CONTACT

contact@thesoulofeurope.com

Waarom ‘de ziel van Europa’?

Europa wordt aangevallen. We kunnen deze dreiging alleen afwenden als Europa eensgezind is. Zolang eensgezindheid ontbreekt, is Europa een speelbal van kwade machten.

Lees meer

unanimously defending human dignity

Over: Bij Europa horen (Jacques Delors 1925-2023)

Jacques Delors overleed deze week op 98-jarige leeftijd. Veel jongeren zullen hem niet eens meer kennen, maar hij was jarenlang ‘mister Europa’, voorzitter van de Europese Commissie en een Franse politicus met een Europese signatuur in een cruciale periode: De Val van de Muur, de invoering van de euro, de gemeenschappelijke markt. Maar ook iemand die vond dat we moeten nadenken over onze gedeelde Europese identiteit, over wat Europa in cultureel opzicht, als beschaving, betekent en hij is de naamgever van het Institut Delors dat zich ten doel stelt Europa te voeden met debat over Europese cultuur.

De laatste jaren hoorden we weinig meer van Jacques Delors. The Soul of Europe herdenkt hem met een bewerking van een redelijk recente bijdrage van Sébastien Maillard, directeur van het Jacques Delors Institute uit 2021, dat eerder verscheen in French jesuit review Etudes en dat we vonden op de website van het instituut.

De Britse tabloids waren bepaald geen fan van Europa en van Jacques Delors en het anti-Europa sentiment vierde in het Verenigd Koninkrijk hoogtij in de jaren dat hij politiek actief was.

Door Sébastien Maillard

Opeenvolgende crises hebben de complexe banden die ons verbinden met de Europese Unie (EU) op de proef gesteld. De migratiecrisis van 2014-2015, waarvan het spook opnieuw opdoemt, herinnerde de Europeanen eraan dat de EU in de ogen van de wereld een oase van vrede, welvaart en vrijheid is. Het verraadde ook de Europese culturele onzekerheid in het verwelkomen van verschillen en een onvermogen, dat ook nu nog opvalt, om als zevenentwintig lidstaten samen te werken in de politiek netelige migratiekwestie.

Omgekeerd toonde de recente gezondheidscrisis, na een aanvankelijke chaotische reactie, de toegevoegde waarde van samenwerking en solidariteit tussen landen, zowel voor de vaccinatiecampagne als voor het huidige economische herstel. Maar het was de Brexit-crisis die de meest directe en emotionele uitdaging vormde voor de betekenis van de Europese Unie: Het vrijwillige en niet-dwingende vertrek van een van haar eigen leden. De volledige terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk verbrijzelde het taboe van de onomkeerbaarheid van de Europese constructie, terwijl het op absurde wijze zijn soliditeit demonstreerde door de cohesie van de EU-27 die Londen nooit wist te ondermijnen. Sindsdien heeft Brexit geen ander vertrek ingeluid. Op enkele uitzonderingen na trekt zelfs extreemrechts op het continent de euro, het Schengengebied en in bredere zin het lidmaatschap van de Europese Unie niet meer in twijfel.

De term “lidmaatschap” is niet beperkt tot de juridische betekenis van een lidstaat van de Unie, vastgelegd in een Toetredingsverdrag. Dit verdrag vereist ratificatie die vaak wordt verkregen via een referendum, waarin de publieke aanvaarding of afwijzing van het lidmaatschap van hun land in de EU tot uitdrukking wordt gebracht. Het meest recente referendum werd gehouden in 2012, toen meer dan 66% van de Kroaten voor het lidmaatschap van de Europese Unie stemde.

Omgekeerd herinneren we ons de afwijzing door de bevolking van Noorwegen in 1972, herhaald in een ander referendum in 1994. De meest spectaculaire blijft Brexit, dat in 2016 door een kleine meerderheid van de Britse kiezers werd doorgedrukt en een einde maakte aan een lidmaatschap dat veertig jaar eerder was bevestigd door het eerste referendum in de geschiedenis van het land, in 1975, dat een hogere opkomst kende en waar meer dan 67% vóór stemde.

Bij Europa horen is echter nooit zo eenduidig en binair als een referendum impliceert. Het gaat verder dan de eenvoudige maar fundamentele vraag van het lidmaatschap van de EU. Horen bij Europa is zowel individueel als collectief en onder alle omstandigheden aan verandering onderhevig. Het is, in verschillende mate, gebaseerd op gevoelens, verstand en geweten. Het gevoel bepaalt de emotionele verbondenheid, de rede beoordeelt de voordelen, terwijl het geweten gevoelens en verstand samenbrengt tot een diepe overtuiging.

Deze drievoudige benadering van erbij horen beantwoordt aan een drievoudige definitie van Europa. Hetzelfde woord kan verwijzen naar het continent en zijn beschaving, naar de Europese Unie zoals die vandaag functioneert en naar een groots ontwerp, het plan voor een verenigd Europa

Jezelf “Europeaan” noemen kan betekenen dat je cultureel verbonden bent, dat je handelt, werkt, studeert en consumeert als een EU-burger of dat je het plan voor een verenigd Europa nastreeft als een “toegewijde” Europeaan.

Culturele eenheid

Het gezichtspunt van de continentale civilisatie is de breedste benadering van Europese cultuur, zowel in tijd als ruimte, maar is ook de meest tastbare. Ze heeft betrekking op cultureel erfgoed, collectief geheugen en eerst en vooral een gedeelde geografie. De Alpen, het Middellandse Zeegebied, de Oostzee, het Rijnland of de Balkan hebben door de eeuwen heen hun eigen gemeenschappen gevormd. De nieuwe Europese leerstoelen voor antropologie, gesteund door Pascal Lamy, identificeren de diepgewortelde aspecten die Europeanen verbinden en van elkaar onderscheiden.

Op continentale schaal blijkt de verbondenheid uit de gemeenschappelijke geschiedenis: De Oudheid, de Middeleeuwen, de Renaissance, de Barok, het classicisme, de Verlichting en de Industriële Revolutie met haar Art nouveau hebben opeenvolgende identificeerbare lagen in het stedelijke landschap achtergelaten, die de Europese steden naast hun buitengewone uniciteit ook een “familie”-gelijkenis geven. Van de kathedraal van Sevilla tot de meer sobere kathedraal van Turku in Finland, van de Engelse kathedraalsteden tot de machtige bouwwerken in Keulen en Praag, reizigers worden getroffen door de diversiteit binnen de gotische stijl.

Schrijvers als Stefan Zweig, George Steiner en anderen hebben beschreven hoe cafés, treinstations, universiteiten, operagebouwen en stadspleinen als herkenningspunten fungeerden voor kosmopolitische Europeanen die zich thuis wilden voelen. Hoewel de veramerikanisering van de cultuur dit lijkt te verminderen, komt de Europese saamhorigheid voort uit dit gevoel, dat wordt aangewakkerd tijdens het reizen -dat je je nooit helemaal een vreemdeling voelt in Rome, Lissabon of Wenen-, waar je ook vandaan komt op het continent.

Paul Valéry verwoordde dit goed tijdens zijn conferentie in Zürich in 1922: “Waar de namen van Caesar, Gaius, Trajanus en Vergilius, waar de namen van Mozes en Sint Paulus, waar de namen van Aristoteles, Plato en Euclides tegelijkertijd betekenis en autoriteit hebben gehad, daar is Europa.”

Wat dit gedeelde gevoel in de weg staat, is in geen geval ieders rechtmatige gehechtheid aan hun natie, de ultieme gemeenschap van saamhorigheid, maar eerder nationalisme. Dit nationalisme grijpt terug op de geschiedenis, historische figuren en de kunsten en put daaruit, soms anachronistisch, de specifieke oorsprong van zijn verheerlijking. Karel de Grote kan worden beschouwd als Duitser, Belg, Fransman of Italiaan. Christoffel Columbus had zijn fortuin niet te danken aan Genua en zijn tijdgenoot Leonardo da Vinci evenmin aan de Italiaanse stadstaten. De definitie van Mozart als alleen een Oostenrijkse componist houdt geen rekening met de breedte van zijn muzikale genie die in heel Europa werd uitgevoerd en waaruit hij inspiratie putte.

Omgekeerd kunnen deze voorbeelden en vele andere overdreven Europeaniserend zijn, wat het risico inhoudt van andere anachronismen en verkeerde toe-eigeningen. De geschiedenis die in scholen wordt onderwezen, moet voldoen aan wetenschappelijke en educatieve eisen die niet voorbij mogen gaan aan de Europese dimensie die inherent is aan de geschiedenissen van Frankrijk, Spanje, Polen, Italië, enz. Het juiste en allesomvattende begrip van deze dimensie zal de basis vormen voor een gedeeld gevoel van saamhorigheid tussen jonge Europeanen, los van hun verschillende talen en nationaliteiten. Naast algemeen onderwijs op zich, taalstudies en uitwisselingen, zal een eerste Europese reiservaring voor stage, sportwedstrijden en culturele evenementen, het gevoel versterken deelmuit te maken van een bredere gemeenschap die voor ons het continent Europa is.

Institutionele eenheid

De term “Europa” wordt tegenwoordig ook vaak gebruikt om de Europese Unie, aan te duiden. De term “Brussel” duidt dan op het hoofdkwartier van de belangrijkste EU-instellingen en op een volwaardig systeem met zijn eigen besluitvormingsproces, werking, jargon, wetten en prestaties. De euro, de interne markt, het Schengengebied, de richtlijnen en verordeningen, de subsidies en andere fondsen zijn allemaal tastbare realiteiten van dit Europa, meestal onzichtbaar of zo’n intrinsiek onderdeel van ons dagelijks leven dat we ze niet eens opmerken. De Europese Commissie, het Europees Parlement, de Europese Raad en het Hof van Justitie zijn spelers in een voorstelling die heel vaak lang en saai lijkt, waarbij topontmoetingen tussen staatshoofden en regeringsleiders de handelingen onderbreken en de aandacht van de media trekken. De kringen van gekozen vertegenwoordigers, diplomaten, ambtenaren, journalisten, lobbyisten en denktankdeskundigen opereren achter gesloten deuren in wat bekend staat als de “Brusselse bubbel”, met zijn eigen jargon, acroniemen en agenda’s en mediakanalen.

Het is deze “Brusselisering” van Europa die het erbij horen voor gewone mensen op de proef stelt. Europa lijkt losgekoppeld van hun belevingswereld, geïsoleerd, als een parallel gesloten circuit waarvan de organisatie en de beslissingen de meeste Europeanen ontgaan. Wat burgers ervan weerhoudt bij dit Europa te willen horen is dat zij er niet van overtuigd zijn dat dit vanuit Brussel geleide Europa democratisch is, zowel in zijn besluitvormingsproces als in de grondwet van zijn instellingen. Europese verkiezingen zijn sleutelmomenten in een discreet maar gestaag democratisch proces. Dit proces is transparant en de kenmerken ervan weerspiegelen de essentie van wat ten grondslag ligt aan een nationale liberale parlementaire democratie. Een Europese commissaris is niet minder legitiem dan een Franse minister. Het verschil is dat hij of zij niet op dezelfde manier erkend wordt en minder bekend is.

Er is juridisch gezien geen sprake van een democratisch tekort in de Europese Unie, maar eerder van een gebrek aan iets waarin die democratie wordt belichaamd, waarin burgers zich kunnen herkennen, zoals Amerikanen ‘Capitol Hill’ hebben en het Witte Huis. Hoewel de Europese vlag en het volkslied welkome kenmerken zijn, volstaan ze niet. De tekenen van volledige saamhorigheid zouden zijn dat de voorzitter van de Europese Commissie en de andere belangrijke spelers in de politieke arena van de EU gemakkelijk herkenbaar zijn, dat de parlementaire debatten en compromissen tussen de EU-27 de voorpagina’s van het nieuws halen, dat ze onderwerp van gesprek zijn tijdens etentjes en familiebijeenkomsten.

De Conferentie over de toekomst van Europa, die op 9 mei 2021 probeerde burgers rechtstreeks te betrekken bij een Europees debat “buiten Brussel”, via een meertalig onlineplatform en verschillende bijeenkomsten. De kloof met “Brussel” is in de eerste plaats taalkundig van aard. Eurojargon vereist voortdurende uitleg: een commissaris is een soort minister, een richtlijn is een soort wet). Het Engels als nieuwe Europese lingue franca in van de eurobureaucraten ook de externe communicatie, belemmert de toegang tot andere landen waarin niet iedereen het Engels beheerst. Erbij horen kan niet worden bereikt door het gebruik van een gemeenschappelijke taal, zoals het Latijn in het Romeinse imperium dat in Europa lang over leefde als academische (diplomatieke, juridische en wetenschappelijke) gemeenschappelijke taal.

Het tweede verschil betreft de tijdplanning. Europese en nationale democratische processen hebben een verschillende agenda. Het kan gebeuren dat de Europese Commissie een “pakket” met belangrijke richtlijnen en verordeningen voor klimaatbescherming voorstelt wanneer er een feestdag is in een belangrijke EU-lidstaat, zoals het geval was op 14 juli 2021, en de aandacht natuurlijk ergens anders op is gericht. Een richtlijn wordt bekrachtigd of aangevochten in een land voordat deze in werking treedt, wat normaal gesproken twee jaar na de goedkeuring door “Brussel” gebeurt.

Ten derde is de kloof met “Brussel” ruimtelijk. De wijdverspreide onwetendheid over het Europese democratische leven wordt nog verergerd door de onzichtbaarheid van concreet politiek beleid. Er zijn talloze spoorwegen, snelwegen, fietspaden, wandelroutes, historische gebouwen, musea, theaters, filmhuizen, festivals natuurmonumenten en landschapsgebieden die mede worden gefinancierd door subsidies uit de Europese begroting of leningen van de Europese Investeringsbank. Maar wie ziet het? Het herstelplan en de vaccinatiecampagne Covid-19 zijn echter lichtende voorbeelden en een ongekende kans om de toegevoegde waarde van de EU te promoten. Europese solidariteit die duidelijk wordt waargenomen, zou wel eens tot een gevoel van saamhorigheid kunnen leiden.

Omgekeerd verraadt de weigering ervan, bijvoorbeeld door “zuinige” leiders die beknibbelen op hun steun aan door de pandemie getroffen economieën, het gebrek aan Europese verbondenheid en dat is schadelijk voor een positieve publieke opinie.

Daarom heeft het “Europa van Brussel” bekende politici nodig die zich inzetten om hun Europese actie begrijpelijk te maken, vooral in hun eigen land. Voorbeelden voor Frankrijk zijn Simone Veil, Jacques Delors, later Daniel Cohn-Bendit en meer recent Michel Barnier, die de Europese cohesie tijdens de Brexit-onderhandelingen in stand hield. Ons gevoel erbij te horen hangt af van het vermogen van leidende figuren om de Europese Unie te belichamen.

Naast de gekozen vertegenwoordigers zelf hebben de media in dit opzicht een verantwoordelijkheid. Vooral in Frankrijk, waar Europees nieuws volgens de Eurobarometer de minste verspreiding heeft is van de 27 EU-lidstaten. Informatie over de EU in de nieuwsprogramma’s van de twee belangrijkste nationale zenders in Frankrijk vertegenwoordigt slechts een fractie van de zendtijd per jaar. Het Europese bestuur, Europese politiek is geen mainstream media-onderwerp.

Eenheid van lot

Naast de Europese dimensie die aan de huidige tijd moet worden gegeven en de Europese diepgang die in de geschiedenis moet worden gevonden, is er nog een ander aspect van saamhorigheid dat moet worden onderzocht: dat van het eigenlijke Europese project. Deze gezamenlijke onderneming is een zoektocht naar een Europa dat nog niet bestaat en die zoektocht stuwt de ambities voort.

Het Europa van de “grondleggers” in de jaren 1950 was volledig gericht op de tweeledige belofte van vrede en welvaart, die aan de naoorlogse verwachtingen voldeed. Lange tijd stimuleerde dit verhaal een identificatie met het plan voor een verenigd Europa. De foto van François Mitterrand en Helmut Kohl hand in hand in 1984 voor het ossuarium in Douaumont (Maas, Frankrijk) staat op ons collectieve netvlies. De Europese identificatie door grassroot initiatieven zoals jumelages van steden. Het Eurovisiesongfestival en de spelshow “Jeux sans frontières” (in Nederland als Spel zonder grenzen uitgezonden door de omroep NCRV) vatten deze tijdgeest van een Europa dat zijn verdeeldheid wil overstijgen, ook door middel van amusement. De Nobelprijs voor de Vrede die in 2012 aan de Europese Unie werd toegekend, kwam veel te laat voor de Europeanen om trots te zijn op deze erkenning.

De bankencrisis als ontsporing van het Angelsaksische financiële kapitalisme en de uitwassen van het Chinese staatskapitalisme plaatsen de Rijnlandse sociale markteconomie in een ander daglicht. De grote mondiale uitdagingen van klimaatverandering en pandemieën maken zijn relevantie weer duidelijk, in ieder geval op Europees niveau. De terreurdreiging, cyberaanvallen, en onveiligheid aan buitengrenzen van de EU, van de Sahel tot Wit-Rusland, van Libië tot het Midden-Oosten en van de Kaukasus tot Oost-Oekraïne, nopen Europeanen tot het formuleren van een nieuwe geopolitieke missie: Niet bij een Europa dat opnieuw een koloniseert of overheerst, maar een verstandig en genereus Europa dat op gelijke  voet met de Verenigde Staten samenwerkt maar zonodig ook zijn eigen weg gaat. Zoals Václav Havel voorspelde: “De missie van Europa is om een voorbeeld te zijn en tegelijkertijd respect af te dwingen”.

Kortom, er zijn verschillende manieren om je Europeaan te voelen. Dat kan door in de straten van Brugge of Sienna de kenmerken van de eigen cultuur te herkennen. Het kan  door in de wetten en beslissingen uit “Brussel” te zien als die van onze eigen democratie te zien. Het kan door voor Europa een specifieke rol in de wereld te zien tegenover andere machten. Deze drie vormen van saamhorigheid worden meestal los van elkaar gezien en kunnen zelfs tegenover elkaar worden gesteld. Onder de tegenstanders van “Brussel” bevinden zich vaak mensen die geloven dat de EU is afgesneden van haar oorspronkelijke beschaving – waardoor de terugkerende beschaving in stand wordt gehouden.

Hoewel het lidmaatschap van de EU niet langer ter discussie staat, ook niet in Frankrijk, kunnen we nog steeds nadenken over de volledige betekenis van dit gevoel erbij te horen. Dit vereist dat we de culturele, institutionele en politieke dimensies, die maar al te vaak gefragmenteerd zijn, bij elkaar houden om de Europese Unie alle kracht te geven die ze nodig heeft in deze veeleisende tijden.


0 0 stemmen
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Zou graag je gedachten willen weten, laat een reactie achter.x