MENU

Author

101

Duizend bommen en castraten!

Zonder categorie

maart 25, 2021

(Uit: Doorbraak.be) ‘Duizend bommen en granaten’ is in de Kuifje-stripalbums de favoriete uitspraak van kapitein Haddock. Veel lawaai, maar een kindvriendelijke en geen godslasterlijke uiting. Een vorm van zelfcensuur, zeg maar.

In zijn boek Duizend bommen en castraten verwijst stripkenner Jan Smet* fijnzinnig naar die eerste vorm van censuur. Want ja, helaas, censuur is van alle tijden en van alle plaatsen. ‘Presidenten, pastoors, politici, politiemannen en puriteinen: allemaal blijken ze wel eens lange tenen te hebben, en proberen ze dingen te verbieden’, lezen we in de flaptekst van het boek. Het is dan boeiend om zien waar de fijngevoeligheden precies liggen. Wat mag er niet gezegd worden?

Preventief

Censuur

Veel aangehaalde censuur is zelfcensuur of preventieve censuur door de uitgever van de betreffende stripverhalen, schrijft onze striprecensent Lode Goukens. ‘Uitgeverijen zijn commerciële bedrijven en dus speelde zelfcensuur al lang voor de term “politieke correctheid” bekend raakte. Ook de doelgroep van vaak minderjarigen speelde en speelt uiteraard een rol.’

De boeiendste delen in het boek gaan volgens Goukens vooral over de beruchte Franse censuur die het beeld en zelfs de scenario’s van veel Belgische stripverhalen bij uitgeverij Dupuis of uitgeverij Lombard bepaalde. De sterkte zit in het overzichtelijke verhaal op basis van het rijke archief van de auteur.

Exhaustief

Jan Smet presenteert de lezer een heel uitputtend overzicht. Dit boek is niet bij elkaar gegoogled, aldus Goukens, ‘hier is een kenner en liefhebber aan het woord die zijn guilty pleasures soms ontbloot.’

krankzinnige Amerikaanse moraliserende auteurs met een irrationele haat jegens comics

‘Vooral het hoofdstuk over de invloed van krankzinnige Amerikaanse moraliserende auteurs met een irrationele haat jegens comics en hoe die hetzes ondanks de hemelsbrede verschillen tussen comics en stripverhalen ook bij ons gevolg kregen, zal vele lezers de ogen openen.’ Ook de analyse van de weekbladen Robbedoes en Kuifje loont zeker de moeite.

Promotie
Dit is een boek dat elke stripfanaat uiteraard dient in huis te halen: daarom is Duizend bommen en castraten  ons Boek van de Week. U vindt het in onze online boekhandel tegen een tijdelijke voordeelprijs van €40,00 en mét gratis verzending.

Opgelet: het verkoopsucces noopte de uitgever tot een 2de herdruk die slechts in beperkte oplage beschikbaar zal zijn vanaf 6 april 2021. Vooraf bestellen is dus aangewezen!

Bestel hier uw exemplaar tegen voordeelprijs en met gratis verzending

*Jan Smet (1945) legde als stichter en hoofdredacteur van CISO-magazine en Stripgids de fundamenten van de Vlaamse stripjournalistiek. Hij riep de Stripgidsprijs/Bronzen Adhemar en het Turnhoutse stripfestival in het leven. Daarnaast werkte hij mee aan Wordt vervolgd: Stripleksikon der Lage Landen en publiceerde o.a. Marc Sleen (met Fernand Auwera) en Vlaamse reuzen (met Toon Horsten).

Read article

347

Vrouwendag!

Zonder categorie

maart 8, 2021

Tenslotte was ook ‘Europa’ een vrouw, dus willen we internationale vrouwendag vandaag niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Vrouwen zijn de grootste achtergestelde ‘minderheid’; de helft van de wereldbevolking. Maar hun opmars is gelukkig onstuitbaar zeg ik als oudere (blanke!) man die wel de gelukkige echtgenoot is van een vrouw (hoewel ik ook het homohuwelijk toejuich) en de trotse vader van een dochter en sinds kort opa van een kleindochter. De eenentwintigste eeuw is de eeuw van de voltooiing van de vrouwenemancipatie – hoop ik – en in het kielzog daarvan andere minderheden. Maar er is nog een lange weg te gaan.

(Élisabeth Louise Vigée Le Brun (Frankrijk, 1755-1842)

Élisabeth Louise Vigée Le Brun, die volledig autodidact was, werd kunstenares ondanks grote obstakels (zoals voor elke vrouw aan het eind van de 18e eeuw in Parijs) en was actief tijdens enkele van de meest turbulente tijden in de Europese geschiedenis. Door tussenkomst van Marie Antoinette werd zij op 28-jarige leeftijd als een van de slechts vier vrouwelijke leden toegelaten tot de Franse Academie. Vigée Le Brun werd vooral geprezen voor haar sympathieke portretten van aristocratische vrouwen, die als natuurlijker werden beschouwd dan het werk van haar tijdgenoten. Gedwongen om Parijs te ontvluchten tijdens de Revolutie, reisde de kunstenares door heel Europa. Ze verwierf indrukwekkende opdrachten in Florence, Napels, Wenen, Sint-Petersburg en Berlijn, alvorens terug te keren naar Frankrijk na de beëindiging van het conflict.

Afgebeeld: Élisabeth Louise Vigée Le Brun, Zelfportret met strohoed (1782).

Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)

Read article

204

Goulash uit Tsjechië

Uncategorized

maart 2, 2021

Door Karin van Dam

Rond 1995, toen mijn kinderen nog de basisschoolleeftijd hadden, gingen we in de zomer kamperen in Tsjechië. Dat was een echt avontuur. De camping was een oude boomgaard, ‘s avonds stookten de campinggasten vuurtjes om  worst te roosteren,  en zwemmen en duiken kon in een oude afgraving van de steenfabriek.

We gingen uit eten in de stadjes in de buurt, waar altijd wel goulash of schnitzel op de kaart stond. Het was allemaal stukken goedkoper dan in Nederland, en het was ook altijd veel.

Op een avond kregen de  kinderen hun bord niet leeg, tot verontwaardiging van de eigenaresse van het restaurantje. Wat ze zei verstonden we niet, maar het was wel duidelijk dat ze flink aan het mopperen was. Ze liep weg met hun borden en even later kwam ze terug met twee ingepakte halve schnitzels. Ze ging dat goede vlees toch echt niet weggooien! En gelijk had ze natuurlijk. In het Duits zei ze dat we 2x een halve portie moesten  bestellen voor de kinderen. O, kon dat? Dat deden we dus voortaan..

Nu het goulashrecept.

Er zijn honderdduizend goulash recepten, ik ga nu uit van de recepten die op site Ajvar.nl staan.   Die lijken mij ‘authentiek’. Onderstaande goulash maak ik nog steeds vaak als mijn dochter komt  eten. Met rundvlees, of met hamlappen als ik geen uren de tijd heb. 

Voor 4 personen:

 1 pond rundvlees (sukadelappen of riblappen) of 1 pond hamlappen

 1 el. zoet paprikapoeder

 1 – 2 tl. scherp paprikapoeder

3 uien

2 tenen knoflook

1 rode paprika 1 blokje runderbouillon

1 tl. karwij

een flinke snuf majoraan

1 flesje bier. Gewone pils is goed, bruin bier geeft een wat zoetere saus.

Snij het vlees in stukjes, bestrooi het met het peper, zout en wat bloem. Goed mengen en in een pan met hete olie snel rondom bruin bakken. Uit de pan halen en opzij zetten. Dan de uien en de rode paprika zachtjes bakken. Als de uien glazig zijn, haal je de pan van het vuur. Roer er de twee soorten paprikapoeder door, zet de pan weer terug en giet het bier erbij. Doe er ook de majoraan, de karwij en het bouillonblokje in. Zet het vuur hoog en wacht even tot het bier kookt; dan kan het vlees weer terug in de pan. Als dat allemaal weer begint te pruttelen kan het vuur op de laagste stand. Er mag een tomaatje bij of tomatenpuree, daar wordt het vlees sneller mals van. Laat de goulash rustig een uur of twee pruttelen met het deksel schuin op de pan. Doe er wat water bij als er te veel vocht verdampt. Je Tsjechische goulash is klaar als het vlees zacht is. De saus moet niet te dik zijn. Garneer de Tsjechische goulash met in ragfijne ringen gesneden rode ui. 

In Tsjechie krijg je er broodknoedels bij: ‘knedliky’. Ik vind ze heerlijk, maar het is me nog niet gelukt om een goeie versie te maken. Ik geef dus gewoon ‘Nederlandse’ aardappelpuree bij de goulash.

Read article

480

Emscherpark

Culture

maart 2, 2021

(Memoires van een oud-reclameman. Fons Bruijs heeft zijn hele werkzame leven gesleten in de reclamewereld als campagnebedenker en copywriter. Hij kwam overal in Europa. Hij had zijn schetsboek en tekenspullen altijd bij zich. Het navolgende stuk is ontleend aan een tafelrede die Fons hield tijdens werkbezoek aan Het Emscherpark waar hij was in opdracht van de Meuse Foundation.)

Door Fons Bruijs

Wij mochten thuis niet van Duitsland houden waardoor wij de ontwikkelingen in dat land niet volgden. We waren, vonden we, meer Francofiel en richtten ons meer op de ontwikkelingen buiten Duitsland. Dat land had straf. Later toen ik wat meer van de Europese geschiedenis begon te begrijpen kreeg ik meer interesse in Duitsland. Wat een energie, wat een beschaving. Wat een historie.

En wat hebben twee wereldoorlogen ons beeld op de cultuur van dat land lelijk vertroebeld. Toen ik langs de industrieterreinen van Emscherpark reed en door de gebouwen liep, voelde ik energie, kracht, saamhorigheid. Maar ook angst. Horden onderworpen kompels. Duizenden arbeiders die vanuit alle windstreken uit dorpen en stadjes kwamen om in de fabrieken te werken. Onderworpen aan en afhankelijk van de willekeur van de kleine groep bazen die het voor het zeggen had.

Er kwam tenminste wat welvaart. Er was eten, er was toekomst. De schoorstenen rookten. Dat was toen nog een bewijs van rijkdom en welvaart. Toen Lodewijk de vijftiende een grote slag verloor van de Engelsen moet hij wanhopig hebben uitgeroepen: “Hoe kan het dat god ons zo heeft kunnen verlaten, terwijl wij zoveel voor god hebben gedaan?” Niet lang daarna startte na de verlichting de industrialisatie. Inderdaad, er was een nieuw geloof ontstaan. Het kapitalisme.

Alles dampte, floot, bonkte en stuwde er lustig op los in die hallen en gebouwen. Schitterend architectonisch vormgegeven met als uitgangspunt functionaliteit. De machines verassend ontworpen. Industriële vormgeving had nog niet zo’n aandacht. Het ging hier louter om de bruikbaarheid. De vorm ontstond vanuit de behoefte maar vooral om de de functie van de ketel, de pers, de kranen. Ik heb ze daar bewonderd in de betoverende wereld van de mechanica.

De tandwielen, steunberen, bruggen, klinknagels, loopbruggen, afsluitkranen, smeltkroezen en handgrepen. Stuk voor stuk een verrukking om naar te kijken. Het is lastig om al die gebouwen en materialen los te zien van de mensen en hun beweegredenen in die tijd. Dat is ook de reden waarom ik zo af en toe enigszins neerslachtig werd van al die lucht van smeer bloed en zweet. Van mensen op weg naar stad, land en geluk. Door hoop voor de gek gehouden liepen ze de dood tegemoet.

Begin jaren 70, voor zover ik heb begrepen, begon de industrie in deze streek, waar honderdduizenden mensen decennialang afhankelijk waren van hun baan in de fabriek, de mijn of de gieterij, langzaam te verdwijnen. Door verdere technologische ontwikkelingen raakte het gebied zijn oorspronkelijke functie kwijt. In nog geen veertig jaar tijd emancipeerde, verzelfstandigde West Falen.

Voor sommigen zal het niet gemakkelijk zijn geweest het industriële juk af te werpen. Universiteiten, scholen, beroepsonderwijs, investeerders verzetten de bakens. Kleinschalige nieuwe industrie, dienstverlening, midden- en kleinbedrijf zorgden voor een nieuwe dynamiek.

Wat ben ik blij met het gepiep piep en tuut tuut van mijn computer. Wat ben ik blij dat ik nooit in die omstandigheden heb hoeven werken en wat heb ik een respect voor de mensen die dat wel hebben gedaan. Mensen aan wie wij een belangrijk deel van onze welvaart te danken hebben. Wat ben ik blij dat ik morgen met mijn eigen Porsche 911 weer naar huis mag.

Fons Bruijs.

Read article

291

Edvard Grieg, pianoconcert, adagio.

Culture

maart 1, 2021

In 1868 componeert Grieg zijn Pianoconcert. Het werk in a klein – waarin de verwijzingen naar Noorse volksmuziek niet van de lucht zijn – wordt een onmiddellijk succes. Zelfs pianovirtuoos en componist Franz Liszt, die Grieg aan het eind van de jaren 1860 in Rome ontmoette, is enthousiast.

In 1883, tijdens een Europese tournee, soleert Grieg in Amsterdam en in enkele andere Nederlandse steden in zijn eigen Pianoconcert. In 1897 treedt hij als dirigent op met het Concertgebouworkest. Zijn eigen muziek wordt door het orkest uitgevoerd onder leiding van Willem Mengelberg.

Als Grieg vervolgens in 1898 gevraagd wordt een concertserie te realiseren voor een visserijfestival in het Noorse Bergen, staat hij erop met het Concertgebouworkest te werken. En zo treedt het Concertgebouworkest in de zomer van 1898 voor het eerst buiten de landsgrenzen op.

(Uit: https://www.preludium.nl/edvard-grieg)

Read article

353

Der neue Heimat (een film van Edgar Reitz)

Culture

maart 1, 2021

Hieronder volgt een filmverslag over Die neue Heimat van Edgar Reitz in 2014 geschreven door Fons Bruijs.

 

Vier uur intens meeleven  met de inwoners van  Schabbach, met hun verlangen naar een beter bestaan.

 

Weg uit de ellende waar de dood regeert op elke straathoek,

de armoede groot is en het leven kansloos lijkt.

Kindersterfte, onverklaarbare ziekte. Men denkt aan Brazilie

waar de zon het hele jaar door onafgebroken schijnt en waar je als nieuwkomer kunt rekenen op kilometers lange kavels vruchtbare grond.

Daar, ver achter Schabbach in het westen, wacht het geluk, de nieuwe wereld.

De nieuwe taal wordt alvast beoefend door de enige leesvaardige jonge inwoner uit het stadje. Hij leest tegen de zin van zijn primitieve ouders  veel boeken. Braziliaans, Mexicaans  en Spaans. Maar ook over oude Indiaanse taal, hun gebruiken en gewoonten. Hij inspireert en weet het hele dorp voor zijn plan te winnen.

Zo ronselt hij alle inwoners uiteindelijk weg uit de ellende naar het nieuwe vaderland.

Overal zien we stervende, kermende mensen in benauwde kamertjes.

Huilende, biddende familieleden, opgepropt in bedompte keukens om het verlies gezamenlijk met godsvrezen te delen.

Het kerkhof is de plek waar nieuw leven wordt gegenereerd.

Onder het licht van de maan gaan de gesteven rokken omhoog, het kanten ondergoed omlaag.

Een jonge vurige dorpssmit baant zich behoedzaam doch trefzeker een weg naar binnen,

Het meisje kijkt hem liefdevol aan.

Hij is welkom.

En dan de grote  diaspora.

Na nog een aantal  begrafenissen van talloze doden, kinderen en bejaarden.

…en dan ..het is voorjaar 1842, trekken karrevrachten vol

emigranten het dorp uit richting Rotterdam om ingescheept te worden voor de grote oversteek naar het westen waar het beloofde land met open armen  op hen wacht.

En dat alles uitgesmeerd over 4 uur.

Fabelachtig fascinerend filmwerk zoals we dat kennen van de grote klassieke filmers!

Zo’n 100 jaar later zal Rotterdam platgegooid worden door de kleinkinderen  van de onschuldige babies die slapend meedijnden op de houten karren, op het ritme van de wielen die over de ongelijke wegen het beeld uit waggelden.

 

 

Read article

320

Een bijzondere Italiaanse ontmoeting

Culture

februari 28, 2021

Door Fons Bruijs

(Memoires van een oud-reclameman. Fons Bruijs heeft zijn hele werkzame leven gesleten in de reclamewereld als campagnebedenker en copywriter. Hij kwam overal in Europa. Hij had zijn schetsboek en tekenspullen altijd bij zich.)

Ergens in de zeventiger jaren werkte ik mee aan een internationale campagne voor een Italiaanse opdrachtgever: Montefibre. Dit bedrijf leverde halffabrikaten die in heel Europa in vele eindproducten werden verwerkt. Mijn vriend (Erwin vraagt, wie?) die destijds eigenaar was van een reclamebureau (Erwin vraagt naam) schreef het campagnethema voor deze belangrijke klant. Die luidde “Montefibre verenigt Europa” Ik was alleen verantwoordelijk voor de vormgeving. De presentatie van de campagne vond plaats in Milaan ten overstaan van de  hoogste baas van de communicatie-afdeling van het bedrijf. Na een comfortabele vlucht en snelle taxirit arriveerden we bij het hoofdkantoor alwaar wij ons lieten begeleiden wij naar de vergaderruimte waar we de presentatie zouden geven. In de vaste veronderstelling dat ons werk in goede aarde zou vallen lieten wij ons de heerlijke Italiaanse koffie die we geserveerd kregen goed smaken. Voldaan zakten we onderuit in afwachting van de grote marketingbaas….
Deze kwam even later goedgehumeurd binnen, de armen gastvrij gespreid met een brede lach: ‘Welkom heren, laten we maar gelijk beginnen!’
Handenvrijvend op z’n ellebogen rustend zei hij: ‘Welnu, the floor is yours!’ Mijn vriend begon met het
voordragen van de rational: ‘Jullie leveren materiaal aan producenten in vrijwel alle landen in Europa. Jullie afnemers
verwerken dat in heel veel Europese producten. Welnu, we hebben dan ook de volgende positionering gecreeerd: “MONTEFIBRE VERENIGT EUROPA”
De vriendelijke glimlach veranderde in een verontwaardigde, geringschattende blik. ‘Heren, we hebben net, zo’n
dertig jaar geleden een oorlog achter de rug door een gek die op zijn manier Europa wilde
verenigen!!! Om maar te zwijgen van Napoleon! Dit is niet waar wij op zitten te wachten. Dit is veel te imperialistisch! Te zwaar, veel te zwaar!”
Hij stond op en liep langzaam achterwaarts richting deur waardoor hij kort tevoren zo monter was binnen gekomen.Het ontbrak er nog aan dat hij ons niet direct een prettig terugvlucht wenste. Wel stelde hij ons voor aan een van zijn medewerkers met wie wij een voortreffelijke lunch deelden. Dat was het hoofdstuk Montefibre.
Toen ik laatst in een file stond moest ik terugdenken aan die trip naar Milaan! De wereld verandert met de dag maar een sterke Europese gedachte gaat jaren mee, verdwijnt en komt weer terug En weer terug, etc.

Read article

316

Een impressie uit Gotenburg

Cities

februari 27, 2021

(Ontleend aan een tafelredevoordracht, Gotenburg, 2012)

Door Fons Bruijs

(Memoires van een oud-reclameman. Fons Bruijs heeft zijn hele werkzame leven gesleten in de reclamewereld als campagnebedenker en copywriter. Hij kwam overal in Europa. Hij had zijn schetsboek en tekenmateriaal altijd bij zich.)

Ik ben op een aantal terreinen een laatbloeier. Zo ook op politiek gebied. Ik hield me er, behalve tegen verkiezingstijd, vrijwel niet mee bezig. Eerlijk gezegd vind het nog steeds een lastig onderwerp.

Jaren geleden ben ik op een gegeven moment, via een collega voorgesteld aan de toenmalige partijleider van de VVD, Frits Bolkestein. Die had de uitvoering van zijn verkiezingscampagne aan ons communicatiebureau toevertrouwd.

Ik maakte kennis met de liberalen, die gek genoeg niet allemaal oppervlakkige taal uitsloegen uit een damp van sigarenrook. Er waren er bij die zowaar de economie als smeermiddel zagen voor een gezonde democratische en aangename samenleving, zonder direct het eigenbelang voorrang te geven. Ik ontmoette ook collega’s van andere partijen. Luisterde en vergeleek programma’s. Een ontdekking! Er waren erbij, die als je scherp luisterde inhoudelijk hetzelfde wilden als hun tegenstanders.

Ik ontdekte dat hoe extremer en ongenuanceerder politieke opvattingen zijn, hoe groter mijn hekel aan degenen die ze uitdragen. Linkse domheid, rechtse domheid, het is even erg. Met beiden is het geen leven.

Nu wil het geval dat ik in die tijd ook een keer per jaar met een Meuse Reizen – gespecialiseerd in architectuurreizen – een Europese stad bezocht en dat jaar was dat Gotenburg in Zweden. De deelnemers hadden een opdracht: aan het einde van de week moesten we bij het slotdiner een tafelreden houden. Ik stak al volgt van wal, hier volgt mijn relaas:

Zweden heeft op dat botte, ongenuanceerde links-rechtsdenken wat gevonden: ‘De sociaal democratische heilstaat.’Maar is die geslaagd?

Ik zag als puber veel te ouwelijke Bergman-films voor mijn leeftijd. Ze behandelden altijd zware onderwerpen. Altijd over schuld en over god, over hoop en neuken. En veel verlangen. Ik herinner mij een tv programma uit de zestiger jaren. Het ging over een tramverbinding vanuit Stockholm naar de schitterende landelijke buitenwijken. Werken in de stad, wonen in de natuur. Liefde en begrip….iedereen gelijk, in dienst van iedereen en elkaar.

Iedereen gelukkig. Maar bovenal een mooie toekomst voor de kinderen. Een andere film uit Zweden die ik me voor de geest haal liet zien hoe het partnerdelen tot groot geluk kon leiden als je je afgunst en inhaligheid maar los zou kunnen laten, zou de wereld er een stuk beter uit kunnen zien.

Er werd onbedaarlijk in gepaard. Op campings. In buurthuizen, oefenruimtes. Na het kerkbezoek en partijcongregaties. Open en bloot. Ook de kinderen werden voorgelicht over die vrije gewoonten, waaraan hun ouders zich te goed deden. Liefde is vrijheid! Ik herinner me een hysterisch huilende man die spijt had van z’n vrijgevigheid en verhaal kwam halen bij de man aan wie hij zijn vrouw had uitgeleend. Een ontroostbare stumper. Het idee was groots maar werkte niet voor iedereen.

Het was de Zweedse flowerpower die in die tijd onbesuisd over het land woekerde.

Ik werkte hard in die tijd en zag behalve films niet veel meer om me heen dan de plichten die ik vervulde. In dienst van materie die ik wilde bezitten, geld om vrijheid en onafhankelijkheid te kunnen kopen.

De eerste excursie tijdens onze reis had qua toon een beetje de klagerigheid van zo’n Bergman-film. Behalve de Nederlander achter de tafel, zaten er een aantal Zweden die het leed van heel Gotenburg leken te dragen.

Ze praatten ongeveer zo: ”Ja maar, je zult die problemen allemaal maar hebben zoals wij die kennen… We willen meer mensen, meer immigratie. Het is heel moeilijk, ze komen gewoon niet, we zijn onze scheepsbouw kwijt….tja, nou ja, het gaat nu wel weer een beetje, maar toch…het is allemaal heel lastig voor ons moet je weten. Jullie hebben dat niet, jullie zijn een stuk beter af in Nederland dan wij….we hebben ook nooit een goeie slogan gehad. Ja altijd komische, die ons bespottelijk maakten. We worden altijd geringschat door Stockholm…”

Ze klaagden alleen maar en hadden geen enkele oplossing. Daarna bezochten we de buitenwijk Gootsteen, (Gutsten) zoals Ortjens het noemde, ontstaan in de jaren zestig. Precies zo’n wijk als die ik eerder beschreef in dat tv filmpje. (??) Het grote ideaal waar de hele wereld een voorbeeld aan moest nemen. Totaal verloederd! Een mislukking die 15 jaar geleden een tweede kans kreeg. Waarin de nieuwe bewoners op dit moment volop genieten van een dolgelukkig, teruggetrokken leven. Zo’n 120 nationaliteiten leven met elkaar in zo’n 5000 flats. Geïsoleerd en gesegregeerd.

Een leven lang leven in ClubMed! Elke dag feest voor de gewone man. Wie weet wat ze daar niet allemaal weer uitspoken, in die gootsteen? Gisterenavond zei een taxichauffeur dat het een hel was in Gotenburg met als die moslims, die toch nooit van plan waren om te integreren. Daar bleef je moeite mee houden. Dat zou nooit meer iets worden met die mensen. Ik moet dat volk niet!

Sociaaldemocratie? Of het allemaal beter is, daar ben ik nog niet achter. Als ik naar de informatie luister, en zie wat er hier in de stad om me heen gebeurt, voelt het in ieder geval wel iets aangenamer dan in mijn eigen spannende, geëxalteerde hectische, Amsterdam. Met zijn ongeduldige, onverdraagzame, door rood licht rossende, over de stoep scheurende, altijd gelijk hebbende overwegend linkse inwoners. Die het allemaal niet zo nauw nemen met de afspraken, omdat alles moet kunnen. Of je wilt of niet.

Gotenburg voelt voor mij prettig aan, een beetje zoals de jaren zestig in Amsterdam. Maar dat schrijf ik toen aan de niet meer dan negen miljoen Zweden die leven op een oppervlakte die vele malen groter is dan waar wij in Nederland op wonen met zeventien miljoen.

Gisteren zag ik ladingen nieuwe schoolverlaters door de stad trekken in praalwagens. Luidruchtig, uitzinnig en barstensvol hoop. Bergman was er niet bij. Of de sociaal democratische heilstaat heeft gewerkt in Zweden? Ik durf het niet te zeggen. Vraag het de kinderen, die hebben daar zonder twijfel een antwoord op.

Poor people are more happy in Zweden, than poor people in other countries. Rich people too!

Read article

367

Trans Europ Express 2.0

Uncategorized

februari 23, 2021

De EU-ministers van vervoer beraden zich op plannen om het Trans-Europ Express-netwerk nieuw leven in te blazen. De Duitse regering heeft een voorstel om de ooit razend populaire Trans-Europ Express (TEE) tegen 2025 nieuw leven in te blazen en Berlijn. Het oorspronkelijke TEE-netwerk bestond uit een alliantie van spoorwegexploitanten uit Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje, Zwitserland, West-Duitsland en andere landen en bereikte zijn hoogtepunt in 1974.

Eersteklas passagiers konden de Autobahn vermijden, “rendez-vous houden op de Champs-Elysee” en Wenen bereiken, waar ze “tot laat in de avond in een café konden gaan zitten”.

Maar met de komst van binnenlandse hogesnelheidsdiensten, zoals de Franse TGV in het begin van de jaren tachtig, raakte de TEE in verval en in de jaren negentig hield de dienst grotendeels op te bestaan.

Volgens de plannen van de Duitse minister van vervoer, Andreas Scheuer, moeten met “TEE 2.0” routes worden gecreëerd die ten minste drie landen met elkaar verbinden – bij voorkeur vier – door partnerschappen tussen bestaande spoorwegmaatschappijen tot stand te brengen.

Acht routes die reeds worden overwogen zijn Parijs-Brussel-Keulen-Berlijn-Warschau, Amsterdam-Keulen-Basel-Milaan-Rome en Berlijn-Frankfurt-Lyon-Montpellier-Barcelona, alsmede diensten die Scandinavië met de rest van Europa verbinden.

De uitrol van nieuwe diensten zal afhankelijk zijn van de voltooiing van bouwwerkzaamheden, waaronder de Brenner-basistunnel onder de Alpen en de vaste verbinding over de Fehmarn Belt tussen Duitsland en Denemarken.

TEE 2.0 zou ook worden aangevuld met een netwerk van nachttreinen, dat veel van dezelfde routes zou bedienen en zou voortbouwen op de ontluikende renaissance van nachtdiensten. In het plan wordt echter wel erkend dat “de economische uitdaging niet mag worden onderschat”.

Talrijke obstakels staan TEE-2.0 in de weg, waaronder een lappendeken van tariefsystemen, verschillende talen en exploitatiecriteria, regels voor zitplaatsreservering en de inherente zwakke punten van de bestaande wetgeving inzake passagiersrechten. TEE 2.0 zou ook ten prooi kunnen vallen aan gevestigde nationale belangen.

Het Duitse plan wil dat omzeilen door voor te stellen dat partnerschappen tussen verschillende bedrijven worden opgesplitst in eigen entiteiten, waarbij toegang tot het spoor wordt geboekt bij de moederbedrijven en gebruik wordt gemaakt van bestaand rollend materieel totdat treinen op maat kunnen worden aangeschaft.

Allianties zijn niet ongewoon, maar moeilijk te organiseren. De hogesnelheidsmaatschappijen Eurostar en Thalys zijn overeengekomen te fuseren, terwijl de Oostenrijkse spoorwegen hun goede contacten met andere ondernemingen hebben benut om zich te vestigen als de nummer één op het gebied van nachttreinen in Europa.

Zwitsers-Oostenrijkse alliantie wil nachttreinvervoer tegen 2024 opvoeren
Een Zwitsers-Oostenrijkse alliantie van spoorwegexploitanten heeft op dinsdag (15 september) aangekondigd dat er tegen 2024 nieuwe nachttreinen zullen rijden tussen Zwitserland en Amsterdam, Barcelona en Rome.

De ministers zijn ook overeengekomen meer aandacht te besteden aan internationale goederendiensten en erkennen dat de goederencorridors “zeer doeltreffend zijn geweest in het ontwikkelen van gemeenschappelijke maatregelen om de veerkracht van het goederenvervoer per spoor in geval van grote crises te vergroten”.

Bron: https://www.euractiv.com/section/railways/news/rail-boosted-by-eu-transport-chiefs-as-tee-2-0-planned/

Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)

Read article

348

Nieuwe Europeanen

People

februari 18, 2021

Vandaag de dag rijden er vele bedrijfsauto’s in Nederland rond met een buitenlands kenteken. Vooral busjes: uit Midden- en Oost-Europese landen: Polen, Hongarije, Roemenië, Bulgarije. Wie zitten daar in en wat brengt ze hier?

Als ik voor een stoplicht sta en er stopt zo’n Oost-Europese nummerbord naast mij, dan draai ik niet zomaar even mijn portierraampje open om te vragen: Hee, wat kom je hier doen? Meestal staat op zo’n wagen wel wat ze hier komen doen: werken in de bouw. Maar mijn nieuwsgierig strekt verder en toen ik via een vriend tegen een Bulgaarse aannemer aanliep voor een verbouwingsklus, zag ik mijn kans schoon. En Guray Saidov bleek een open en spraakzaam iemand.

Dit is zijn verhaal: Guray (45) komt uit het dorp Aytos, in de omgeving van Burgas, een stad aan de Zwarte Zee. Hij is geboren in 1974. Zijn vader werkte aanvankelijk in de lokale petrochemische industrie maar later, het grootste gedeelte van zijn werkzame leven bij een staatscoöperatie in levensmiddelen. ‘Het enige dat je in Bulgarije voor 1990 mocht bezitten was een eigen huis.’ Een particulier bedrijf beginnen was uitgesloten. Nadat de communisten in 1945 onder de hoede van de Sovjetunie aan de macht kwamen werd alle privébezit onteigend.

Guray behoort tot de grote Turkse minderheid in Bulgarije en deze etnische Turken kregen vanaf medio jaren vijftig te maken met een Bulgariseringscampagne. Turken moesten hun taal opgeven. Het ging op een zeker moment zelfs zover dat Guray zijn Turkse voornaam moest veranderen en hij heette een tijdje Berislav/Velizar (?). Dat was in 1986. In 1989 bereikte de achterstelling van Turken een hoogtepunt en kwam een exodus op gang. Zo’n tweehonderdduizend Turken vluchtten naar Turkije maar ook daar ondervonden zij discriminatie, maar nu als ‘Bulgaarse Turken’.

Toen het communistische regime in 1990 ophield te bestaan met het einde van de Sovjetunie, ging de familie Saidov terug naar hun geboortedorp Aytos in Bulgarije. In het nieuwe Bulgarije werd de identiteit van de etnisch Turkse bevolkingsgroep erkend. Maar daarmee was de oude staatsbureaucratie en de daarbij horende ‘nomenklatoera’ nog niet verdwenen. Die blijkt zeer hardnekkig en dat deed – en doet – vele jonge Bulgaren besluiten hun geluk te beproeven in West-Europa. Zonder de juiste politieke connecties is het heel moeilijk om in Bulgarije zelf iets te ondernemen. Je komt dan niet gemakkelijk aan de benodigde papieren.

Maar eerst moest Guray in 1992 zijn militaire dienstplicht vervullen die ruim twee jaar zou duren. Hij bemachtigde een opleidingsplek bij een bouwbrigade (ongeveer 300 man) en kwam terecht bij een allroundploeg van twaalf man waardoor hij alle facetten van het bouwvak onder de knie kreeg.

https://youtu.be/Q1fcPuNI8h4

Guray en zijn mannen aan het werk in ons huis.

Hij behaalde vier diploma’s en ging aan de slag in de bouw. In 1999 werd hij benaderd door een familielid dat in België woonde. Hij trok de stoute schoenen aan en vertrok met achterlating van zijn vrouw Semra en hun kleine zoontje Semo. De begintijd was heel moeilijk. Al het werk dat je kunt bemachtigen met beide handen aanpakken. Als er werk was, had je eten. Er waren dagen dat er geen geld voor eten meer was. Hij is in Brussel een keer letterlijk met zijn laatste twee Duitse marken een bakkerswinkel uitgestuurd omdat in België met Franken moest worden betaald. ‘Ga maar omwisselen in Franken’, kreeg hij te horen.

Bij diezelfde bakkerswinkel kregen Guray en zijn kompaan Halil de eerste klus waarmee zij zich konden bewijzen: het stuc- en tegelwerk vervangen in de bakkerij. Ze deden dat binnen een etmaal en de opdrachtgever, de eigenaar van het winkelpand, wilde eerst niet geloven dat zij dat met zijn tweeën voor elkaar hadden gekregen: Hier moest minstens een hele ploeg mensen aan het werk zijn geweest. Deze prestatie ging als een lopend vuurtje door de Turks-Bulgaarse diaspora. Vanaf dat moment kwam het geluk meer hun kant op. De baas die Guray toen vond wilde hem zelfs een voorschot geven van 1000 Mark. De klus die hij ging doen was in Haarlem in een pand aan de Parklaan.

Hoewel iedereen zijn eigen broek moest kunnen ophouden, lieten de Bulgaars-Turkse gastbouwvakkers elkaar in den vreemde nooit in de steek. Elkaar wat gunnen, dat is de rode draad in Guray’s loopbaan. Die generositeit ervoer hij ook bij Haarlemmer Ton Guliker. Hij had een eigen bouwbedrijf en woonde aan de Parklaan in Haarlem, pal naast het pand waar Guray op dat moment aan het werk was. Hij ging korte tijd later voor de oudere Ton, nu een zeventiger, werken en hun relatie werd er een van vader en zoon. Toen Ton het na jaren rustiger aan wilde gaan doen, deed hij zijn bedrijf aan Guray over en deze zette het voort onder de naam GTH Support: GTH voor Guray, Ton en Halil.

Op de vraag of hij zich Europeaan voelt, antwoordt hij: ‘’Ik woon nu 21 jaar in Nederland. Mijn kinderen zijn hier opgegroeid. Ik voel mij hier helemaal thuis maar natuurlijk blijft Bulgarije het thuis waar ik vandaan kom: mijn ouders wonen daar. Ik heb mijn oudste zoon Semo, met wie ik nu elke dag samen werk, van zijn vierde tot zijn achttiende niet zien opgroeien, behalve tijdens vakanties, en daar heb ik wel spijt van. Ik zou die tijd willen terugdraaien maar dat gaat mij met al het geld van de wereld niet lukken.’’

Stoppen dan en lekker in Bulgarije gaan rentenieren? Financieel zou dat kunnen, zegt Guray, ‘’Maar ik heb hier vierhonderd klanten en ik beschouw mijn klanten ook als vrienden. Die laat je niet zomaar in de steek.’’ Zolang hij het werken leuk vindt gaat hij door.

Read article