak een klein herdenkingskapelletje of een kruisbeeld.  Het zijn opnames die bestaan uit meerdere digitaal aan elkaar gemonteerde beelden die niet alleen een kruispunt laten zien maar ook waar de wegen die ernaartoe leiden vandaan komen. En in Limburg is dat bijna altijd de grens.

‘Als Limburger bestaat de grens eigenlijk niet voor mij’, zegt Frans. ‘Nou ja zo’n stenen paal en dan sta je met het ene been in Duitsland. Wij liepen door het bos, te pas en te onpas de grens over en dat zag je pas als je in een Duits dorp uitkwam waar ze dezelfde taal, dialect, spreken en verstaan als in Limburg. Voor mij bestaan eigenlijk geen grenzen. Ben ik daarom meer Europeaan? Als je op het smalste stuk van Limburg bent, en je gaat te voet dan kun je ontbijten in België, lunchen in Limburg en dineren in Duitsland, met gemak. Met ons dialect praten we even gemakkelijk in België en Limburg als in Duitsland. Heel veel Limburgers en Belgen en Duitsers zijn ook rijk geworden met smokkelen, door die onzinnige grens.’

Over George Rodgers zegt Frans: ‘Interessant aan hem is dat, omdat hij analoog fotografeerde, er een grote tijdspanne zat tussen het maken van de foto’s en het ontwikkelen, afdrukken en bekijken. Toen hij zijn afdrukken bekeek, zag Rodgers pas wat voor verschrikkingen hij had vastgelegd, vaak op een compositorisch afgewogen esthetische manier. Hij schrok zo van wat hij had vastgelegd zonder het echt te zien, dat hij besloot nooit meer oorlogen te fotograferen.

Fragment van de film die George Rodger in 1949 maakte van de Nuba (Rare footage of Nuba bracelet fighting and Latuka Rainmakers filmed in 16mm by George Rodger while on assignment in Kordofan, Southern Sudan in 1949. Includes original soundtrack.) Bron: http://www.georgerodgerphotographs.com/biography

Het werk van Frans Kurstjens staat onder meer op: http://franskurstjens.nl

De biliografische en bestelinformatie over ‘Mijn groene pak’ vind je op: https://lecturis.nl/product/mijn-groene-pak/

Read article

198

En dan nu: De Renault Dauphine

Travel

oktober 5, 2020

 

Wij hier bij The Soul of Europe kunnen er ook niets aan doen: Wij zijn heren op leeftijd die graag zwelgen in hun eigen jeugdherinneringen en aanverwante nostalgie. Dus onvermijdelijk zijn de autootjes van toen. Fons (Bruijs) heeft de hier getoonde contraptie ooit verschalkt op een of andere ruilbeurs. (We willen best wat meer onderwerpen die jongeren en vrouwen – en jonge vrouwen – aanspreken dus: Kom maar op!)

Wat zien we in deze wat Fons noemt ‘seculiere kerststal’? In plaats van Jozef en Marie zien we Jan en Mien op vakantie, in plaats van een ezel een Dauphine, in plaats van een kindeke in een kribbe een picknickmand. Ze zijn ook niet op weg naar Bethlehem maar ze komen uit Aix-en-Provence en gaan over de N7 naar Saint-Maximin-Sainte-Baume. Die weg heeft tegenwoordig als wegnummer D7N maar heet nog steeds Route de la Côte d’Azur.

Wie een exemplaar in het echt wil aanschouwen kan terecht bij bar-restaurant Dauphine in Amsterdam, in het kantoor van Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio naast het Amstel Station. Dat gebouw was voorheen namelijk de grote Renault Garage.

https://nl-be.mappy.com/#/38/M2/TItinerary/IFRAix-en-Provence%2013080-13540%20Provence-Alpes-C%C3%B4te%20d’Azur%20(Frankrijk)|TOSaint-Maximin-la-Sainte-Baume%2083470%20Provence-Alpes-C%C3%B4te%20d’Azur%20(Frankrijk)|MOvoiture|PRcar/N0,0,5.66735,43.4877/Z11/

 

Screen Shot 2020-10-05 at 13.08.43

 

Read article

141

182

De woeste luchten van Constable in Teylers, Haarlem

Culture

september 27, 2020

Landschapsschilder John Constable te zien in het Teylers museum, Haarlem

De baai van Weymouth, John Constable, 1816

De baai van Weymouth, John Constable, 1816

De Britse kunstenaar John Constable (1776-1837) is een van de beste landschapschilders aller tijden. Van 19 september t/m 31 januari presenteert Teylers Museum een overzichtstentoonstelling  van deze meester uit de romantiek. De tentoonstelling is niet groot, maar geeft een duidelijk beeld van het meesterschap van Constable. Vanuit Canada, Londen en Oxford zijn de mooiste tekeningen, aquarellen en schilderijen naar het museum gehaald.

Het is pas de eerste overzichtstentoonstelling van John Constable in Nederland, terwijl hij toch zijn inspiratie haalde uit de werken van Hollandse meesters als Ruijsdael, Rembrandt en Rubens. Hij bezat bijvoorbeeld negen etsen van Rembrandt. Een deel van de tentoonstelling is daarom  gewijd aan de invloed van de oude meesters op zijn werk.

Onderwerp van zijn werk was het landschap van zijn jeugd aan de Engelse oostkust bij Harwich. Hij schilderde veel buiten, want hij was gefascineerd door de kleuren en vormen van wolken, regenbogen, en weersveranderingen. Hij hield nauwkeurig bij onder welke weers- en lichtomstandigheden hij geschilderd had. Hij schetste exact wat hij zag, toch is ook de emotie herkenbaar. “Painting is but another word for feeling,” schreef hij aan een vriend.

Constable schilderde in zijn eigen stijl. Tijdgenoten konden zijn werk niet erg waarderen. Hij was al in de vijftig toen de Royal Academy hem eindelijk als lid toeliet. Maar na zijn dood werd hij de inspiratiebron van onder meer de Franse impressionisten en nu wordt hij gezien als een van de vaders van de moderne schilderkunst.

wolkenfotowedstrijd

Teylers museum nodigt iedereen uit om zich te laten inspireren door Constable, en mee te doen aan de door het museum georganiseerde fotowedstrijd. Landschapsfotograaf Saskia Boelsums heeft drie op Constable geïnspireerde  werken gemaakt, die ook te zien in het museum. Op haar  website saskiaboelens.nl legt zij uit wat zij verstaat onder ‘je door iemand laten inspireren’:

“ Je door iemand laten inspireren betekent voor mij dat je goed kijkt naar de manier van werken van een schilder en dan de aspecten die je aanspreken, toepast in je eigen werk”. Haar spreekt vooral de kracht, de beweging en dynamiek in de schetsen van Constable aan. Daar zoekt zij ook naar in haar eigen werk.

Fotografeer je graag en zou je het leuk vinden als een foto van jou in het museum komt te hangen, maak dan een foto van een wolkenlucht. Ga voor de volledige instructies naar

 

https://www.teylersmuseum.nl/nl/bezoek-het-museum/wat-is-er-te-zien-en-te-doen/wolkenfotowedstrijd

De winnaars krijgen een masterclass van Saskia Boelsums.

Saskia Boelsums, Landscape #151

Saskia Boelsums, Landscape #151

 

 

 

 

Read article

157

Onvergetelijke vakanties met de Citroên ‘Ami’

Travel

september 18, 2020

Harrie van Wees, een van de initiatiefnemers van deze site, kwam tijdens zijn vakantie in Frankrijk de fervente Ami-liefhebbers Willem Nieuwland en Ina  Doornbos tegen op een camping. Het stuk hieronder schreven zij voor het tijdschrift l’Ami dat is gewijd aan de Citroen Ami. Hieronder publiceren wij hun verhaal. Met dank aan Willem en Ina!

De Citroen Ami (Foto: Ami Vereniging Nederland - AVN).

De Citroen Ami (Foto: Ami Vereniging Nederland – AVN).

”Er zijn altijd wel vakanties die je heel lang of zelfs voor altijd bijblijven. Dit jaar was er weer zo eentje. In het rijtje ‘Amerika voor de eerste keer’, ‘Ierland’, ‘Frankrijk met Ami en drie jongens op de achterbank’, ‘Cuba’, ‘Amerika voor de tweede keer maar dan met onze kinderen’ komt er nu weer eentje bij: ‘Ami’s en France’. Wat hebben we een fijne reis gehad!

Ook wij konden ons dit jaar, voor het eerst, aansluiten bij de traditionele AVN-tour. Een perfect georganiseerde tour zoals je in  de vorige l’Ami hebt kunnen lezen. Wij konden na enig pas- en meet-werk onze vakantie zo plannen dat we daarna nog twee weken door konden in La Douce France. En dat is zeer goed verlopen. De kinderen die tijdens de eerste vakantie met Ami 6 in Frankrijk nog net op de achterbank pasten, gingen voor het eerst allemaal niet meer mee. Sterker nog: ze passen al jaren niet meer samen op de achterbank en zelfs de enorme Renault lease-bak is maar net groot genoeg als Pa of Ma maar achterin gaat zitten.

Ina bij de Ami (Foto: Willem)

Ina bij de Ami (Foto: Willem)

Aldus werd de trouwe Ami 6 geladen en omdat de achterbank toch echt wel mee moest – zonder ziet er niet uit op zo’n mooi evenement, was de gedachte – werd ook het net gerestaureerde ‘pareltje’ meegenomen. “Dat zal wel afzien worden helling op”, zei een zeer goede vriend met ervaring. Dus enigszins gespannen vertrokken wij voor het avontuur van de eerste week. Samen met Mat en Toos Hendriks reden we via de snelwegen in België naar de eerste camping.

 

398a4c5ac358dd131537b40f236032dc

De Citroên ‘Ami’, promotiefoto. (Foto: Citroên)

Het is echt fijn dat je bij een tour van de Ami-vereniging gewoon lekker je gang kan gaan. Niet iedereen verwachtte dit maar wij vonden het heerlijk. De campings waren prima en het evenement heel bijzonder. Daar sta je dan opeens met meer dan 4000 andere Citroëns op de heilige grond. Ondanks alle drukte kwamen we ook nog eens veel bekenden tegen. Ex-collega’s, AVN-ers en een Canadese Citroën-freak die tot dan alleen via internet bevriend was, we kwamen ze allemaal tegen.

IMG_4542klein

Meest memorabel was een ontmoeting met dé Citroën-specialist van Helmond, onze woonplaats, Cor ‘Citroen’ Scheepers. Diverse van onze auto’s waren bij hem in onderhoud maar vanwege pensionering was het contact verwaterd. Hij bleek samen met zijn vrouw met een Rosalie (!) hele-maal naar La Ferté-Vidame te zijn gereden met enkele andere Patan-leden. We troffen elkaar op één van de toegangswegen toen zijn clubje de weg blokkeerde. Bizar om je stadsgenoot op een klein weggetje voor je uit een prachtige Citroën te zien stappen! En dat was nog niet alles. Bij terugkomst op de camping stond er opeens een oranje Méhari met NL kenteken in het rijtje Ami’s. “Het zal toch niet”, dacht ik maar ja hoor, oud-collega Hans Huyer (13 jaar niet gezien maar wel via social media in contact gebleven) bleek met zijn Michèle heel toevallig ook bij ons op de camping te staan. Hoe bedenk je het? En dan heb ik het nog niet over de man die op de camping kwam vragen of er ook een Willem bij de groep was. Dat bleek een oud-stagiair te zijn. Onvoorstelbaar!

IMG_4115klein copyHet evenement zelf was fantastisch. Ook de tweede dag zijn we sa-men weer gaan genieten van al het moois. En passant werden we door een journalist van Klassiek & Techniek geïnterviewd. Hij kwam op ons af met de vraag: “Zijn jullie hier met deze Ami en zou ik wat vragen mogen stellen?” Erg leuk om dan na de vakantie jezelf met auto en bijzonder campingtafeltje in het blad aan te treffen. Na het niet meer verwachte ritje over de testbaan van Citroën zat het er voor ons op. We trokken verder Frankrijk in nadat we nog even met z’n allen hadden nagenoten van een perfect georganiseerde tour.

Vanwege de hitte trokken we niet, zoals gepland, richting het zuiden via de Loire maar zijn we eerst vlakbij Bayeux in Normandië neergestreken. Een goede keuze, zo bleek, want de heetste dag konden we aan zee met iets meer dan 30 graden goed doorkomen. Twee van onze drie jongens kwamen ‘even’ langs op de camping voor een paar dagen. Hoewel zij met eerder genoemde grote lease-bak met airco kwamen, zijn we toch twee dagen met z’n vieren met de Ami op pad geweest. Hilarische taferelen als de enthousiaste Fransen ons voorbij zagen komen. Na die paar dagen moesten we beslissen of we de hitte in wilden of toch verder langs de Normandische en Bretonse kust. Vanwege goede ervaringen in het voorgaande jaar trokken we diep Bretagne in en genoten van heerlijk weer en een fantastisch landschap.

car-citroen-ami-10-super-01

De Citroên ‘Ami’, model super break 1973 (Foto via Ami Vereniging Nederland).

 

Via drie stops werd de terugreis gepland. Eerst terug richting de Loire, Angers om meer precies te zijn. Een rustig campinkje aan een zijrivier had prima plaats en bood alle rust die we wilden. Na het bezoeken van een onbekend maar prachtig kasteel (de hele Loire vallei staat er vol mee) trokken we verder of beter gezegd, terug. Weer een camping aan de Loire, eenvoudig en met hele ruimte plaatsen, maar nu meer oostelijk. Overal waar we kwamen, hadden we veel aanspraak. Diverse Fransozen van onze leeftijd waren erg nieuwsgierig en kwamen voor een praatje langs. Erg leuk en goed voor de beheersing van de Franse taal, dat ook.

IMG_4532kleinOok landgenoten hadden die neiging en op deze camping kwamen we in contact met iemand uit Zeeland. Tijdens het gesprek ging het over alle avonturen met ons favoriete merk en zo vertelde ik dat ik eens een 24-uurs rit gereden had ter ere van de 50-ste verjaardag van de Ami 6. “Oh”, zei hij, “waren de bolussen lekker?” “Euh, ja”, zei ik, “maar hoe weet jij dat?” “Die heb je gehad bij een hele goeie vriend van mij, André ID in Nieuw- en Sint Joosland!” Wat een toeval! Een dag later kregen we via hem de hartelijke groeten van de man die ons na een lange nacht rijden in de Ami trakteerde op de meest heerlijke Zeeuwse bolussen die ik ooit gehad heb…

Screen Shot 2020-09-18 at 13.22.32In twee etappes reden we terug naar Helmond. 3525 kilometer, 2 liter olie (vooral in de heuvels was het verbruik aardig hoog) en een gemiddeld verbruik van 1 op 16,8 was de score van onze Ami 6 inclusief 2600 km met aanhanger. Op de enkele 4-baans snelwegen die we reden, konden we de meeste vrachtwagens ook op de hellingen voorblijven dus het extra gewicht van de aanhanger was geen probleem. En op het olie bijvullen na hoefde de motorkap niet open. Eigenlijk niet te geloven voor een 50-jarige! Kortom, Ina en ik hebben intens genoten. De combinatie van AVN, 100 jaar  Citroën, bezoek van onze kinderen en rondreis door Frankrijk was helemaal goed. We kunnen er toch zeker weer een jaar tegenaan en op naar de volgende Ami-vakantie!”

(Willem Nieuwland en Ina Doornbos)

Willem Nieuwland en Ina Doornbos.

Willem Nieuwland en Ina Doornbos.

https://www.amivereniging.nl/over-de-ami/  (Meer informatie over de Ami Vereniging Nederland)

http://www.citroenorigins.fr/fr/vehicule/ami-6

Read article

215

Zweden bedenken nieuw zeilschip

Design

september 16, 2020

(Uit Maakindustrie.nl) Oceanbird is een gigantisch vrachtschip dat maximaal 7.000 auto’s kan vervoeren met een gemiddelde snelheid van 10 knopen. Dat is niet zo snel als een conventioneel vrachtschip maar is toch al aardige prestatie. Voor de voortstuwing zorgen vier kolossale 80-meter hoge uitschuifbare vleugelzeilen. De uitstoot van de Oceanbird ligt daarmee maar liefst 90 procent lager dan die van conventionele vrachtschepen .

Vleugelzeilen

De vleugelzeilen, opgebouwd uit metaal en composietmaterialen, kunnen worden ingetrokken tot ongeveer 20 m. Op die manier kan ook onder stormachtige omstandigheden gewoon worden doorgevaren of onder bruggen door worden gegaan. Naast de zeilen blijft de Oceanbird voor een deel van het vermogen toch afhankelijk van motoren al was het alleen maar om goed de haven in de manoeuvreren of om het schip in geval van nood bestuurbaar te houden.

De Oceanbird is een samenwerkingsproject tussen de scheepsbouwer Wallenius Marine, het Zweedse onderzoeksinstituut SSPA en het Koninklijk Instituut voor Technologie in Stockholm. Het zeilschip heeft een lengte van ongeveer 200 m en een breedte van 40 m. Naast vrachtschepen leent dezelfde technologie zich ook voor andere grote schepen, zoals cruiseschepen. Het is vooralsnog onwaarschijnlijk dat het containerschepen zal gaan vervangen. Deze hebben nu eenmaal het gehele dekoppervlak nodig om containers te kunnen stapelen.

Dat zeilvaart de nodige voordelen biedt, bewijzen de cijfers: de commerciële scheepvaart draagt ongeveer 2,5 procent bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot en is verantwoordelijk voor 18-30 procent van de stikstofoxiden die vrijkomen in de atmosfeer. Door de goedkope, vuile brandstof veroorzaakt de commerciële scheepvaart bovendien 9 procent van de zwaveloxiden dankzij goedkope, vuile brandstof. Zien wat het zeilen betekent? Onderstaande video geeft een aardige indruk. (Uit: Maakindustrie.nl)

 

 


Read article

121

Liefde van Europeanen gaat door de maag

Lifestyle

september 11, 2020

salade_Karin

 

 

Liefde van Europeanen gaat door de maag – door Karin van Dam

  • gerechten met een snufje nostalgie

In heel Europa gaat liefde door de maag. In Engeland schijnt het, net als in Nederland, vooral bij mannen zo te werken: (the way to a man’s heart is through its stomach), Duitsers en Italianen maken geen onderscheid: “liebe geht durch den Magen” en “L’amore passa per lo stomaco”.

Als ik terugdenk aan mijn vakanties, herinner ik me de mooie plekken, maar eigenlijk vooral de etentjes, de gezamenlijke maaltijden, en onbekende  gerechten die heerlijk bleken te zijn. In Frankrijk dronk ik voor het eerst espresso, in Tsjechië roosterden we ‘spekworst’  aan een stok op het kampvuur.

In Bulgarije at ik bijna iedere dag ‘ Shopska salade’  Bulgarije – shopska salade

Bulgaarse moestuin,. (Foto Karin van Dam)

Bulgaarse moestuin,. (Foto Karin van Dam)

De wandelvakantie in Bulgarije viel aanvankelijk wel wat tegen. 25 km lopen per dag vond ik in Nederland geen probleem, maar nu liep ik in een bergachtige streek. Prachtig, maar voor klimmen en weer afdalen had ik toch te weinig conditie. Gelukkig zijn Bulgaren enorm gastvrij. Als we langs een huis kwamen waar mensen in hun moestuin bezig waren, werden we uitgenodigd voor koffie, werd een watermeloen voor ons aangesneden, of kregen we versgebakken broodjes. Zo kwam onze groep meestal flink later dan gepland aan in ons hotel of op ons gastadres. De nationale salade van Bulgarije, shopska, stond bijna dagelijks op het menu. Hij is eigenlijk heel simpel, maar de groenten en fruitsoorten in Bulgarije uit de moestuin, ‘lokaal geproduceerd’  dus, smaken zoveel beter dan onze supermarktproducten! Ik hoop deze zomer shopska te kunnen maken met mijn eigen moestuin-tomaten en –komkommer.

Wandeltocht door Bulgarije. (Foto: Karin van Dam)

Wandeltocht door Bulgarije. (Foto: Karin van Dam)

 

Shopska Salata komt oorspronkelijk uit de region Shopluk in Bulgarije, maar wordt gegeten in de hele Balkan. De salade wordt in iedere familie weer anders gemaakt, maar de basis ingrediënten zijn tomaten, komkommer, paprika, ui, rode wijnazijn en een soort feta-kaas, die sirene heet. Voor de vinaigrette wordt meestal zonnebloemolie gebruikt.

Ingrediënten

  • 4 sappige, rijpe tomaten
  • 1 komkommer (schillen mag maar hoeft niet)
  • 2 groene paprika’s
  • 1  witte ui of een bosje bosui
  • 2 theelepels gehakte peterselie
  • 4 eetlepels zonnebloemolie
  • 2 eetlepels rode wijnazijn
  • Zout naar smaak
  • Vers gemalen zwarte peper
  • 100 gram verkruimelde Bulgaarse kaas, of feta

Werkwijze

  1. Snij de tomaten, komkommer, paprika,in blokjes en snipper de ui.
  2. Mix ze in een grote schaal met de gehakte peterselie.
  3. Doe olie en azijn, peperen zout in een potje met schroefdop en schud tot alles goed gemengd is.
  4. Giet de vinaigrette over de salade en zet deze minimaal 20 minuten in de koelkast.
  5. Strooi de verkruimelde kaas erover in een flinke laag en serveer.

 

 

 

Read article

298

The Final Count Down (Europe – 1986) still going strong

Culture

september 8, 2020

Door Aphasia83 - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=69971811

Europe in 2016. Door Aphasia83 – Eigen werk, https://commons.wikimedia.org

Europe the band in Stockholm 2016 – Europe (band) – Wikipedia

Bestaat nog steeds, Europe, de Zweedse hardrockband die in 1986 zijn reputatie vestigde met het nummer The Final Countdown: De mensheid verlaat aarde per raket en verkast naar Venus. Het liedje stond maandenlang nummer een in de ‘charts’, de hitlijsten.

Hier het liedje:

Ik kende dat liedje wel, maar die band…..geen fokking idee wie dat eigenlijk zijn. Dus ik ben er even een beetje ingedoken. Lijken me sympathieke gasten. Ze steunen Artsen Zonder Grenzen. Het toeren ligt voorlopig even op zijn gat. Op Twitter hebben ze 17K volgers en de laatste tweet is van begin mei, dus het zindert niet heel erg meer. Hieronder een klein retropectief:

Het titelnummer van Europe’s derde album werd in 2016 30 jaar oud, maar The Final Countdown’s eenvoudige keyboard riff dateert uit de studententijd van Joakim Larsson in Stockholm – mogelijk nog voordat hij de naam Joey Tempest had aangenomen.

“Ik zat toen nog op de universiteit. En er was een man die ik kende die Mic Michaeli heette en die in een band zat die Avalon heette,” herinnert de zanger zich. “Ik liep op een dag naar hem toe en vroeg of ik zijn keyboard mocht lenen. Mic moet gedacht hebben dat ik een complete idioot was, maar hij zei ja.”

Veel later zou Michaeli het overnemen van Tempest als Europe’s full-time keyboardspeler.

Het was tijdens het dollen met de geleende Korg PolySix-synthesizer dat Tempest stuitte op een vegend geluid dat het lange intro van het nummer werd. Het titelloze stukje bleef een tijdje op de plank liggen. “Ik wist dat het iets had, maar ik kon er geen liedje omheen schrijven,” zegt Tempest nu. En toen kwam er een geluksbrenger langs. Het Europese managementkantoor stond recht tegenover een nachtclub waar de band vaak naartoe ging.

“Onze manager stelde voor om daar mijn stuk van één minuut te laten spelen, vergezeld van hun lasershow – gewoon voor de lol,” zegt Tempest. “In de bar begonnen John Levén [bassist] en ik te praten over hoe we verder konden gaan.”

Geïnspireerd door zijn voorliefde voor UFO’s, zette Tempest zijn galopperende beat in een drummachine. “Daarna kwam het allemaal vrij snel samen,” zegt hij. “De stem blijft overal in één monotone lijn, met de akkoorden eronder. Pas later in mijn leven realiseerde ik me dat veel klassieke componisten zo werken. Het is hypnotiserend en behoorlijk cool.”
Maar ondanks zijn pogingen de andere de bandleden te overtuigen, bleek het nummer – nog steeds een omslachtige zes en een halve minuut lang – minder pakkend dan die op de eerste twee albums van Europe. “We waren een gitaarband… het was iets heel ongewoons voor ons,” legt Tempest uit.

Uiteindelijk besloot Europe dat het tijd was om, in de woorden van Tempest, “onze koppen boven de schutting te steken en iets anders te doen”.

Bron/lees verder op:  https://www.loudersound.com/features/the-stories-behind-the-songs-the-final-countdown-by-europe

 

site: https://www.europetheband.com/

Read article

146

Vrouwelijke schrijvers in de Spaanse Gouden Eeuw

Culture

september 7, 2020

 

Portret van de non Sor Juana Inés de la Cruz (1648-1695) door Miguel Cabrera  (1695–1768) gemaakt rond 1750, olie op linnen (Museo Nacional de Historia (MNH)

Portret van de non Sor Juana Inés de la Cruz (1648-1695) door Miguel Cabrera (1695–1768) gemaakt rond 1750, olie op linnen (Museo Nacional de Historia (MNH)

 

In het Instituto Cervantes van Madrid is een tentoonstelling te zien over het leven en werk van ongeveer 30 vrouwelijke auteurs, toneelschrijvers en drukkers die in de vergetelheid waren geraakt..
De titel is ‘ Wijs en moedig: Vrouwen en Schrijven in de Gouden Eeuw van Spanje” De tentoonstelling gaat over vrouwen uit de tijd dat Miguel de Cervantes zijn baanbrekende werk Don Quichot publiceerde: begin zeventiende eeuw. Hoewel deze zogenaamde “Gouden Eeuw” voornamelijk wordt geassocieerd met mannen als Cervantes, Lope de Vega en Francisco de Quevedo, schreven honderden vrouwen in die periode niet alleen, maar publiceerden ze ook.
De meeste vrouwen in het 17de-eeuwse Spanje waren analfabeet en waren veroordeeld tot huishoudelijke taken. Maar een kleine groep heeft zijn eigen weg gebaand, vaak door in het klooster te gaan. In kloosters was relatieve intellectuele vrijheid mogelijk.

“Tan sabia como Valorosa” verkent het leven van deze vrouwen aan de hand van meer dan 40 documenten, waaronder poëzie, dagboeken, toneelstukken, romans en reisverslagen. De tentoonstelling, die in maart werd geopend, maar drie maanden moest sluiten vanwege de Covid-19-pandemie, werd op 18 juni heropend en is te zien tot 5 september. Een deel van het materiaal is ook online beschikbaar.

Volgens de directeur van het instituut, Luis García Montero, nodigt deze tentoonstelling uit om na te denken over vrouwen, geeft het ons geheugen terug en kunnen we recht doen aan de geschiedenis.

 

https://tinyurl.com/y6crwbbd

 

 

Read article